Artikelen en columns van Marcel Roele (1961-2011)

Botox

Van alle middelen die de cosmetische chirurg toepast, is botox een van de best geteste.

Een welbestede nacht

Wie te lang wakker is, dreigt te vervallen in activiteiten die biologisch volstrekt nutteloos zijn.

De machtswellusteling

Een normaal mens ervaart pas zelfwaardering en zelfverwerkelijking als anderen hem macht toekennen omdat hij in zijn specialiteit iets bijzonders presteert.

Penis kwijt

Hormonen maken al in de baarmoeder het brein van de foetus mannelijk of vrouwelijk.

Geniet mateloos

Wie dankzij de voorlichtingscampagnes van het Ministerie van Volksgezondheid zich zorgen maakt of schuldig voelt over zijn ongezonde levensgewoonten, loopt een vergroot risico vroegtijdig in het graf te belanden.

Naastenliefde

Niet de hoog geprezen naastenliefde maar de verachte onderbuikgevoelens bepalen onze emotionele beslissingen.

Als je haar maar goed zit

Alles over haar

De rode duivel

De zetel van de ziel

Feiten en cijfers haargroei

Grijs

Haaruival

Scheren

Testosteron

De krullenbol

Hart voor de zaak

Wat goed is voor het hart is slecht voor het humeur.

Onderbuik gevoelens in het hoofd, gedachten in de darmen.

De denkende darm en onze hersenen worden beinvloed door dezelfde chemische stofjes.

Het blikje

Waarom houdt men zich aan regels als men alleen is?

Jezelf de kanker smeren

Er is geen enkel bewijs dat zonnebrandcremes huidkanker veroorzaken; anderzijds is er ook geen bewijs dat ze veilig zijn.

Kinderziekten

Een onschuldige kinderziekte is een gevaarlijke epidemie uit een ver verleden.

Wacht u voor de penis

Als je de erectie van je vijand ziet, kan dat betekenen dat je laatste uurtje heeft geslagen.

Achterhaalde antibiotica

Laboratoria zouden meer moeten gaan lijken op onderaardse kamers waar bacterien en schimmels in competitie met ziekteverwekkers zelf de kans krijgen om nieuwe antibiotica uit te vinden en ermee te experimenteren.

Vet eten

Al 25 jaar voeren voedseldeskundigen met de overheid in hun kielzog campagne tegen het eten van vet.

Het stenen-tijdperk-menu

Het stenen-tijdperkdieet staat iets kritischer tegenover vet dan het Atkins-dieet. Immers, het vetpercentage in wild is de helft van dat in bio-industrieel vlees.

Het gif van de eeuwige jeugd

Als het zomerse weer een beetje door wil zetten, drijven straks weer dode eenden in de vijvers. Ze zijn gestorven aan de verlammingsverschijnselen veroorzaakt door botuline toxine, het gif dat wordt geproduceerd door de besmettelijke bacterie Clostridium botulinum. Een snel toenemend aantal Amerikanen (momenteel jaarlijks zo’n twee miljoen) laat zich regelmatig vrijwillig injecteren met botuline toxine, dat onder de merknaam botox door het Californische bedrijf Allergan wordt verkocht. Een eng idee, maar bij een behandeling met botox wordt hoogstens een procent van de dodelijke dosis ingespoten – en bovendien niet in de bloedbaan, maar in de gelaatsspieren die kraaienpootjes en fronslijnen veroorzaken. Het gevolg is een plaatselijke en tijdelijke verlamming die aan de buitenkant een mooi glad gezicht oplevert.
Volgens de Amerikaanse plastische chirurg Gerald Imber gebruiken tegenwoordig de meeste sterren botox. Carrie Fisher en Cliff Richard komen er rond voor uit; Madonna en Lulu (bekend van haar rol als Peter Pan, het jongetje dat nooit ouder wordt) zijn gesignaleerd bij de botox-spuitende plastische chirurg Jean-Louis Sebagh. Roddelbladen noemen als andere bekende botox-gebruikers: Cher, Céline Dion, Tom Cruise, Nicole Kidman, Silvester Stallone, Kirstie Alley (Cheers) en Hillary Clinton (geen wonder dat ze zelfs niet kwaad kijkt als haar echtgenoot vreemd gaat – dat kan ze niet meer). Botox wordt ook in de oksels gespoten om zweetkliertjes lam te leggen zodat de sterren geen last meer hebben van transpiratie. Het verlammende gif is zo populair dat regisseurs, zoals Martin Scorsese en Baz Luhrmann (van Moulin Rouge) klagen dat hun acteurs niet meer kunnen fronsen of pretoogjes kunnen trekken. Volgens Loek Habbema van Medisch Centrum ’t Gooi hebben Scorsese en Luhrmann meer verstand van films dan van cosmetische chirurgie. “Van een facelift krijg je een uitdrukkingsloos gezicht; niet van botox. Tientallen spieren bepalen de gelaatsuitdrukking en botox legt er maar een paar lam. Alleen wanneer het je handelsmerk is - zoals bij Jack Nicholson - om je wenkbrauwen een eind omhoog en de rest van je gezicht in plooien te trekken, kun je beter van botox afblijven.”
Sinds 1969 worden injecties in het gelaat met botox gebruikt tegen migraine, spastische spierkrampen, tremors en tics. Toen in de jaren ’80 een patiënt van Jean en Alistair Carruthers eens langs zijn neus weg opmerkte dat zijn rimpels waren afgenomen sinds hij botox gebruikte, kwam het Canadese chirurgenechtpaar op het idee om cosmetische toepassingen van botox te gaan ontwikkelen. Sinds 1989 mag botox in de Verenigde Staten voor medicinale doeleinden worden gebruikt, maar cosmetische toepassingen van botox werden de afgelopen dertien jaar gedoogd. In april 2002 gaf de Amerikaanse Food and Drug Administration formeel toestemming om botox ter verfraaiing van het uiterlijk te gebruiken. In Nederland is botox in 1993 als geneesmiddel geïntroduceerd en wordt het sinds een jaar of vijf voor cosmetische doeleinden gebruikt. Het aantal botox klanten loopt vooralsnog slechts in de honderden, maar Habbema en zijn collega Velthuis van de Velthuiskliniek verwachten dat het “zo wel storm zal gaan lopen.”
Injecties met botox kosten minstens €500,- per regio van het gezicht (met een aantrekkelijke korting als tegelijk meerdere regio’s worden ingespoten). De behandeling duurt een minuut of tien, is niet pijnlijker dan acupunctuur en veroorzaakte geen zwellingen of verkleuringen in het gelaat – de cliënt kan meteen weer aan het werk zonder dat het iemand opvalt dat hij of zij botox heeft gebruikt. Pas na enkele dagen begint het gif te werken. Botox heeft zich dan aan het uiteinde van de zenuwen gehecht en voorkomt de afgifte van de neurotransmitter acetycholine die de spier doet samentrekken. Het resultaat is een glad gelaat, maar dat is niet blijvend. Geleidelijk herstelt het lichaam de verbinding tussen brein en spier en keren de rimpels terug. Na vier tot negen maanden is de botox helemaal uitgewerkt. Voor een blijvend effect moet de behandeling worden herhaald – jaar in, jaar uit.
Aangezien de eerste tekenen van spierspanningsrimpels al de kop op dreigen te steken als je in de twintig bent, raden veel cosmetische chirurgen aan om op jonge leeftijd met botox te beginnen – voorkomen is beter dan genezen. Om er op je vijftigste nog als dertig uit te zien, is meer nodig dan alleen botox: lichaamsbeweging, niet roken, weinig alcohol, veel water drinken, geen zonnebank (maakt de huid oud) en af en toe een drastische peeling om vlekjes op de huid weg te werken. Teveel afvallen is zeker voor een vrouw uit den boze: de laatste resten van het babyvet verdwijnen uit haar gelaat en als ze weer aan gewicht wint, komt het spek terug op buik, borst en dijen – waardoor ze op een vetgemeste kalkoen gaat lijken. Maar zelfs een combinatie van een gezonde levenswijze en botox beschermt niet volledig tegen het knagen van de tand des tijds. De kreukels die door het dunner en minder elastisch worden van de huid en de plooien die door het zakken van het gezicht ontstaan, houdt botox niet tegen – daartegen helpen zo’n zestig verschillende opvulmaterialen (variërend van het gereputeerde hyaluronzuur tot het paardenmiddel polymelkzuur dat Vanessa gebruikt) of een facelift.
Velthuis meent dat botox zijn afkomst niet mee heeft – je moet toch even over een drempel heen voordat je je laat inspuiten met de stof die Clostridium botulinum gebruikt om zijn slachtoffers te doden. Maar van alle middelen die de cosmetische chirurg toepast, is botox één van de best geteste. Omdat het spul oorspronkelijk op de markt is gebracht als geneesmiddel is het zoals alle geneesmiddelen rigoureus onderzocht op mogelijke schadelijke effecten. Botox schaadt niet, maar of het werkelijk baat hangt af van wie het inspuit. Iedere arts mag een poging wagen om uw gelaatsspieren lam te leggen; er bestaat niet een keurmerk voor medici die geschoold en ervaren zijn in het toepassen van botox. Als de cosmetische chirurg een botox-beunhaas is, kan het resultaat behoorlijk tegenvallen. Maar er is één troost: na een mislukte facelift ben je blijvend met een rotkop opgescheept; de gevolgen van geknoei met botox zijn na een half jaar verdwenen.

Terug naar boven

Een welbestede nacht

Slapen is een eerste levensbehoefte. NASA-onderzoekers ontdekten dat piloten tijdens nachtvluchten regelmatig eventjes wegdoezelen. De giframp in het Indische Bhopal in 1984 en de brand in de kerncentrale van Tsjernobyl in 1986 werden mede veroorzaakt door volkomen versufte nachtwerkers.
Ratten die wekenlang werden gewekt zo gauw ze in slaap vielen, stierven uiteindelijk aan ondergewicht en uitputting. Zij aten, dronken en rustten veel, maar door het slaapgebrek stortten de regelmechanismen van hun lichaam in: de hormoonhuishouding, het immuunsysteem en de interne thermostaat. Hun lichaam brandde uiteindelijk zichzelf op.
Het verschil tussen slapen en rusten is te meten met een elektro-encefalogram (EEG). Het EEG registreert de elektrische activiteit van de hersenen. Wie zich ontspant heeft een alfaritme met een frequentie tussen zeven en dertien hertz (golven per seconde). Het EEG van slapers daalt tot een frequentie beneden de zeven Hz.
Een gezonde nachtrust bestaat uit lichte en diepe slaap, afgewisseld met REM-slaap. De REM-slaap dankt zijn naam (Rapid Eye Movement) aan de snelle oogbewegingen achter gesloten oogleden. De REM-slaap staat bekend als droomslaap, maar dromen komen ook voor in andere slaapfasen. Tijdens de REM-slaap is het lichaam grotendeels verlamd. Wie in zijn droom vloekt, zijn partner slaat en zijn tanden knarst, is niet met REM-slaap bezig.
Mens en dier delen een hardnekkige behoefte aan REM-slaap. Proefpersonen die werden gewekt zo gauw ze in REM-slaap raakten, moesten de eerste nacht van het experiment tien keer wakker worden gepord; de zesde nacht drieëndertig keer.
REM-slaap is vooral nodig als de hersenen in de groei zijn: de laatste maanden voor en de eerste jaren na de geboorte. Baby's besteden halve dagen aan REM-slapen. Maar zelfs volwassenen hebben nog behoefte aan ongeveer anderhalf uur REM per dag.
Misschien helpt de REM-slaap bij het leren. Een groep Belgische onderzoekers liet proefpersonen een computerspel oefenen en mat hun hersenactiviteit. 's Nachts bleken tijdens de REM-slaap dezelfde hersendelen actief te zijn als overdag tijdens het computerspel. Bij een controlegroep die gewoon had gewerkt, waren tijdens de REM-slaap heel andere hersendelen actief.
De helft van de proefpersonen werden door de onderzoekers steeds in hun REM-slaap gestoord; de andere helft mocht lekker doorpitten. Na een gestoorde nachtrust waren de spelers de volgende ochtend net zo vaardig op de computer als de vorige dag. Maar degenen die naar hartelust hadden kunnen dromen, waren 's ochtends beter dan ooit in het computerspel, alsof ze in hun slaap hadden geoefend.
Volgens Francis Crick reinigt dromen de hersenen. Crick ontving in 1962 de Nobelprijs omdat hij had ontdekt hoe erfelijke informatie wordt opgeslagen in het DNA. Sindsdien onderzocht hij hoe de hersenen informatie verwerken. Tijdens het dromen zouden domme gedachten en onzinnige associaties worden weggegooid, waardoor de hersenen de volgende ochtend sneller werken en minder fouten maken.
Godsdienstfanaten, freudiaanse psychoanalytici en New Agers hebben tevergeefs geprobeerd om dromen te duiden. Volgens Crick zijn de beelden die we tijdens onze dromen zien slechts het stof dat wordt opgeworpen door de schoonmaakploeg in onze hersenen. Het verhaaltje van de droom doet niet ter zake, maar het onderwerp geeft wel aan welk bovenkamertje wordt gereinigd. Een nachtmerrie over het rijexamen verhoogt de kans dat je de volgende ochtend slaagt.

De introductie van de gloeilamp in 1879 heeft ons activiteitenpatroon sterk beïnvloed. Sindsdien gaan wij niet meer met de kippen op stok. We slapen ook steeds korter: in een eeuw tijd is de gemiddelde nachtrust verkort van tien tot zeven uur. Mensen zijn de enige levensvorm die probeert om zo min mogelijk te slapen. Wat voor nut heeft het om wakker te zijn? Zuinigheid door luiheid is het principe dat in de hele natuur geldt. Slapen is de beste manier om te besparen op de kosten van het levensonderhoud. Planten slagen erin om levenslang te vegeteren. Dieren zijn niet langer wakker dan strikt noodzakelijk is om te eten, te paren en een veilig plekje te vinden om te slapen. Luiaards en katten kunnen met acht uur waken per dag toe. Zij zijn workaholics vergeleken met de zevenslaper, de meest onthaaste slaapmuis, die niet meer dan tien procent van zijn leven actief is. Wie te lang wakker is, dreigt te vervallen in activiteiten die biologisch volstrekt nutteloos zijn.

Terug naar boven

De machtswellusteling

In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw was de Amerikaanse psycholoog Abraham Maslow zeer populair. Volgens Maslow kent de mens een hiërarchie van wensen, variërend van het noodzakelijkste om te overleven tot hogere doelen. Eerst moeten de banale behoeften zijn bevredigd, zoals die aan eten, drinken, seks, slaap en veiligheid, voordat men toekomt aan het nastreven van vriendschap, liefde, de waardering van anderen en zelfwaardering. Het hoogste ontwikkelingsstadium is zelfverwerkelijking.
Het was wetenschappers al een paar duizend jaar eerder opgevallen dat degenen die van honger krepeerden zo weinig filosofische traktaten schrijven. Het originele van Maslows psychologie was de nadruk op zelfwaardering en zelfverwerkelijking. Aangezien destijds hippies de hele dag apenstoned op de campus van de universiteit zichzelf verwerkelijkten, werd deze jonge generatie trendsetters door Maslow zeer gesterkt in haar zelfwaardering.
Toen de hippies de universiteit verlieten, verloren wetenschappers hun belangstelling voor Maslows hiërarchie. Maslow is nog wel populair in kringen van managers, politici en andere machthebbers. Dat komt misschien doordat de studenten van toen de machthebbers van nu zijn, maar waarschijnlijk ook omdat Maslow in zijn behoeftenhiërarchie machtswellust negeert.
Maslow beschouwde Mahatma Gandhi als de verpersoonlijking van het hoogste stadium van zelfverwerkelijking, waarin men wars is van conventies en platte, aardse behoeften. Maar Gandhi leefde als een fundamentalistische hindoe, dus absoluut niet als nonconformist. Hij baadde niet in luxe, maar wel in macht. Gandhi was geen kluizenaar, maar een publieke figuur die een massabeweging leidde. Hij werd op handen gedragen, overtroefde de leiders van het Britse imperium en was een uiterst geslepen politicus.
De Engelse filosoof Thomas Hobbes schreef in 1651 dat we allemaal zijn behept met "een voortdurend en rusteloos verlangen naar macht om de macht, dat pas met de dood eindigt." Darwinisten begrepen ruim twee eeuwen later waarom macht sinds de oertijd een levensbehoefte is: machtige mannen konden zich veel voedsel en vrouwen toeëigenen, waardoor zij onze voorvaderen werden en de genen van machteloze mannen uitstierven. Vrouwen die machtige mannen aantrekkelijk vonden, werden onze voormoederen. Aangezien het bezit van extra seksuele partners vrouwen geen extra nakomelingen opleverde, is machtswellust van nature minder sterk aanwezig bij vrouwen en maakt macht een vrouw niet aantrekkelijker.
Tegenwoordig worden politici en managers geacht om niets te laten blijken van hun lust naar seks en macht. Ze zitten zogenaamd om zes uur 's avonds bij moeders achter de piepers en pretenderen alsof ze na veel tegenstribbelen zijn overgehaald om `hun verantwoordelijkheid te nemen', `zich in te zetten voor de gemeenschap', `zich op te offeren voor het landsbelang', `toe te geven aan de roep van het volk,' of (en dat is helemaal in het straatje van Maslow) `een uitdaging aan te gaan die leermomenten en persoonlijke groei biedt.'
Alleen een psychopaat kan machteloos zijn - omdat iedereen zijn daden en ideeën minacht - en toch zichzelf geweldig vinden. Een normaal mens ervaart pas zelfwaardering en zelfverwerkelijking als anderen hem macht toekennen omdat hij in zijn specialiteit iets bijzonders presteert. Politici, managers, sporters, kunstenaars en wetenschappers beulen zich af om de beste, invloedrijkste en meest bewonderde te zijn. De hoogtepunten van de menselijke cultuur komen niet voort uit een verheven behoefte die losstaat van de biologie, maar uit ordinaire machtswellust.

Terug naar boven

Penis kwijt

In 1963 kreeg een Amerikaans echtpaar een eeneiige tweeling – twee jongetjes die als twee druppels water op elkaar leken. Er was maar één klein verschil, maar dat zou grote gevolgen hebben. De ene helft van de tweeling had phimosis, een vergroeide voorhuid van de penis. Toen hij zeven maanden oud was, werd hij daarom besneden. De doktoren legden een metalen strik om zijn voorhuid die elektrisch werd verhit. Helaas hadden de medici het voltage verkeerd ingesteld; niet alleen de voorhuid maar de hele penis werd weggebrand. De psycholoog John Money adviseerde de ouders om het kind als een meisje op te voeden en verzekerde hen dat socialisering in de vrouwenrol geen probleem zou vormen. De jongen kreeg een meisjesnaam (Joan) en werd voortaan gekleed en behandeld als een meisje. John Money bleef de ouders ter zijde staan en rapporteerde in 1972 dat zij en haar ouders zich volledig hadden aangepast aan haar nieuwe identiteit. In de jaren zeventig en tachtig werd het verhaal over Joan regelmatig genoemd in psychologische teksten en boeken van beroemde feministen, zoals Anja Meulenbelt en Alice Schwarzer, als het definitieve bewijs dat de opvoeding en niet de biologie bepaalt of een kind een man of een vrouw wordt.
In werkelijkheid is hier nooit sprake geweest van een wedstrijdje tussen cultuur en natuur. Toen Joan zeventien maanden oud was, werd zij gecastreerd en van een vagina voorzien. Daarna kreeg Joan hormoonbehandelingen en psychotherapie om vrouwelijker te worden. Vanaf twaalfjarige leeftijd werden de doses vrouwelijke hormonen verhoogd om Joan in de puberteit te brengen. Niet alleen de inspanningen van de ouders en de therapeut maar ook de vrouwelijke hormonen stuurden Joan in vrouwelijke richting. Anderzijds waren Joans hersenen geruime tijd blootgesteld aan typisch mannelijke hoeveelheden van het hormoon testosteron: vanaf de achtste week van de zwangerschap, toen haar testes testosteron begonnen te produceren, tot de achttiende maand na de geboorte, toen de testes werden verwijderd.
John Money verloor Joan en haar familie na haar twaalfde uit het oog, maar zijn collega Milton Diamond speurde hen jaren later weer op. Het bleek dat Joan al van jongs af aan had gerebelleerd tegen de vrouwenrol. Op school werd Joan altijd gepest om haar mannelijk gedrag. Haar ouders en de doktoren hielden echter voor Joan verborgen dat zij als jongen was geboren. Pas toen Joan op veertienjarige leeftijd suïcidaal werd, onthulde men haar de waarheid. Joan noemde zich voortaan John. In de volgende drie jaar liet John zijn borsten amputeren en een penis en scrotum reconstrueren. Dezelfde klasgenoten die Joan pestten, accepteerden John – want gedrag dat bespottelijk was voor iemand die Joan heet, pastte precies bij een John. Op seksueel gebied had John zich altijd al aangetrokken gevoeld tot vrouwen. Hij trouwde op zijn vijfentwintigste en adopteerde de kinderen die zijn vrouw uit een eerder huwelijk had. In 2002 overleed Johns identieke tweelingbroer aan een overdosis antidepressiva, waarna John depressief werd, zijn baan verloor en zijn huwelijk op de klippen liep. In 2004 pleegde John (zijn echte naam was David Reimer) zelfmoord.
Het verhaal van John is niet uniek. Er zijn wel meer pogingen gedaan om per ongeluk ontmande baby's of jongetjes die zonder penis zijn geboren tot meisjes op te voeden maar ze zijn vrijwel allemaal mislukt. Hormonen maken al in de baarmoeder het brein van de foetus mannelijk of vrouwelijk. Je wordt als jongen of meisje geboren.

Terug naar boven

Geniet mateloos

Waarom kom je zelden een bejaarde zalm tegen? De zalmen van de Stille Oceaan vreten zich twee tot acht jaar vol (dit verschilt per soort) met kreeftjes en visjes. Daarna zwemmen ze naar de bovenloop van de rivier waar ze zijn geboren. Als ze de stroomversnellingen overwinnen en de roofdieren (beren, arenden en mensen) ontlopen, zullen ze paaien op hun geboorteplek. De zalmen beginnen kerngezond aan hun reis maar lijden bij aankomst op de paaiplaats aan hart- en vaatziekten, maagzweren en beschadigingen van nieren en lever; hun immuunsysteem is in elkaar gestort en ze hebben infecties, schimmels en allerlei parasieten. Binnen enkele weken na de paring zijn ze dood. Alleen een operatie kan de zalm redden: wanneer op de paaiplaats de bijnieren worden weggehaald, leeft de patiënt nog minstens een jaar en takelt geleidelijk af - alleen dan wordt hij langzamerhand een bejaarde zalm.
De bijnieren van de zalm zijn het enige orgaan dat tijdens de tocht stoomopwaarts niet is gedegenereerd maar juist is gegroeid. Bijnieren produceren corticosteroïden en andere stresshormonen die de zalmen in staat stellen enorme obstakels te overwinnen. Corticosteroïden verhogen de bloeddruk en pompen glucose, vet en licht verteerbare eiwitten in het bloed die de energie leveren voor de sprong, de vlucht of het gevecht waarmee het dier zijn leven kan redden.
Langdurige blootstelling aan corticosteroïden is echter zeer ongezond, niet alleen voor zalmen maar ook voor alle andere dieren, inclusief de mens. Met het ouder worden krimpen de hippocampus in de hersenen en de zwezerik in de borstholte; corticosteroïden versnellen de degeneratie van deze organen. De zwezerik produceert T-lymfocyten, die een essentiële rol spelen in het immuunsysteem. Hoe kleiner de zwezerik, des te minder de weerstand tegen schimmels en virussen. De T-lymfocyten die nog wel worden geproduceerd, lijden onder de aanwezigheid van corticosteroïden in het bloed en leven daardoor korter. Bovendien belemmeren corticosteroïden de afscheiding van twee andere stofjes die onmisbaar zijn voor het immuunsysteem: interleukine en interferon.
Stress is funest voor de groei: corticosteroïden blokkeren de afgifte van groeihormonen, verminderen de gevoeligheid van cellen voor groeihormonen en belemmeren de productie van nieuwe eiwitten en nieuw DNA in delende cellen. Ook het geraamte wordt door corticosteroïden aangetast: zij belemmeren de deling van botvormende cellen, versnellen de afbraak van bot en verminderen de opname van kalk uit voedsel en de leverantie van kalk aan de botten.
De spijsvertering heeft ook te lijden onder stress. De alvleesklier van een ontspannen eter produceert veel insuline, dat het transport van vetzuren en glycerol, het omzetten van zetmeel, suikers en koolhydraten in glucose en het omzetten van eiwitten in aminozuren regelt. Corticosteroïden hinderen de productie van insuline en maken vetcellen in het lichaam minder gevoelig voor insuline. Als dit te lang duurt, kun je suikerziekte krijgen.
Stress is ongezonder dan roken, zuipen of vet eten. Rokers die ervan overtuigd zijn dat ze kanker zullen krijgen, lopen een groter risico dan zorgeloze rokers. Relaxte kankerlijders hebben betere overlevingskansen dan bange patiënten. Wie dankzij de voorlichtingscampagnes van het Ministerie van Volksgezondheid zich zorgen maakt of schuldig voelt over zijn ongezonde levensgewoonten, loopt een vergroot risico vroegtijdig in het graf te belanden.

Terug naar boven

Naastenliefde

Vijf mensen wandelen in een mijntunnel die is uitgeboord voor een smalspoorlijntje waarover kolen worden afgevoerd. De tunnel is zo nauw, dat zij over de rails moeten lopen. Er komt een op hol geslagen treintje aan denderen. U weet hiervan maar gelukkig kunt u er iets aan doen. U staat namelijk op een klein perronnetje in het tunnelstelsel waar het spoor zich splitst en de trein zal passeren alvorens slachtoffers te maken. Binnen handbereik is een wissel die maar omgezet hoeft te worden om de trein de andere tunnel in te sturen.
Helaas bevindt zich in die andere tunnel een wandelaar. U weet dat en u weet ook dat die tunnel zo nauw is dat de arme ziel geen schijn van kans heeft als de spooktrein op hem af komt. U moet dus vijf mensenlevens tegen één mensenleven afwegen. Waarschijnlijk zet u de wissel om en kiest u voor de optie die de minste slachtoffers maakt. Dat is tenminste het antwoord dat de meeste mensen geven wanneer hun dit morele dilemma wordt voorgelegd.
Nu veranderen we het scenario een beetje. Er is geen wissel of zijspoor. Maar u staat op het perronnetje met een onbekende dikzak. U bent zelf gespierd maar slank - als u voor de trein springt, wordt u weggeslingerd en vervolgt zij haar dodelijke koers. Maar als de zwaargewicht voor de trein terechtkomt, zal zij ontsporen. Helaas zal de dikke man de botsing niet overleven, maar zijn dood redt het leven van vijf wandelaars verderop in de tunnel. Tijd om te overleggen met de dikke man is er niet, want de trein komt er al aan - u moet nu beslissen of u hem een zetje geeft. De meeste mensen zeggen dat ze hiertoe niet bereid zijn. Toch is het morele dilemma precies hetzelfde: offert u zonder overleg het leven van één onbekende om de levens van vijf anderen te redden?
In september 2001 rapporteerde de psycholoog Jonathan Cohen van de Amerikaanse Princeton universiteit in het vooraanstaande wetenschappelijke blad Science dat hij had onderzocht welke hersendelen worden gebruikt bij het beoordelen van deze twee morele dilemma's. Wanneer het gaat om het omzetten van een wissel gebruiken wij een gedeelte van het geheugen dat nuchter calculeert. In het scenario waarin we overwegen om een medemens voor de trein te duwen, kiezen voorhoofdskwabben die emotioneel beladen beslissingen nemen. Zelfs de kleine minderheid die verklaarde bereid te zijn de zwaargewicht voor de trein te gooien, aarzelde lang over de beslissing, terwijl ze in het andere scenario in een fractie van een seconde koos voor het omzetten van de wissel.
Onze voorhoofdskwabben hebben moeite om een naaste te doden. Zijn de voorhoofdskwabben de zetel van de naastenliefde? Is het naastenliefde om één mensenleven zwaarder te laten wegen dan vijf mensenlevens? En als er nu mensen op het perron staan die behoren tot een vijandige groep die we schuldig achten aan onderdrukking, discriminatie, moordpartijen en duivelverering? Zouden we dan bereid zijn om vijfentwintig mensen voor de trein te gooien om vijf leden van de eigen groep te redden? Cohen vreest van wel - niet de hoog geprezen naastenliefde maar de verachte onderbuikgevoelens bepalen onze emotionele beslissingen.

Terug naar boven

Als je haar maar goed zit

De mens is een naakte aap. Over onze hele lichaam zitten haarzakjes, maar een fatsoenlijke vacht wil er niet uit groeien. Dat hoeft ook niet. We hebben geen haar meer nodig om ons te beschermen tegen de elementen. Ons haar is een accessoire geworden waaraan we herkend worden in het sociale verkeer: daar heb je die blonde, die rooie, die zwarte, die kale, die baardaap of die krullenbol – en met ons kapsel vertellen we iets over onze smaak, rang, stand, politieke voorkeur of geloof.
Onze verre voorouder was een harige aap die op zijn voeten en knokkels door het Afrikaanse woud wandelde. Toen hij vijf miljoen jaar geleden naar de savanne verhuisde, verloor hij zijn vacht en ging rechtop lopen – vermoedelijk om zich aan te passen aan de schaduwloze brandende hitte die op de savanne heerste. Dieren die vanouds op de savannen leefden, zoals antilopen en zebra’s, hebben een speciaal aangepaste bloedsomloop of een waterreservoir om het hoofd koel te houden. De aapmens bezat niet zo’n ingenieus koelsysteem en stak daarom zijn hoofd boven het maaiveld uit: hij begon op twee benen te lopen zodat hij een briesje kon vangen. Hij begon te zweten, zodat het verdampende vocht verkoeling kon schenken. En hij werd bijna overal kaal, omdat transpiratie het best verkoelt op een naakte huid. Alleen op zijn schedel bleven dunne, lange manen groeien en elders op zijn lichaam ontsproten in de puberteit korte, dikke krulharen – vooral op plekken waar de geurhormonen vloeien waarmee we het ander geslacht lokken, zoals de oksels en de schaamstreek. Ook op het gezicht groeit haar dat een geslachtskenmerk is: de baard.

De rode duivel

Een lichtblonde vrouw en haar donkerharige echtgenoot krijgen een kind met rood haar. Vroeger vond men dat vreemd. De kleine zou wellicht een bastaard zijn. De associatie tussen rood haar en buitenechtelijke seks was zo sterk dat Judas vaak met rood haar werd geschilderd: uit zonde geboren en gedoemd om in zonde zijn leven af te sluiten.
Nu we meer weten over erfelijkheid, kan dit vooroordeel over roodharigen worden begraven. Er zijn twee elementaire haarkleuren: de ene varieert van heel licht bruin (lichtblond) tot heel donker bruin (wat eruit ziet als zwart); de andere haarkleur van licht- tot donkerrood. Een genetische aanleg voor rood haar bevindt zich op het einde van de lange arm van chromosoom 16. We hebben van ieder chromosoom twee exemplaren en de haarkleur wordt bepaald door het samenspel van die twee – doorgaans verschillende – chromosomen. Het gen voor rood haar wordt meestal overheerst door het gen voor donker haar, maar overheerst op zijn beurt het gen voor lichtblond haar. Iemand met donker haar kan dus drager zijn van een gen voor rood haar en roodharige kinderen krijgen – zeker wanneer zijn partner lichtblond is.
Rood haar komt bij alle etnische groepen voor, ook bij zwarten. Van de autochtone Nederlanders heeft ruim twee procent rood haar; de Schotten zijn het meest gezegend met roodharigen: ruim tien procent. Bij de nauw aan de Schotten verwante Ieren komt rood haar ook relatief veel voor.

Door manen en baarden op een bepaalde wijze te knippen of scheren of juist wild te laten groeien, kan aangeven tot welke cultuur of subcultuur men wil behoren. Tenminste, voorzover de machthebbers vrijheid van haardracht toestaan. Van de Taliban moesten alle mannen een baard hebben. Bijna drie eeuwen geleden meende de Russische tsaar Peter juist dat baarden achterlijk zijn. Hij introduceerde een baardbelasting: wie per se een baard wilde blijven dragen, moest jaarlijks dertig tot honderd roebel belasting betalen. Als betalingsbewijs werd een vierkanten koperen munt uitgereikt, met aan de ene kant de zwarte Russische adelaar en een krans waarin een snor en baard waren afgebeeld en aan de andere het (belasting)jaar. Alleen priesters hadden nog recht op gratis gezichtshaar.

De zetel van de ziel

In het Oude Testament verliest Simson zijn kracht doordat Delila zijn haar afsnijdt. Ook in veel andere culturen bestond het geloof dat in het haar het geheim is verborgen van bijzondere kwaliteiten en psychische kenmerken van een mens. Zo zat de kennis van de priesters van de West-Afrikaanse Hos in hun haar en het talent van regenmakers bij de Oost-Afrikaanse Masai in hun baard. Tegenwoordig weten we dat onze identiteit in de hersenpan huist. De keuze voor een bepaald kapsel wordt natuurlijk in de hersenen gemaakt, maar het lijkt onmogelijk dat de manier waarop het haar groeit iets zegt over geestelijke vermogens. Toch is dat niet helemaal waar. Zo ontdekten onderzoekers van diergedrag dat koeien en paarden met een kruin boven hun ogen doorgaans veel minder mak zijn dan soortgenoten met een lager gesitueerde kruin. Een dubbele kruin hoog op het voorhoofd van het beest voorspelt niet veel goeds voor zijn gedrag. Het is gebleken dat in het embryo dezelfde cellen zowel de haarimplant als de opbouw van de hersenen regelen. Ook bij mensen is er een verband tussen haarimplant en geestelijke vermogens. Mensen met Down’s syndroom hebben merkwaardig haar en schizofrenen en autisten hebben relatief vaak meerdere kruinen en kruinen op gekke plekken.

De snor werd regelmatig gebruikt als politiek statement: voor de revolutie van 1830 droeg bijna niemand in Frankrijk of België een snor; erna kwam je in Parijs of Brussel geen middenstander met een kale bovenlip tegen. Toen de Nederlanders in oktober 1830 eventjes Leuven bezetten, waren de snorren van de Belgische patriotten als bij toverslag verdwenen.

Ludwig I, koning van Beieren, vond snorren veel te liberaal staan en verordonneerde in augustus 1838 dat alle snorren onmiddellijk afgeschoren moesten worden. Wie door de politie met een begroeide bovenlip werd betrapt, moest gearresteerd en geschoren worden.
In de loop van de geschiedenis besloot menige machthebber zijn onderdanen hun plaats te wijzen door hen een bepaald kapsel voor te schrijven. Zo mochten de vorsten en de adel van het Frankenland (dé Europese grootmacht vanaf de vijfde eeuw) als enigen lang haar (dat in een krulpermanentje zat) en lange baarden hebben – voor het gewone volk was dit verboden. Deze regel werd afgeschaft in de negende eeuw, toen Karel de Kale de troon besteeg. Voortaan waren koningen en edelen kortgeknipt en droegen juist de horigen lang haar en dito baarden. Toen de kortharige en gladgeschoren Normandiërs vanaf 1066 Engeland veroverden, besloten zij dat de onderworpen autochtone Angelsaksen hun haar lang moesten dragen: zo kon ieder het verschil zien tussen meester en knecht.

Feiten en cijfers haargroei

Blonde mensen hebben meer haren (zo’n 140.000) dan donkerharigen (ca. 120.000) en roodharigen (90.000). Op het gezicht van de man groeien, afhankelijk van de dichtheid van zijn baard, ongeveer 10.000 tot 20.000 haren. Hoofd- en baarharen groeien met een gemiddelde snelheid van 15 cm per jaar en vallen na ongeveer vier jaar uit. Dus wie zich niet knipt of scheert, zou zijn haar en baard tot op de broekriem kunnen laten groeien. De groeisnelheid en levensduur van haar verschillen per haar (gelukkig maar, want anders vielen ze allemaal tegelijkertijd uit) en per individu. Zo slaagde de Noor Hans Langseth (1846-1927) erin om een baard van 533 cm te kweken. Lichaamshaar wordt nooit zo lang, omdat het traag groeit (schaamhaar bijvoorbeeld 5 cm per jaar) en een korte levensduur heeft (wenkbrauwhaar bijvoorbeeld maar 100 dagen).

De kerk was een tegenstander van lang haar (een baard mocht wel). De apostel Paulus had verklaard dat het schandalig was voor een man om met lang haar rond te lopen. Aan het eind van de elfde eeuw verkondigde de paus dat langharigen geëxcommuniceerd moesten worden. De heilige Wulstan, destijds bisschop van het Engelse Worcester, droeg altijd een scherp mesje bij zich. Als een gelovige voor hem knielde om gezegend te worden, wierp Wulstan een kritische blik op diens scalp en als het haar naar zijn zin te lang was, sneed hij er een lok van af, wierp het handjevol haar in het gezicht van de gelovige en snauwde dat de onverlaat snel de rest moest laten afknippen omdat hij anders naar de hel zou gaan. Serlo, de hofkapelaan, onderhield vanaf de kansel koning Henry I en zijn hofhouding, die allen lange krullen tot over de schouders droegen. In zijn donderpreek ging Serlo tot in detail in op de martelingen die langharigen in het hiernamaals te wachten stonden. De koning was tot tranen geroerd. Vervolgens toverde Serlo vanonder zijn priestergewaad een schaar tevoorschijn en knipte persoonlijk de koning en zijn hofhouding.

Grijs

De kleur van ons haar wordt bepaald door pigment. Met het klimmen der jaren wordt een uitgevallen gekleurde haar steeds vaker vervangen door een pigmentloos, wit exemplaar. Echt grijze haren bestaan niet. Grijs haar is de naam voor een mengelmoes van gekleurde en witte haren; een peper- en zoutkleur eigenlijk, waarbij het aandeel zout geleidelijk toeneemt. Bij blanken begint de vergrijzing gemiddeld op hun 34ste; bij Aziaten op hun 40ste en bij zwarten op hun 44ste. Een haar met pigmentkorrels erin kan nooit spontaan zijn kleur verliezen. Dus verhalen over gevallen waarin mensen na een traumatische gebeurtenis in een nacht of een week grijs zouden zijn geworden, lijken fabeltjes. Maar misschien zit er soms een kern van waarheid in. De zeer zeldzame aandoening alopecia areata veroorzaakt het uitvallen van haren met pigment, maar niet van witte haren. Alopecia areata lijkt toe te slaan als het slachtoffer door hevige stress wordt geplaagd. Wie peper- en zoutkleurig haar heeft, zou door alopecia areata in een mum van tijd alleen zijn zoutkleurige haren overhouden – en dan heeft hij nog geluk gehad, want een patiënt met alleen gekleurde haren wordt pijlsnel kaal.

Haaruitval

Toen bijna alle godvrezende en gezagsgetrouwe Engelsen eindelijk hun wilde haren hadden verloren, besloot William FitzOsbert, een twaalfde-eeuwse revolutionair, dat zijn aanhangers lang haar en lange baarden moesten dragen. Bij opstand tegen de gevestigde orde hoort nu eenmaal een revolutionaire haardracht – maar wat nu precies een revolutionaire haardracht was verschilde van tijdperk tot tijdperk. Zo was in de achttiende eeuw zeer zorgvuldig gecoiffeerd lang haar of een pruik het kenmerk van een rijke klasse die niet werkte, uren voor de spiegel doorbracht en de rest van de tijd vulde met feesten en partijen. Rebelse jongelui (zoals de United Irishmen die in 1795 in opstand kwamen) knipten tot ontzetting van hun ouders hun haar kort. Maar toen in de loop van de negentiende eeuw overal in West-Europa een nieuwe klasse van kapitalistische burgers aan de macht was gekomen, werd kort haar juist weer het kenmerk van de gevestigde orde en droegen revolutionairen als Marx en Bakoenin hun haar lang.
Hoe graag koningen en socialisten het volk ook over één kam willen scheren, aan kaalhoofdigheid van hun onderdanen kunnen zij niets doen. Bij veel mannen begint hun hoofdhaar uit te vallen zo gauw hun jeugdpuistjes verdwijnen. Er ontstaan inhammen links- en rechtsvoor en een ronde kale plek op de kruin. De drie kale zones breiden zich geleidelijk uit, totdat ze elkaar ontmoeten.
Het blonde haar van Europese blanken valt sneller uit dan het zwarte van Aziaten en Afrikanen. Een op de drie Europese mannen wordt al kaal wanneer hij in de twintig is. Op veertigjarige leeftijd is tweederde van hen kaal of flink kalend. Bejaarde mannen hebben allemaal de volle bos haar uit hun jongensjaren verloren, maar sommigen houden de schade binnen de perken. Erfelijke aanleg bepaalt of een man een snelle of een langzame kaler is. Bovendien is voor de typisch mannelijke kaalhoofdigheid naast genetische aanleg een behoorlijke dosis van het mannelijk hormoon testosteron nodig. De beste manier om haaruitval bij een man te voorkomen, is daarom castratie. Als een vrouw de genen voor kaalhoofdigheid erft, wordt zij weliswaar ‘kaal’, maar pas op relatief hoge leeftijd en bovendien dunt de hele haardos gelijkmatig uit, waardoor de haaruitval minder opvalt.

Scheren

Baardgroei toont aan dat de man oud genoeg is voor de voortplanting en voldoende mannelijke hormonen heeft. Je zou verwachten dat een vrouw alleen paart met een man met een baard en iedere man trots zijn gezichtsbeharing laat groeien. Maar vreemd genoeg scheren mannen zich al sinds mensheugenis en vinden vrouwen geschoren mannen nog aantrekkelijk ook. De oudste scheermesjes die men tot nu toe heeft gevonden zijn van flinterdun obsidiaan (een soort vulkanisch glas) en werden 25.000 jaar geleden in Kenia gebruikt. Duizenden jaren later werden stalen scheermessen uitgevonden, maar veel gebruikersvriendelijker dan obsidiaan waren die niet: het risico dat een scheerbeurt in een bloedbad eindigde was levensgroot. Pas nadat de heer Gillette in 1895 het wegwerpmesje in een scheermeshouder introduceerde, konden mannen zich veilig scheren. Tot die tijd lieten zij dit werk over aan de vakman: de barbier. Dat kostte natuurlijk wel een paar centen, dus een immer gladgeschoren man was redelijk welvarend – en welvaart is nu precies een eigenschap die mannen aantrekkelijk maakt voor vrouwen. Een gladde mannenwang is op zich niet sexy. Vrouwen vinden een volwassen man die zich niet hoeft te scheren onaantrekkelijk, want hij is geen echte man.

Testosteron

Testosteron is niet alleen medeverantwoordelijk voor haaruitval, maar ook voor de bloei van het lustleven. Sommige kale mannen verkondigen daarom hoopvol dat ze kaal zijn omdat ze meer testosteron hebben dan kerels met een volle bos haar. Helaas voor de kaalkoppen is dit niet het geval. Voor baardgroei en haar op de borst geldt dat je er meer van hebt naarmate het testosteronniveau hoger is, maar kale mannen zijn gemiddeld op de rest van hun lichaam niet hariger dan mannen met een harige kruin. Kaalheid is geen teken van mannelijkheid – en vrouwen blijken ook niet te vallen op kalende mannen. De evolutionair-psycholoog Michael Cunningham heeft de aantrekkelijkheid laten beoordelen van met de computer gemanipuleerde foto’s van mannen aan wie afwisselend een volle haardos, wijkende haargrens of kale knikker was gegeven. Als de computer een man van dertig kaal maakt, ziet hij er op slag tien jaar ouder uit. Een harige man van veertig vonden vrouwen minder lelijk. Heeft het dan geen enkel voordeel om kaal te zijn? Toch wel: vrouwen vonden dat een man minder agressief, vriendelijker en zorgzamer lijkt naarmate er minder haar op zijn hoofd wil groeien. Het stekeltjeskapsel van een skinhead straalt agressie uit, maar een glimmende biljartbal met een kransje haar aan de achterkant heeft iets sulligs. Men associeert het met een brave huisvader die letterlijk zijn wilde haren is kwijtgeraakt, keurig de kost verdient, voor het kroost zorgt en niet meer achter de vrouwen aan zit. Moderne mannen willen echter jong en flitsend lijken – bij onze cultuur hoort de illusie van de eeuwige jeugd. Kalende mannen draperen lokken uit het overgebleven haar over hun kale kruin, kopen een haarstukje of ondergaan een haartransplantatie. Omdat dit ook niet bepaald stoer staat, kiezen velen ervoor om de schamele, vergrijsde restanten van hun haar drastisch weg te scheren. Maar het blijft zo dat de aantrekkingskracht van een kale man met stoppels op de hersenpan afneemt naarmate het gedeelte dat hij nooit hoeft te scheren groter is. De mens lijkt dus alleen maar een naakte aap; in werkelijkheid is gebrek aan haargroei een serieuze handicap.

De krullenbol

Een haar die van nature krult heeft een ovale doorsnee; sluik haar een ronde. Maar je kunt de vorm van haar tijdelijk veranderen door iets met de verbindingen tussen de moleculen waaruit het haar bestaat te doen. Een permanentje is een chemische behandeling, waarbij de bruggen tussen de zwavelmoleculen in het haar worden gesloopt en vervangen door nieuwe bruggen die het haar in de gewenste vorm houden. De bruggen tussen de waterstofmoleculen in het haar zijn veel zwakker dan die tussen de zwavelmoleculen en kunnen worden verbroken door nat haar in model te föhnen. Wie na een nachtje zweterig woelen in bed of na het douchen vergeet zijn haar te kammen, geeft zichzelf ook onbedoeld een watergolf. Gelukkig herstellen de bruggen tussen de waterstofmoleculen zich veel sneller in de oorspronkelijke vorm dan de bruggen tussen zwavelmoleculen. Anders zou een bad hair day weken duren.

Terug naar boven

Hart voor de zaak

Wat goed is voor het hart is slecht voor het humeur. Mensen die een dieet houden of medicijnen slikken om hun cholesterolspiegel te verlagen, zijn niet alleen geïrriteerd omdat ze de vette hap missen, maar ook door een gebrek aan serotonine in de hersenen. Apen die op een cholesterolarm dieet werden gezet (zonder dat ze hoefden afvallen of lekkere hapjes moesten laten staan - ze kregen `gezondere' vetten), hadden na een tijdje nog maar half zoveel serotonine als normaal, waardoor ze erg onrustig en opvliegend werden.
Naarmate de cholesterolspiegel van de lijners en slikkers daalt, stijgt het risico dat ze vervallen tot gewelddadige misdrijven, vernielingen of brandstichting. Hoewel bij sommige risicogroepen voor een hartaanval (zoals mensen met het APO-E2-gen op chromosoom 18, bij wie cholesterol de vaatwanden verstopt) iedere procent daling van hun cholesterol ook de kans op een hartaanval met een procent doet afnemen, wordt dit effect deels tenietgedaan door het verhoogde risico te sterven door een verkeersongeluk, misdaad of zelfmoord.
In principe kan de lever alle cholesterol die een mens nodig heeft, maken uit suikers en koolhydraten. Bij degenen die hun cholesterolconsumptie drastisch verminderen, moet de lever alleen leren dat hij voortaan het tekort moet opvangen. De lijners en slikkers zijn dus niet gedoemd om zich levenslang rot te blijven voelen.
Een hartaanval lijkt een westerse welvaartsziekte. Traditioneel levende Papoea's en eskimo's hebben zelden last van hart- en vaatziekten, maar zo gauw ze westerse levensgewoonten overnemen, stijgt het aantal hartaanvallen snel. Japanse immigranten in westerse landen hebben een dubbele kans op een hartaanval vergeleken met hun familieleden in Japan. Als men Nieuw-Guinea bezoekt, ziet men geen suïcidale Papoea's aan de bomen bungelen; hun hormoonhuishouding is helemaal afgestemd op een dieet met weinig cholesterol.
Stress is een nog belangrijker risicofactor voor een hartaanval dan het dieet. Het hangt van het persoonlijkheidstype af hoe men omgaat met stress. De psycholoog Hans Eysenck ontdekte dat type 1, de binnenvetter die zijn frustratie verbergt en zich al snel hopeloos en hulpeloos voelt, kanker krijgt. Type 2 haat de mensen die hem dwarszitten en gaat zich regelmatig te buiten aan een woedeaanval - met als gevolg een verhoogd risico op een hartaanval. Deze zenuwlijders kunnen zichzelf enigzins tot bedaren brengen met een borrel; vandaar dat matig drankgebruik goed is voor het hart.
De grootste bron van stress is de baas. Michael Marmot verrichtte een langdurig onderzoek bij 17.000 ambtenaren werkzaam in Whitehall, het hoofdkwartier van de Britse rijksoverheid. Portiers en conciërges bleken vier keer meer risico op een hartaanval te lopen dan een secretaris-generaal. Lagere ambtenaren hebben iets ongezondere levensgewoonten dan hun superieuren, maar na correcties voor risicofactoren zoals bloeddruk, roken, lichaamsgewicht, cholesterolspiegel en gebrek aan lichaamsbeweging, bleken de ondergeschikten drie keer zoveel kans op een hartaanval te hebben als superieuren die even fit waren en net zo gezond leefden. Zelfs artsen en juristen hebben, vergeleken met hun bazen, een dubbele kans op een hartaanval. Het wordt tijd voor een waarschuwing op de deur van het kantoor: `Uw baas brengt uw gezondheid ernstige schade toe.'

Terug naar boven

Het blikje

Onze stadstuintjes worden bezocht door egels, winterkoninkjes, goudhaantjes, tjiftjafs, vleermuizen, uilen, valken, haviken enzovoort. Daarom zit de ware natuurliefhebber thuis achter de geraniums. Wandelingen in natuurgebieden bieden geen ontmoetingen met spectaculairder wild, want everzwijnen, vossen, dassen of bevers zie je er bijna nooit.
Wie is geïnteresseerd in de geschiedenis van de veeteelt komt in onze natuurgebieden wel aan zijn trekken: er lopen bijvoorbeeld de originele Drentse heideschapen, Engelse Herefords (voorouders van de koeien van de Amerikaanse cowboys) en Galloways (de halfwilde vleeskoeien die eeuwen geleden door Schotse cowboys naar de markt in Engeland werden gedreven). Maar niemand wordt in de Nederlandse natuur zo verwend met beelden uit het verleden als de liefhebber van oude fris- en bierblikjes. De stadsreiniging verwijdert zo snel mogelijk het zwerfvuil in de stad, maar de vrije natuur biedt een permanente tentoonstelling van historische exemplaren uit onze verpakkingscultuur.
Jaar in jaar uit maken zondagsrijders een parkeerplaatswandeling om een blik te werpen in de natuur. Degenen die langere afstanden lopen, houden hun rotzooi vaak bij zich. Niemand draagt voor zijn lol lekkende lege blikjes, kleverige propjes en vette zakjes. Het meenemen van afval wordt niet beloond en een slingerend bospad biedt ampel gelegenheid het onbespied weg te smijten. Je zou bijna denken dat echte wandelaars zozeer prijs stellen op schone bossen en heide dat ze bereid zijn om een geringe hoeveelheid afval mee te voeren op hun tocht. Maar dat is niet waar: men neemt alleen het eigen lege blikje mee, niet het exemplaar dat door een onbekende onverlaat langs het pad is achtergelaten. De moeite van het oprapen van andermans blikje weegt klaarblijkelijk zwaarder dan de aantasting van de ongereptheid van het natuurschoon. Het gaat er niet om de natuur schoon, maar om de norm hoog te houden. Beschaafde mensen deponeren alleen hun eigen afval in de daarvoor bestemde bakken en zakken - laat het schorremorrie de boel maar vervuilen.
Waarom houdt men zich aan regels als men alleen is? Volgens de Amerikaanse econoom Robert Frank is het economisch lucratief om bekend te staan als een deugdzame burger die geeft om het algemeen belang. De rol van deugdzaam burger kun je overtuigender spelen als je er zelf in gelooft. Wie de kat in het donker knijpt, moet een gespleten persoonlijkheid ontwikkelen om een geloofwaardig heilig boontje te blijven. Het psychisch ongemak van zo'n gespleten persoonlijkheid weegt zwaarder dan de minimale besparing van tijd, geld of ongemak die het dumpen van afval, kleine verkeersovertredinkjes of kruimelfraude oplevert. Daarom gooit de beschaafde wandelaar geen blikje weg, maar laat hij wel andermans blikje liggen, ook al is de moeite van het meenemen gelijk. Slechts het achterlaten van je eigen blikje schaadt je emotionele integriteit, niet het blikje dat door een ander is weggegooid.

Terug naar boven

Kinderziekten

In 1875 bracht een stamhoofd van de Fiji-eilanden een bezoek aan Australië. Hij keerde huiswaarts met de mazelen onder de leden. Er brak een verschrikkelijke epidemie uit op de eilandengroep. Een maand later was een kwart van de bevolking dood. Ook indianen en aborigines stierven de afgelopen eeuwen massaal aan de mazelen. Een besmet kind van blanke kolonisten hoefde maar eventjes te hoesten en er gingen een paar duizend indianen dood. De kolonisten bleven allemaal in leven. Hoe is het mogelijk dat de onschuldige kinderziekten van de Europeanen, zoals mazelen maar ook bijvoorbeeld waterpokken, dodelijk waren voor mensen van ver afgelegen continenten?
Het heeft allemaal met natuurlijke selectie te maken. In Europa zijn mensen die niet tegen de mazelen kunnen lang geleden uitgestorven, omdat de ziekte hier al bijna tweeduizend jaar bestaat. Het mazelenvirus is een afstammeling van het virus dat runderpest veroorzaakt. Toen runderen werden gedomesticeerd, ontstond de gelegenheid voor het virus om over te stappen en zich te specialiseren in het ziek maken van mensen. In de tweede en derde eeuw verspreidden de mazelen zich langs de handelsroutes in Azië, Europa en de Arabische landen.
De incubatietijd is bijna twee weken en de patiënt begint al vijf dagen voordat hij zich ziek voelt anderen te besmetten. Een handelsreiziger met mazelen kon nog een paar honderd kilometer afleggen en onderweg klanten en collega's aansteken voordat hij bedlegerig werd. Soms stierf een derde van de bevolking van de streken die hij bezocht. Aangezien de handelsreizigers behalve de mazelen ook andere ziekten verspreidden, is niet te bewijzen dat alle slachtoffers aan mazelen stierven. Maar uit kronieken blijkt wel dat men mazelen destijds beschouwde als een ziekte die dood en verderf zaait.
De mazelen bleven bij ons - dat kwam door de bevolkingsdichtheid. Wie de ziekte overleeft, is levenslang immuun, dus het virus moet telkens nieuwe slachtoffers vinden. In een kleine samenleving lukt dat niet. Een voorbeeld is Fär Öer. Op deze eilandengroep braken mazelen uit in 1781, daarna verdween de ziekte helemaal. In 1846 zorgde een Deense timmerman voor de comeback en alle 7782 bewoners werden ziek, waarna het virus er prompt weer uitstierf. Alleen als de samenleving uit minstens een half miljoen mensen bestaat, zijn er altijd voldoende nieuwe slachtoffers voor de mazelen: kinderen. Autochtone Nederlanders zijn allen afstammelingen van kinderen die dankzij de erfelijke eigenschappen van hun immuunsysteem probleemloos de mazelen overleefden.
Een onschuldige kinderziekte is een gevaarlijke epidemie uit een ver verleden. Dit blijkt wanneer de ziekte wordt geïntroduceerd in verre landen of wanneer in eigen land de omstandigheden veranderen. Het poliovirus verspreidt zich vooral via poep. Ons immuunsysteem is aangepast aan Middeleeuwse toestanden: het `verwacht' dat een eventuele besmetting met polio in de eerste levensjaren plaatsvindt. In die periode reageert het heel alert, waardoor het patiëntje volledig herstelt en levenslang immuun is. In de negentiende eeuw gingen de Nederlanders zo hygiënisch leven dat de besmettingskans sterk afnam en veel kinderen pas na het vierde levensjaar met het poliovirus in aanraking kwamen. Daar had het immuunsysteem geen rekening mee gehouden; het reageerde te traag met kinderverlamming als gevolg. Mensen die om religieuze redenen inenting tegen polio afwijzen, zouden er goed aan doen ook geen gebruik te maken van riolering of waterleiding.

Terug naar boven

Wacht u voor de penis

De mannen van de Ketengban, een Papoeastam van de Sterrenbergen in Nieuw-Guinea, lopen naakt, op een peniskoker na. Toen de Amerikaanse bioloog Jared Diamond hun vroeg waarom ze een peniskoker droegen, antwoordden zij dat het onbeschaafd is om in het openbaar een blote penis te tonen. Het merkwaardige is echter, dat de peniskoker het geslachtsdeel niet bescheiden wegmoffelt, maar er nadrukkelijk de aandacht op vestigt. De koker is soms wel een meter lang en wordt opgebonden, waardoor de mannen eruit zien alsof ze permanent een bovenmenselijk grote erectie hebben.
Zoals een westerse heer dagelijks een andere das uit zijn collectie selecteert, kiest een Ketengban een peniskoker waarvan de lengte, dikte, kleur en decoratie passen bij zijn stemming, het gezelschap waarin hij verkeert en de indruk die hij wil maken. Een grote koker die brutaal vooruit steekt, is een teken van dominantie. Ook andere Papoeavolken imponeren met hun peniskokers. Een licht geïrriteerde Eipo-Papoea tokkelt op zijn koker. Als hij echt kwaad wordt, pakt hij het touwtje waarmee de koker is opgebonden en laat hij zijn peniskoker op en neer zwiepen.
Met een peniskoker lijk je alleen maar groot geschapen; de krijgers van de Karamojong in Noord-Oeganda willen liever echt een forse penis. Zij hangen gewichten aan hun geslachtsdeel. Na jaren rekken en strekken bungelt de penis tot onder de knieën. Omdat de krijgers wel eens willen lopen zonder dat hun geslachtsdeel in de weg zit, leggen ze er een knoop in.
Een fallusbeeldje maken is een stuk minder pijnlijk. Op Bali zet men beeldjes van dreigend kijkende kerels met gigantische erecties voor deuren en ramen om dieven en kwade geesten af te schrikken. De oude Grieken en Romeinen hadden precies dezelfde gewoonte. Beeldjes van Priapos met een grote erectie bewaakten de tuinen, terwijl Hermes met zijn erectie als wachtpost diende bij grenzen en stadspoorten. Een reliëf van een fallus werd gemetseld in stadsmuren of aan gevels van woonhuizen om ongewenste bezoekers te waarschuwen dat met de bewoners niet te spotten viel.
De komst van het christendom betekende niet het einde van de fallus. Vanaf menige middeleeuwse kerk staren beeldjes van monstertjes met erecties de bezoekers dreigend aan. De kunsthistoricus Jan Baptist Bedaux wijst erop dat in de zestiende eeuw zelfs de gewoonte bestond om Christus met een imposante erectie uit te beelden, waarbij Zijn lid in theologische zin werd geduid als een teken van overwinning en een bewijs van kracht.
In dezelfde periode was de broekklep in de mode: een kleurige, rijk gedecoreerde kruisversiering die in de loop van de vijftiende en zestiende eeuw steeds verder uitpuilde, totdat hij een westerse versie van de peniskoker was geworden. Op staatsieportretten van koning Hendrik de Achtste van Engeland steekt een strak gespannen broekklep dwars door zijn mantel heen, alsof hij een erectie ter grootte van een rugbybal heeft.
De broekklep is in de zeventiende eeuw uit de gratie gevallen omdat de puriteinen niet gediend waren van zoveel aandacht voor geslachtsdelen. Tegenwoordig kan een leider zich ook niet in broekklep vertonen, omdat verheerlijking van de penis feministen op de tenen trapt. Nee, onze premier kijkt diep neer op fallisch machtsvertoon - vanuit zijn torentje.

Het klok en hamerspel
Als bavianen en makako's eten, zitten enkele mannetjes met hun rug naar de groep op wacht. Zo gauw ze soortgenoten van een naburige groep signaleren, krijgen ze een erectie en proberen ze door het tonen van hun geslachtsdelen de vreemdelingen te verjagen.
Ook mensen kunnen een erectie krijgen bij het zien van een zwakkere vijand. Zo vierden de mannen van Algiers in juli 1962 het einde van de Franse koloniale overheersing met een massale, openbare verkrachting van de Franse consul.
Ernest Hemingway beschrijft in For whom the bell tolls hoe Spaanse republikeinen een groep fascisten vermoorden. De eerste gevangene wordt simpelweg de afgrond ingeduwd, maar geleidelijk escaleert de agressie en de laatste slachtoffers worden doodgemarteld. De daders raken steeds meer opgewonden en krijgen een erectie. Als je de erectie van je vijand ziet, kan dat betekenen dat je laatste uurtje heeft geslagen.

Terug naar boven

Deze columns zijn in overleg met Marcel Roele (1961 - 2011) overgenomen en geplaatst

Marcel Roele schreef een boek over de menselijke soort