Frits van Haeften, is opgegroeid in IndonesiŽ. Hij studeerde in Leiden medicijnen en is op een onderwerp uit de ontwikkelingsbiologie gepromoveerd. Vier jaren als tropenarts bracht hij door in de wonderbaarlijke wereld van de Papoea’s. In Nederland heeft hij tot 1993 als chirurg gewerkt. In IndonesiŽ is hij twaalf maal, steeds in periodes van een maand, praktiserend en docerend werkzaam geweest en is nog steeds actief betrokken bij medisch ontwikkelingswerk in de tropen. Zijn leven lang heeft hij zich met filosofie bezig gehouden.

Onuitsprekelijke ervaring

De Eeuwige, de Ene, God, zijn namen die vervangend zijn voor wat wezenlijk onnoembaar is. Liever dan het gebruiken van een naam, duid ik de omstandigheden aan van een godservaring. Het woord God stamt af van het Germaanse woord voor goed, dus eerder een adjectief dan een naam. Tegenwoordigheid, Aanwezigheid, Geschieden, Groot Licht zouden wat mij betreft ook goede aanduidingen zijn voor een overdracht, waarachter een Godmenselijke werking schuil gaat.
Eenmaal overkwam mij Aanwezigheid, licht, goedheid en liefde tezamen in één overweldigende gebeurtenis. Ik zal trachten iets daarvan te beschrijven. Ik zat achter mijn bureau te werken, voor het raam. Buiten was het grijs, nat en winderig, zoals dat past in een oktobermaand. Ik had een CD opgezet met zes motetten van Johann Sebastian Bach. Ik ken deze al vele jaren goed omdat ik ze in een koor heb meegezongen. Ik moet bekennen dat ik deze uitvoeringen eigenlijk maar half volgde, aangezien ik geconcentreerd was op mijn schrijfarbeid. Toen klonk het motet "Furchte dich nicht, Ich bin bei dir". (Jesaja 41,10; 43,1). Dit bracht plots een beroering teweeg alsof ik uit mijn kruin naar buiten werd getrokken.
Er scheen een wonderbaarlijk, vreemd, gelig licht. Ik werd omgeven door helderheid en er was bevestiging alom. De rimpelloze sfeer is misschien nog het best te omschrijven als het zacht gloeien van een glimlach.
Ik werd doorstraald door een warme gloed van liefde, van een hoedanigheid die moeilijk is te omschrijven: een extase in volstrekte rust. Deze liefde was zo vanzelfsprekend en overtuigend, dat het er altijd al geweest moest zijn. Gek dat ik dat niet wist, van die grote liefde die mij eeuwig omgeeft. Er was een schreeuw in mij om te bevestigen: ja, ja en nog eens ja!!! Mijn nederige wezen werd verhoogd en het oude kerkgebed vervuld - illumina vultum tuum super nos - doe uw aanschijn over ons lichten.
Het was alsof ik door iets groots werd ingeademd en later weer terug geblazen in mijn tijdelijk omhulsel. Alles heeft niet lang geduurd, want ik vond mijzelf geheel ontdaan terug bij de slotregel van het motet: "Furchte dich nicht, du bist mein".

Ik werd opgenomen in een dragende stroom, in het eeuwige Licht. En in de hoogst persoonlijke samenhang met Gods woord: Ik ben niet je'. Mijn "ik ben" status werd uitgebreid tot een unieke bovenpersoonlijke band: God-niet-mij. Dat is meer dan een mystieke eenheid met het Al, want een ervaring van bovenpersoonlijke liefde.

Mijn wezen als 'ik' komt volkomen thuis in de bovenpersoonlijke relatie met Gij.



Frits van Haeften: Thuiskomen in verwondering
Ed. Boekenbent Barneveld. 2011