Afstemming als voorwaarde voor verbinding

Samenleving, in de breedste zin

Wie naar de wereld kijkt en zich afvraagt waarom volkeren met een gedeelde geschiedenis van spanning zo moeilijk tot werkelijke verzoening komen, stuit vroeg of laat op iets dat veel dichter bij huis speelt. Dezelfde moeite doet zich voor tussen man en vrouw in de slaapkamer en tussen twee mensen op een dansvloer. “Samenleving” is niet alleen een politiek begrip, het betekent ook letterlijk: samen leven, samen bewegen, samen beleven. En precies daar, in die kleinste eenheden van samenzijn, is zichtbaar wat op grotere schaal zo hardnekkig misloopt.

 

Twee tekortkomingen, één structuur

Iain McGilchristDe structuur is telkens dezelfde. Er zijn twee partijen met asymmetrische rollen: de een neemt meer initiatief, de ander neemt meer ruimte in. Dat hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Asymmetrie is niet hetzelfde als ongelijkwaardigheid. Maar er zijn twee tekortkomingen die, elk aan één kant van de verhouding, de verbinding bij voorbaat onmogelijk maken.
De eerste is ongeduld. Wie initiatief neemt -de leider op de dansvloer, de dominante partij in een historisch conflict, de man die het tempo van intimiteit wil bepalen- heeft de neiging te veel te willen laten zien. Te veel figuren, te weinig stilte. Te veel presteren, te weinig luisteren. Het is geen kwade wil, maar een gebrekkige verbinding tussen het eigen verlangen en wat de situatie vraagt. De ander wordt daarbij niet begeleid maar gesleurd. Wie zo tekeer gaat, slaat figuurlijk een figuur en zelden een fraai één.
De tweede tekortkoming zit aan de andere kant: het te snel trekken van definitieve conclusies op basis van te weinig waarnemingen. Wie te vaak gesleurd is, sluit zich. Begrijpelijk, maar de gegeneraliseerde conclusie blokkeert wat er eventueel anders zou kunnen zijn. De zelfbescherming wordt een gevangenis.
Beide tekortkomingen hebben dezelfde wortel: onvoldoende afstemming op de ander. Bij de een in het moment, bij de ander in de tijd.

 

Wat handen doen

Harmut RosaIn de dans is dit zichtbaar met een helderheid die theorie zelden biedt. De leider verzint de figuren, de volger zou mogen genieten van de zorgeloosheid: alles wordt uit handen genomen en zij bepaalt via de danshouding hoeveel ruimte de leider krijgt. Maar die zorgeloosheid is alleen mogelijk als de leider werkelijk luistert via zijn handen. Niet stuurt, maar draagt. Daarvoor is fingerspitzengefühl nodig: dat wat de vingertoppen weten voordat het hoofd heeft besloten. Wie dat bezit, past voortdurend aan op de weerstand, de souplesse, de aarzeling van de ander. Dat is iets wezenlijk anders dan figuren produceren.
Handen vertellen een verhaal. In de dans geleiden ze, in de seksualiteit tasten ze af, in conflicten tussen volkeren worden ze -al dan niet figuurlijk- gebald tot vuisten of uitgestoken ter verzoening. Het verschil tussen slaan en dragen zit niet in de kracht maar in de intentie en in de gevoeligheid voor wat de ander op dit moment nodig heeft.
Hetzelfde geldt in seksualiteit. De vrouw die het tempo van intimiteit bepaalt, kan dat alleen effectief doen als de man dat signaal ontvangt en erop reageert. Anders is “het tempo bepalen” een eenzame exercitie. En een vrouw die haar grenzen niet durft te stellen -omdat ze heeft geleerd dat dit toch niet gehoord wordt- ervaart geen verbinding maar een transactie.

 

De dansvloer als spiegel van de samenleving

DanspaarTussen volkeren met historische spanning is de structuur niet anders. De sterkere partij wil vooruit, wil laten zien dat het nu anders is, wil de toon zetten van de verzoening zelf en bepaalt daarmee opnieuw de ruimte van de ander in plaats van die te respecteren. De zwakkere partij, gevormd door wat er is gebeurd, trekt conclusies die begrijpelijk zijn maar die de mogelijkheid van een andere ervaring bij voorbaat uitsluiten.
Verzoening mislukt zo vaak omdat de sterkere partij figuren maakt terwijl de ander wil worden gedragen. En wie alleen maar figuren maakt, slaat er uiteindelijk één: in beide betekenissen van het woord.

 

Gelijk en anders

Tot zover ligt de analyse voor de hand. Maar er is een haakje.

man-vrouw-hartDe voor de hand liggende oplossing zou zijn: erken de ander als werkelijk anders. Een echte ontmoeting is alleen mogelijk als je de ander niet behandelt als een versie van jezelf die nog bijgewerkt moet worden. Dat klopt. Maar het is niet het hele verhaal.

Want wie alleen het verschil ziet, grijpt te snel naar de andere dooddoener: "we zijn allemaal mensen". Dat klinkt verzoenend, maar het is vaak een manier om de specifieke pijn van de ander niet te hoeven dragen. Je springt over de tweeheid heen naar een eenheid die je nog niet hebt doorleefd.

Op de dansvloer werkt dat ook niet. Leider en volger zijn evenwaardig, maar wie op dit moment leidt en wie volgt, is niet hetzelfde. Die rollen hebben elk hun eigen logica, hun eigen tempo, hun eigen ruimtebehoefte. Wie dat verschil wegpoetst in de naam van evenwaardigheid, danst langs de ander heen.

De kunst is: de evenwaardigheid voelen als grond en de verschillen serieus nemen als werkelijkheid. Niet ondanks elkaar, maar erdoorheen.

 

Samen op weg

Dit leer je niet uit een boek. Je leert het door te doen en door te merken wanneer je te vroeg naar de eenheid greep, of te lang in het verschil bleef steken. Steeds opnieuw. Op de dansvloer, in de slaapkamer, tussen volkeren.

Fingerspitzengefühl, ook in het denken.

.