De globale weide die niemand meer overziet
Tien herders en jagers, één rekensom
Stel je een weide voor, ergens in een vroegere eeuw, gedeeld door tien herders. Ieder van hen weet: voeg ik nog één koe toe, dan is het voordeel voor mij, terwijl de schade, een beetje minder gras voor iedereen, door tien wordt gedeeld. Dat is een aanlokkelijke rekensom. Niet uit hebzucht of boosaardigheid, maar omdat het redelijk lijkt om van je eigen kans gebruik te maken. Wanneer alle herders hetzelfde doen, is de weide kaal voordat iemand zich schuldig heeft gevoeld.
Wat deze situatie zo ongemakkelijk maakt, is dat er geen schurk in voorkomt. Niemand doet iets dat hij, afzonderlijk bekeken, niet zou mogen doen. En toch ontstaat een ramp die niemand wilde.
Waarom de rekensom vroeger anders uitpakte
In kleine groepen was eigenbelang ooit een overlevingsvoorwaarde. Wie niet eerst voor zichzelf zorgde, was er later misschien niet meer om bij te dragen. Maar zo'n groep hield zichzelf ook in toom. Iedereen zag wat iedereen deed. Wie te veel nam, werd opgemerkt, aangesproken of uitgesloten van de volgende jacht.
De rekensom ik pak mijn voordeel werkte dus alleen omdat er een tegenrekening volgde: een blik, een woord of een gevolg dat je snel voelde.
De schaalbreuk
Diezelfde rekensom maken we nog steeds. Alleen is de weide inmiddels geen overzichtelijk stuk grond met tien herders die elkaar kennen, maar een atmosfeer met acht miljard gebruikers, een stikstofbudget voor een heel land en een stemhokje waarin je eigen keuze verdwijnt tussen miljoenen andere.
De schade is uitgesmeerd over zoveel mensen en zoveel jaren dat niemand haar nog aan één handeling kan koppelen. Er is geen blik die je terechtwijst als je goedkoop vlees koopt, geen direct gevolg als je besluit dat stemmen toch geen verschil maakt. Daardoor ontbreekt ook de oude tegenrekening.
Wanneer een recht ophoudt onschuldig te voelen
Dat verklaart misschien waarom gebruikmaken van je rechten en kansen zo zelden aanvoelt als iets waarvoor je verantwoording verschuldigd bent. De boer die zijn grote veestapel volgens de regels runt, de burger die voor het voordeligste kiest of het lekkerste eet: niemand doet op dat moment iets wat verboden is en niemand ziet een slachtoffer.
Toch is de prijs er wel. Hij wordt betaald door een toekomstige generatie, een verdwijnend landschap, iemand die zijn stem al lang geleden opgaf of anderen die niet aan tafel zitten wanneer de rekensom wordt gemaakt.
De afdekking
Volgens mij gaat het daarbij niet alleen om onwetendheid. Mensen weten vaak wel dat goedkoop vlees, vervuiling of politieke onverschilligheid ergens een prijs heeft. Maar dat weten wordt gemakkelijk afgedekt, omdat het voelen ervan iets zou kunnen kosten: comfort, geld of een schuldgevoel.
Dan ontstaan zinnen als: mijn bijdrage is toch verwaarloosbaar, de politiek lost het wel op of zo werkt de wereld nu eenmaal. Het zijn geen leugens, maar gedachten die precies genoeg twijfel geven om het ongemak niet te hoeven voelen.
De rekensom van de sukkel
Maar zelfs wie die afdekking doorziet, stuit op een nuchter bezwaar: waarom zou ik als enige inleveren als de weide toch kaal wordt wanneer anderen doorgaan?
Dat is geen zelfbedrog maar een reële rekensom. Zolang je niet weet of anderen zich ook inhouden, lijkt jezelf inhouden de slechtste keuze. Je levert in en de weide wordt toch kaal. Dan ben je niet verstandig, maar de sukkel.
Dat is precies wat de tragedy of the commons zo hardnekkig maakt: niet alleen onwetendheid, maar het ontbreken van vertrouwen dat anderen hetzelfde zullen doen.
Van corrigerende blik naar prijs
Wat de kleine groep had en de globale weide kwijt is, was geen bijzonder moreel besef, maar een mechanisme: zichtbaarheid van elkaars gedrag en een directe tegenrekening voor wie zich niet inhield.
Die zichtbaarheid kunnen we op grote schaal niet herstellen als blik of roddel. Maar we kunnen haar wel gedeeltelijk vervangen door een prijs, mits die prijs daadwerkelijk wordt gebruikt om de veroorzaakte schade te herstellen.
Neem een boer die veel kunstmest gebruikt. Het fosfaat dat uitspoelt naar het grondwater is op zijn erf onzichtbaar. Het drinkwaterbedrijf verderop moet het er wel uitzuiveren, tegen kosten die uiteindelijk bij iedereen terechtkomen. Een heffing die aan het fosfaatoverschot wordt gekoppeld, verbindt de individuele handeling opnieuw met de schade die zij veroorzaakt.
De boer hoeft dan niet per se te stoppen met bemesten. Hij betaalt naar rato van de kosten die zijn handelen elders veroorzaakt. Het recht blijft bestaan, maar de kosteloosheid ervan verdwijnt.
Iedereen draagt bij
Dat sluit aan bij het werk van Elinor Ostrom. Zij liet zien dat gemeenschappen gedeelde bronnen niet alleen via privatisering of centrale staatsregulering kunnen beschermen. Ook gezamenlijke afspraken kunnen werken, wanneer gedrag zichtbaar is en er een geloofwaardige manier bestaat om meeliften tegen te gaan.
Een prijsmechanisme kan op grotere schaal iets vergelijkbaars doen. Wie zich inhoudt, hoeft niet meer blind te vertrouwen op de anderen. Wie meer schade veroorzaakt, betaalt meer. En wie niet kan omschakelen, bijvoorbeeld omdat een investering financieel niet haalbaar is, kan toch naar verhouding bijdragen.
Dat maakt de bijdrage evenwaardig zonder dat iedereen hetzelfde hoeft te doen. De één verandert zijn gedrag, de ander betaalt meer voor de gevolgen ervan.
Hetzelfde principe kan gelden voor een CO2-heffing op vliegtickets, een vleesprijs waarin milieukosten zijn verwerkt of een drinkwatertarief waarin de zuiveringskosten van landbouw worden doorberekend. Daarbij is wel van belang dat de opbrengst niet simpelweg in de algemene schatkist verdwijnt. De tegenrekening werkt pas echt als het geld ook wordt gebruikt om de veroorzaakte schade te beperken of te herstellen.
De vervuiler betaalt mee aan de oplossing
De globale weide hoeft niet te wachten op herders die uit zichzelf allemaal beter gaan handelen. Ze heeft vooral een mechanisme nodig dat de oude tegenrekening terugbrengt.
Wie de weide belast, betaalt mee aan het herstel ervan. Niet als straf voor morele tekortkoming, maar omdat een recht zonder verantwoordelijkheid uiteindelijk het gemeenschappelijke gras opeet.