Vrijheid die verbindt

Wie kalm aanwezig is, verbindt

Vrijheid wordt vaak gezien als iets voor jezelf: ruimte om te doen wat je wilt. Maar vrijheid die alleen naar binnen werkt, verbindt niet. Pas wanneer je vrijheid ook aan de ander toekent, ontstaat er iets wederkerigs.
Dat begint, merk ik, bij iets heel eenvoudigs: kalmte.

Kalmte als ruimte

Kalmte is geen instrument om iets van de ander te verkrijgen. Het is ook geen verplichting om altijd rustig te blijven. Kalmte is de ruimte waarin je niet automatisch reageert, maar kunt kiezen. Juist die ruimte maakt haar krachtig.
In die zin is kalmte verbonden met vrijheid.

Vrijheid als wederkerigheid

Vrijheid betekent voor mij niet dat alles maar kan, maar dat ik me bewust ben van mezelf in relatie tot de ander. Mijn vrijheid houdt op waar die van een ander begint. In die wederkerigheid ontstaat evenwaardigheid: geen van beiden boven de ander, geen van beiden ondergeschikt.
Dat uitgangspunt gaat voor mij verder dan alleen mensen onderling. Ik kan er niet omheen, en wil dat ook niet: ook dieren horen daarin mee te tellen. Voor mij zijn mens en dier intrinsiek evenwaardig in hun recht op vrijheid om een natuurlijk leven te leiden.
Ik besef dat niet iedereen tot diezelfde conclusie komt. Tegelijk merk ik dat het mij kan frustreren wanneer het begrip vrijheid zo klein wordt gemaakt dat het alleen nog op het eigen belang van toepassing lijkt. Alsof vrijheid iets is wat je voor jezelf opeist, maar niet hoeft te erkennen in de ander.

Wanneer kalmte wegvalt

Boekomslag van auteur Marshall RosenbergJuist op zulke momenten kan mijn kalmte onder druk komen te staan.
Ik merk bijvoorbeeld dat ik geraakt kan worden door een specifieke combinatie: arrogantie gepaard met leedvermaak. Wanneer iemand zich verheven voelt boven een ander en tegelijkertijd genoegen schept in diens pijn, roept dat bij mij woede op.
Het lukt mij niet altijd om in zulke momenten mijn kalmte volledig te bewaren. En misschien hoeft dat ook niet.
Waar het voor mij om gaat, is dat mijn woede geen vernedering van de ander wordt. Dat ik, hoe geraakt ik ook ben, de ander niet onder mij plaats. Want op het moment dat ik dat doe, verlies ik precies datgene waar mijn reactie oorspronkelijk voor opkwam: evenwaardigheid.
Deze twee zinnen werken voor mij goed tegenover een tegenstander:
“Ik ben het hier echt niet mee eens, omdat ik dit fundamenteel anders zie”;
“Ik hoor wat je zegt, maar ik kom juist bij het tegenovergestelde uit”.

Terugkeren

Die gedachte helpt mij om, ook wanneer de kalmte even wegvalt, toch verbonden te blijven met wat ik belangrijk vind.
Soms reageer ik te fel en zie ik dat pas achteraf. Ook dat hoort erbij. Kalmte blijkt geen eindtoestand, maar iets waar je steeds opnieuw naar terugkeert.
Op die manier wordt zelfs het verlies van kalmte onderdeel van het proces.
Want ook emotie kan gedragen worden door kalmte of ernaar teruggeleid worden.
Het verschil zit niet in de intensiteit van de emotie, maar in de verhouding ertoe. Word je erdoor geleid, of vind je, al is het achteraf, weer een manier om haar in lijn te brengen met wat voor jou klopt?

In contact met jezelf

Misschien is dat wel de diepere aantrekkingskracht waar mensen op reageren: niet iemand die altijd rustig blijft, maar iemand die in contact blijft met zichzelf. Iemand die niet hoeft te verbergen wat er speelt en het ook niet ongeremd over de ander uitstort.
Dat geeft veiligheid.
Niet omdat er nooit spanning is, maar omdat de ander voelt dat die spanning niet willekeurig wordt afgereageerd. Er is een vorm van betrouwbaarheid: wat je ziet, klopt met wat er is, zonder dat het de ander overschrijdt.
In een wereld waarin veel reacties voortkomen uit onrust, kan dat als verademing voelen.

Aandacht en afstemming

Kalmte wordt dan geen doel op zich, maar een basis. Een plek van waaruit je kunt spreken, zwijgen, handelen of juist niets doen. Soms betekent dat dat je stil blijft. Soms betekent het dat je duidelijk bent. En soms betekent het dat je geraakt bent en dat ook laat zien.
Die vrijheid om te kiezen vraagt aandacht. Aandacht voor wat er in je gebeurt: in je gedachten, je lichaam en je gevoel. Door die aandacht ontstaat ruimte. En in die ruimte kun je afwegen: wat is hier passend, voor mij én voor de ander?
Dat afwegen is geen berekening, maar een afstemming. Een samenspel van verstand, gevoel en intuïtie.
Wanneer die drie samenkomen, ontstaat er iets wat je rechtvaardigheid zou kunnen noemen. Niet als regel van buitenaf, maar als ervaring van binnenuit: dit klopt.

Aanwezig zijn

Van daaruit wordt aantrekkelijkheid iets anders dan wat vaak wordt gedacht. Het is geen kwestie meer van voldoen aan een beeld, maar van aanwezig zijn op een manier die klopt met jezelf én ruimte laat voor de ander.

Vrijheid wordt dan geen bezit, maar een relatie.