Wie is nog aan te spreken?

De vermoeide samenleving

Er was een tijd dat onderdrukking een gezicht had. Een heer op het landgoed, een fabrieksbaas, een koning die belasting hief zonder tegenspraak te dulden. Wie onrecht ervoer, kon wijzen: daar, die man, dat is degene die mij in de weg staat. En omdat de vinger een richting had, kon het verzet dat ook hebben. Marx riep de arbeiders op zich te organiseren, precies omdat de tegenstander herkenbaar was: een klasse met een naam, een fabriekspoort met een adres.

 

Macht zonder gezicht

Byung-Chul HanDie vorm van macht bestaat nog steeds, hier en daar. Maar de macht die ons dagelijks leven het meest bepaalt, is van een ander soort geworden. Ze zit niet meer in een persoon die nee zegt, maar in een systeem dat de keuzeruimte al heeft ingericht voordat je er iets van merkt. Een algoritme dat bepaalt wat je te zien krijgt, zonder dat er iemand is die dat besluit heeft genomen op een manier die je kunt aanspreken. Een manier van spreken over stikstof, over zorg, over asiel, die een belang tot vanzelfsprekendheid maakt nog voordat er een gesprek over gevoerd is. Dit is macht zonder gezicht en juist daardoor moeilijker te weerstaan dan de macht van de heer op het landgoed.
Iain McGilchrist zou hier misschien in herkennen wat hij de dominantie van de linker hersenhelft noemt: een manier van kijken die de wereld in stukjes hakt, kwantificeert, in systemen giet en daarbij het levende, het samenhangende, het aanspreekbare uit het oog verliest. Wat overblijft is een wereld die zich laat besturen door getallen en procedures, zonder dat er nog iemand in zit die je in de ogen kunt kijken.

 

Niemand is nog verantwoordelijk

Je kunt geen boze brief schrijven aan een algoritme. Je kunt geen tegenpartij aanwijzen in een systeem dat uit duizend kleine, op zichzelf onschuldige beslissingen bestaat. Een bureaucratie verdeelt verantwoordelijkheid zo dat niemand ooit werkelijk schuldig is, ook al is de uitkomst voor de een evident onrechtvaardiger dan voor de ander. Dat is het eigenlijke probleem, niet dat er een verantwoordelijke is die zich verbergt, maar dat het ambt van verantwoordelijke zelf is opgelost in het systeem. Niemand liegt, niemand hoeft te liegen en toch klopt de uitkomst voor niemand. Niemand spreekt de waarheid.

 

Verzet zonder vijand

Dat is precies waarom het instinct om de vijand aan te wijzen hier tekortschiet. Niet omdat verontwaardiging misplaatst zou zijn, het onrecht is vaak reëel genoeg, maar omdat er simpelweg niemand meer op de aangewezen plek staat om de klap op te vangen. Wie tegen een systeem strijdt met de wapens die ooit tegen een tiran werkten, een vijand aanwijzen, een front vormen, vindt algauw niemand om tegen te vechten en verzandt in een woede die geen adres heeft. Erger nog: die woede zoekt dan een vervangend doelwit, een zondebok, een groep mensen die toevallig zichtbaar is waar het systeem onzichtbaar blijft. Zo verklaart zich misschien ook waarom hedendaags wantrouwen zo vaak verschuift van instituties naar buren, naar nieuwkomers, naar wie dan ook die tenminste een gezicht heeft.

 

Een naam voor het patroon

Wat dan wel? Ik denk dat het antwoord niet ligt in feller weerwoord of scherpere organisatie, maar in iets bescheidenders en tegelijk hardnekkigers: het geven van een naam aan het patroon zelf. Niet de schuldige aanwijzen, die is er vaak niet als persoon, maar het mechanisme zichtbaar maken, zodat mensen het kunnen herkennen zodra ze het weer tegenkomen. Zolang iets geen naam heeft, kun je het niet bespreken, laat staan aanvechten. Woorden als verhuftering zijn in die zin al een vorm van verzet: ze grijpen geen individu aan, maar maken een sluipend patroon bespreekbaar dat voorheen alleen als vaag onbehagen bestond. Naming is shaming.

 

Openen of sluiten

Naming is in die zin zelf ook een vorm van framing en het is de moeite waard om dat woord niet te schuwen, want framing kan twee kanten op werken. Neem de omkering die reclameman Niko Koffeman ooit doorvoerde bij de SP: in 1994 won de partij haar eerste twee zetels met de leuze "stem tegen, stem SP", een frame dat de kiezer uitnodigde zich af te zetten tegen het bestaande. Bij de volgende verkiezingen veranderde diezelfde leuze in "stem voor, stem SP", dezelfde partij, maar nu een uitnodiging om vóór iets te stemmen in plaats van tegen. De eerste slogan opende een deur; wat de partij vervolgens met dat vertrouwen deed, was het werk van het politieke leiderschap zelf, van Jan Marijnissen voorop. De tweede slogan ondersteunde het vertrouwen in de leider.
Bill Clintons campagneteam deed in 1992 iets vergelijkbaars met de uitspraak "it's the economy, stupid": geen leugen, maar een keuze in wat er wel en niet toe deed. Zulke frames werken niet door te misleiden, ze werken door te focussen. Ze zeggen "kijk hierheen" en laten daarmee onvermijdelijk iets anders buiten beeld, maar ze laten de kijker nog altijd zelf kijken.
George LakoffTegenover die openende frames staat een ander soort framing, een die juist sluit. "Er is geen alternatief" (TINA, There Is No Alternative), toegeschreven aan Margaret Thatcher, is het bekendste voorbeeld: een politieke keuze die wordt voorgesteld als een natuurwet, zodat verzet ertegen bij voorbaat kansloos lijkt. Wie dit hoort, hoort geen uitnodiging maar een deur die al dichtvalt voordat hij geprobeerd is. Niet toevallig greep ook Koffeman naar diezelfde logica toen hij de Partij voor de Dieren mee oprichtte en tot haar eerste twee zetels bracht in 2006: er is geen alternatief dan het aanpakken van dierenleed, klonk de boodschap, alsof de zaak zelf geen ruimte voor discussie meer toeliet. Het hielp dat links en rechts van dieren houden.
Het verschil tussen deze frames zit niet in waar of onwaar. Het zit in de richting. Een frame dat opent, nodigt uit tot een keuze die je alsnog zelf kunt maken, stem tegen, stem voor, kijk hierheen. Een frame dat sluit, ontneemt je juist het gevoel dat er iets te kiezen valt. Dat onderscheid is waar dit essay uiteindelijk om draait: het benoemen van sluipende macht moet een openend frame zijn, geen sluitend, anders vervangt het benoemen alleen de ene onzichtbare dwang door een andere.

 

Geen berusting

Dat is ook waarom dit geen pleidooi is voor berusting. Het is een ander soort handelen, niet de afwezigheid van handelen. Het is niet een oproep om onrecht te accepteren, maar om eerst helder te zien wat er werkelijk gebeurt, voordat je vanuit reactie in beweging komt. Een verontwaardiging die zich meteen op een vervangend doelwit stort, heeft niet gezien, ze heeft alleen gevoeld. Het benoemen van het patroon is de langzamere weg, maar het is de enige die niet in dezelfde valkuil trapt als het systeem dat ze bekritiseert: een systeem dat evenmin heeft gezien, dat alleen heeft gerekend.

 

Resonantie

Hartmut Rosa zou hier resonantie tegenover stellen: trage, echte aandacht voor wat en wie voor je is, tegenover een wereld die alles wil versnellen en herleiden tot cijfers. Een goed gesprek, een essay dat een lezer even doet stilstaan, een vriendschap waarin niemand hoeft te winnen, dat zijn geen kleine dingen naast het grote onrecht. Het zijn de plekken waar de logica van het systeem tijdelijk wordt opgeheven, waar iemand weer gezien wordt als iemand en niet als een uitkomst van beleid. Een goed frame resoneert.
Misschien is dat de eigentijdse vorm van verzet tegen een macht die zichzelf onzichtbaar houdt: niet een vijand zoeken, maar een taal bouwen. Niet organiseren tegen, maar benoemen wat is, zodat herkenning, niet verontwaardiging, het beginpunt wordt van iets dat op den duur toch verandering teweeg kan brengen. Geen enkel essay stopt een systeem. Maar een systeem dat niemand meer kan benoemen, houdt zichzelf onbeperkt in stand. Wie het wel benoemt, ontneemt het in elk geval die ene zekerheid.