De hefboom van onverschilligheid
Over Nemesis, sterfelijkheid en evenwaardigheid
Geweld als ontmenselijking
In 1940 schreef Simone Weil dat geweld een mens tot ding maakt en in het uiterste geval tot een lijk. Niet alleen het slachtoffer, maar ook de pleger. Die gedachte is nog steeds actueel. Geweld wordt niet alleen toegepast, maar ook gelegitimeerd, soms bewonderd. Daarmee komt Weils vraag opnieuw naar voren: beschikt een beschaving die geweld als leidraad neemt nog over een vermogen zichzelf te corrigeren?
Nemesis en hybris
Weil gebruikt het begrip Nemesis. Geen wraak, maar een herstel dat besloten ligt in de werkelijkheid zelf. Wie zich boven het menselijk lot verheven waant -hybris- ondermijnt uiteindelijk zijn eigen positie. Die beweging begint waar de ander uit beeld verdwijnt. De ander wordt categorie, middel, obstakel. En wat zo verschijnt, kan worden uitgewist.
Nemesis in de bioscoop
De films van Joel en Ethan Coen laten zien dat dit patroon ook in de populaire cultuur herkenbaar is. Hun personages denken vrijwel altijd dat ze de werkelijkheid naar hun hand kunnen zetten. Moss in No Country for Old Men denkt slim genoeg te zijn om weg te komen met gevonden geld. Jerry Lundegaard in Fargo denkt een systeem te kunnen overstijgen dat hij niet begrijpt. Geen van hen krijgt wat hij verwacht. De werkelijkheid slaat terug, niet als moreel oordeel, maar als onvermijdelijk gevolg van een fundamentele misrekening. Chigurh is in die zin bijna een personificatie van Nemesis zelf: onpersoonlijk, onvermijdelijk, zonder wrok.
Maar de Coens tonen ook het tegendeel. Sheriff Bell in diezelfde film stopt op tijd. Hij herkent wat hem te boven gaat en treedt terug, niet uit lafheid, maar uit een helder besef van zijn eigen grenzen. Hij overleeft. Weten waar je grenzen liggen is in het verlengde van evenwaardigheid: wie zichzelf niet verheven waant boven de werkelijkheid, hoeft haar ook niet te overwinnen. De Coens moraliseren nooit. Juist daarin zijn ze Grieks: de ondergang is geen les. Ze is een kenmerk van de werkelijkheid. En de wijsheid om terug te treden, ook.
Evenwaardigheid als waarneming
Het alternatief ligt niet in regels, maar in waarneming. Evenwaardigheid is geen moreel ideaal, maar een manier van zien: de ander (mens en dier) is niet minder. Waarom juist nu? Omdat sterfelijkheid iedereen treft. Heden ik, morgen gij. Wie dat werkelijk ziet, kan de ander niet meer volledig buitensluiten.
Het doorgeefluik
Een andere illusie valt weg: wij zijn niet de bron. Wat we doorgeven -aandacht, inzicht, liefde- ontstaat niet uit ons alleen. We zijn doorgeefluiken. De vraag is niet wat we bezitten, maar of we ons openen of sluiten.
Uitwisselbaarheid en liefde
Als object van liefde zijn we uitwisselbaar. Liefde hecht zich aan nabijheid, aan aanwezigheid. Daarmee verliest elke claim op verhevenheid zijn grond. Sterfelijkheid, uitwisselbaarheid en het doorgeven vormen samen een hefboom die laat zien dat wat ons scheidt minder stevig is dan het lijkt.
De paradox van deze tijd
De ander is steeds minder instrumenteel nodig. Dat maakt onverschilligheid mogelijk. Wat niet nodig is, kan worden genegeerd. Maar juist daar ontstaat een nieuwe ruimte. Als de noodzaak wegvalt, blijft de vraag: erken je de ander nog? Niet omdat het moet, maar omdat hij er is. Evenwaardigheid wordt radicaler. Ze kan niet meer steunen op wederzijds nut, maar alleen op zichzelf.
De ecologische Nemesis
Het huidige economische systeem is weinig geneigd rekening te houden met ecologie. Oorlog maakt het erger. En de manier waarop de grond, het water en het bloed van vrijwel ieder mens op aarde inmiddels doordrenkt zijn met PFAS, PFOS en verwante stoffen die nauwelijks zijn op te ruimen, doet denken aan een andere beschaving die haar eigen fundament vergiftigde zonder het te weten: Rome, dat lood gebruikte in waterbuizen, kookgerei en wijn. Historici beschouwen loodvergiftiging als medeoorzaak van cognitieve achteruitgang bij de Romeinse elite, juist de rijksten waren het meest blootgesteld. Nemesis sloeg toe via het lichaam, onzichtbaar en cumulatief.
Dat patroon herhaalt zich. De autoritaire leiders van nu staan grotendeels in dienst van een rijke elite die de winsten van vervuiling privatiseert en de schade socialiseert. Maar de ecologische Nemesis maakt geen klassenverschil. PFAS zit in het bloed van de CEO en de dagloner. Het klimaat kent geen belastingparadijs. Voor het eerst in de geschiedenis is de Nemesis werkelijk globaal: er is geen elders meer om opnieuw te beginnen. Eerdere beschavingen konden na hun val ergens anders verder. Deze niet.
Dat verhoogt de urgentie van alles wat hierna volgt.
Begin bij jezelf
Voor alle verhalen over bijdragen aan een betere samenleving geldt dezelfde voorwaarde: verander de wereld, begin bij jezelf. Niet als vrome wens, maar als structurele logica. Wie de ecologische Nemesis ziet aankomen en wacht tot systemen veranderen, miskent waar systemen uit bestaan: mensen die dagelijks kleine keuzes maken over hoe ze de ander zien, behandelen, al dan niet buitensluiten. De grote beweging begint in het kleine. Altijd.
Traagheid en omslag
Nemesis werkt langzaam. Veranderingen bouwen zich op over lange tijd. Toch kunnen omslagen plotseling zichtbaar worden. Afwachten is riskant: niets doen betekent dat bestaande krachten doorgaan, met gevolgen voor de kwetsbaren.
Handelen en niet-oordelen
Wat wel mogelijk is, is klein maar wezenlijk: de ander blijven zien. Niet als groot gebaar, maar in concrete situaties, gesprekken en ontmoetingen. Daarbij hoort iets subtiels maar cruciaals: het vermogen om niet te oordelen. Niet oordelen betekent niet passief zijn. Het betekent een actieve houding van openheid, waarin de ander niet wordt vastgelegd als categorie of object.
Containen en spreken
Niet-oordelen gaat samen met containen: gevoelens en impulsen zijn aanwezig, maar krijgen niet onmiddellijk richting in handelen. Vanuit deze ruimte kan spreken ontstaan in de vorm van een ik-boodschap: niet "jij bent dit of dat", maar "ik merk dit, ik voel dat, ik zie dit gebeuren". Zo blijft de ander mens en kan handelen volgen zonder reductie tot categorie.
De grens van evenwaardigheid
Zelfs deze houding is niet zonder spanning. Het niet-oordelen kan een subtiele zelfbevestiging worden. Daar keert dezelfde beweging terug die het wilde vermijden. Evenwaardigheid is geen bezit. Ze bestaat alleen in het moment dat je bereid bent jezelf niet centraal te stellen, ook niet in je gelijk, ook niet in je terughoudendheid.
Zorgvuldigheid
Dat maakt haar kwetsbaar. En precies daarin ligt haar kracht: niet-oordelen is een beginpunt voor zorgvuldiger spreken en handelen, een hefboom tegen de verheerlijking van kracht.