De prijs van een snelle reactie

Eerst tot 10 tellen

Ik liep met iemand over een camping en stootte mezelf tegen de scherpe rand van een openstaand caravanraam, vlak onder mijn oog. Een felle pijn, een schrik die door mijn hele lijf slaat en een paar hartgrondige vloeken die ik niet kon tegenhouden. De man naast me zegt niets. Hij wacht een seconde of tien en zegt dan rustig dat ik de plek moet koelen met ijs in natte handdoek. Die tien seconden waren precies genoeg. In die korte stilte kon ik zelf tot mezelf komen, de pijn een plek geven en zien dat het meeviel. Zijn advies kwam daarna en juist daardoor voelde het als steun in plaats van als bemoeienis.
Dat is iets anders dan wat er soms gebeurt. Dan wordt me zo'n afkoelingsperiode niet gegund. Iemand roept meteen "pas op", nog voordat de pijn is uitgewoed en dan gebeurt er iets onprettigs: in plaats van compassie voel ik zware irritatie. Niet omdat de zorg onecht is, maar omdat de waarschuwing te laat komt en in een ongepaste vorm, midden in een proces dat ik liever zelf ongestoord wilde afronden.

 

Twee wandelaars en een gevallen fiets

Jaren geleden fietste ik met mijn toenmalige vriendin. Ze kwam ten val en haar knie raakte flink beschadigd. Ik had de neiging om eerst haar fiets rechtop te zetten. Binnen enkele seconden stonden er twee wandelaars naast haar om haar overeind te helpen, maar ik voelde me voor schut gezet. Mijn opwelling was ergernis naar die wandelaars: ze grepen in bij iemand die volgens mij eerst even tot zichzelf moest komen. Achteraf besef ik dat die ergernis vooral bij mezelf lag. Mijn vriendin had helemaal niet om rust gevraagd. Zij wilde de val juist bagatelliseren en snel doorfietsen.
Iets later, toen we weer op adem waren gekomen en ik de wond beter kon bekijken, drong ik erop aan dat we een arts zouden zoeken. Er hing een lap vlees los bij haar knie en dat leek me te ernstig om te laten zitten. Dat was een besluit waar ik op aandrong, maar het kwam ergens anders vandaan dan mijn ergernis van daarnet. Het was geen opwelling, het was een inschatting. Achteraf was ze er blij mee.
Twee zorgzame reacties, dicht bij elkaar in tijd en toch van een heel ander soort. De ene kwam recht uit een schrikreactie die geen moment de kans kreeg om te verwerken. De andere kwam uit iets wat ik had gezien en overwogen, ook al duurde dat overwegen maar een paar minuten.

 

Wanneer een ergernis een eis wordt

Op een ander moment stootte ik mezelf en riep die vriendin meteen "pas op". Dezelfde irritatie als bij het caravanraam, maar deze keer liet ik hem niet bezinken. Ik maakte er in een later gesprek een indringende eis van: die nutteloze waarschuwing wilde ik nooit meer horen wanneer ik mezelf bezeerde.
Marshall RosenbergWat op dat moment voor mij een terecht verlangen leek, kwam bij haar over als een onverdiend verwijt en ze reageerde er lichtjes verontwaardigd op. Er ontstond een soort onderhuidse spanning die nog lang bleef hangen in de relatie. Niet omdat mijn ergernis onterecht was, die pijn en die behoefte aan rust waren reëel, maar omdat ik er een blijvende regel van maakte in plaats van een ongelukkig moment dat voorbij mocht gaan.
Dat is denk ik het onderscheid waar het vaker om draait. Niet de snelheid van een reactie is het probleem. Snel kan uitstekend zijn, zoals bij het artsvoorstel. Snel wordt lastig wanneer een prikkel geen enkele ruimte krijgt voordat hij wordt omgezet in woorden en al helemaal wanneer die woorden een blijvende eis worden. Het venster van tien seconden dat de man bij de caravan mij gunde, had mijn vriendin mij niet gegund toen ik zelf de gekwetste was. En daarna gunde ik ook mezelf niet de tijd om te merken dat mijn eigen ergernis over een te late waarschuwing misschien wel over zou gaan.

 

Hetzelfde patroon, groter podium

Dit soort reacties die zich vastzetten als eis, zie je niet alleen tussen twee mensen. Langlopende conflicten, denk aan de Balkan of het Midden-Oosten, drijven vaak op hetzelfde mechanisme. Elke partij kan een eerdere onrechtvaardigheid van de ander aanwijzen om de eigen positie te rechtvaardigen en zo eindigt niemand ooit met een schone lei. De pijn van toen wordt niet onderzocht, ze wordt ingezet als bewijs. Vrede vraagt op een gegeven moment dat beide kanten die keten van rechtvaardigingen loslaten, ook al hebben ze, ieder voor zich, ergens gelijk over wat er ooit gebeurd is.

 

Tot 10 tellen, ook voor mezelf

Ik pleit al lang voor evenwaardigheid, voor het idee dat niemand zijn wil aan een ander hoeft op te leggen. Toch merk ik dat ik dat principe zelf niet altijd waarmaak. Mijn eis aan mijn vriendin was, met terugwerkende kracht bekeken, precies het soort snelle, onbezonken reactie waar ik anderen op zou aanspreken. Dat besef weerhoudt me er niet van om over het onderscheid te blijven schrijven. Het maakt het alleen eerlijker.
Wat me nu vooral bijblijft, is dat geduld soms geen kwestie is van karakter maar van een paar seconden ruimte. De man bij de caravan gaf me die ruimte zonder er woorden aan vuil te maken. Ik zou willen dat ik mezelf -en anderen mij- die tien tellen wat vaker gun, ook wanneer het om mijn eigen ergernis gaat.

.