Uitdrukkingen met dieren

Eerste letter van het dier in de uitdrukking

B D E G H K L M N N O P R S T U V W Z (dieren serieus nemen)

A (aal, adder en aap)

Zich als een aal in allerlei bochten wringen.

Zo glad als een aal.

Er schuilt een addertje onder het gras.

Aap, wat heb je mooie jongen.

Al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding.

Daar komt de aap uit de mouw.

De aap niet op je schouder laten springen.

Een broodje aap verhaal.

Iemand voor aap zetten.

In de aap gelogeerd zijn.

Voor aap staan.

Aapjes kijken.

Apetrots zijn.

Op apegapen liggen.

Na-apen.

Apekool.

Apenliefde.

Als apen hoger klimmen willen, dan ziet men juist hun naakte billen.

Hij werkt zich het apenzuur.

Terug naar boven.

B (beer, beest, bok, bot, buffel, bunzing, bij)

De beer is los.

De huid van de beer niet verkopen voordat hij geschoten is.

Een beer van een vent.

Wat een ongelikte beer.

Zo sterk als een beer.

Berehonger hebben.

Beresterk zijn.

Beretrots zijn.

Hij ziet beren op de weg.

De beest uithangen.

Het beest bij zijn naam noemen.

Hoe groter geest, hoe groter beest.

Bij de beesten af.

Wat een beestenbende.

Het beestje moet toch een naam hebben.

Het is de aard van het beestje.

Of je 'm nou fikkie noemt of keesje, het is en blijft hetzelfde beestje.

Als een bok op de haverkist.

De zondebok zijn.

Een bok schieten.

Een oude bok lust nog wel een groen blaadje.

De bokkenpruik op hebben.

De bokken van de schapen scheiden.

Hij kan geen bokkensprongen maken.

Hij is het bokje.

Bot vangen.

Dat is een buffel van een kerel.

Stinken als een bunzing.

Wat niet goed voor de korf is, is niet goed voor de bij.

Terug naar boven.

C Geen voorbeelden

Terug naar boven.

D (dier, draak, duif, duizendpoot)

Elk diertje zijn pleziertje.

Een draak van een mens.

Zo grijs als een duif.

De gebraden duiven vliegen niemand in de mond.

Onder iemands duiven schieten.

Hij is een duizendpoot.

Terug naar boven.

E (eend, ezel)

Een vreemde eend in de bijt.

Het lelijke eendje.

Koppig als een ezel.

Een ezel stoot zich in 't gemeen geen tweemaal aan dezelfde steen.

Zo dom als een ezel.

Een ezelsbruggetje.

Ezelsoren.

Terug naar boven.

F Geen voorbeelden

Terug naar boven.

G (gans, garnaal, geit)

Een gans blaast wel maar hij bijt niet.

Een vette gans bedruipt zichzelf.

Zo dom als een gans.

Zo stoned als een garnaal.

De kool en de geit willen sparen.

Vooruit met de geit.

Terug naar boven.

H (haai, haan, haas, hamster, haring, havik, hazewind, hoen, hond)

Gehaaid zijn.

Er zijn haaien op de kust.

Naar de haaien.

Een goede haan is niet vet.

Er zal geen haan naar kraaien.

Een goede haan kraait tweemaal.

De haan is de baas, als de hen niet thuis is.

Haantje de voorste wezen.

Er als een haas vandoor gaan.

Mijn naam is haas.

Het haasje zijn.

Hij is aan het hamsteren.

Geen twee hanen op een erf.

Gevangen als haringen in een ton.

Haviksogen hebben.

Hij heeft een haviksneus.

Wie twee hazen jaagt vangt er geen enkele.

Het hazenpad kiezen.

Hij loopt als een hazewind.

De knuppel in het hoenderhok gooien.

Zo fris als een hoentje.

Als een hond behandelen.

Commandeer je hond en blaf zelf.

De hond in de pot vinden.

Er was geen hond te zien.

Hij is weer de gebeten hond.

Je stuurt met dit weer geen hond de straat op.

Komt men over de hond, dan komt men ook over de staart.

Wie een hond wil slaan vindt altijd wel een stok.

Zo moe als een hond.

Zo ziek als een hond.

Honden aan de lijn vangen geen hazen.

Als twee honden vechten om een been, loopt de derde er mee heen.

Blaffende honden bijten niet.

Daar lusten de honden geen brood van.

Er zijn meer honden die fikkie heten.

Men moet geen slapende honden wakker maken.

Met onwillige honden is het kwaad hazen vangen.

Als een hondje achter iemand aanlopen.

Beven als een juffershondje.

Terug naar boven.

I Geen voorbeelden

Terug naar boven.

J Geen voorbeelden

Terug naar boven.

K (kalf, kat (muis, hond), kievit, kikker, kip (kloek), koe (haas), konijn, koekoek, kraai, kreeft, krokodil, kwal, kwartel)

Als het kalf verdronken is, dempt men de put.

Het gemeste kalf slachten.

Het gouden kalf aanbidden.

Kat in bakkie.

Als de kat van huis is dansen de muizen op tafel.

Als kat en hond leven.

De kat de bel aanbinden.

De kat in het donker knijpen.

De kat op het spek binden.

De kat uit de boom kijken.

Een kat en muis spel.

Een kat in de zak kopen.

Een kat in nood maakt rare sprongen.

Een kat komt altijd op zijn pootjes terecht.

Er omheen draaien als een kat om de hete brij.

Het eerste gewin is kattengespin.

Je moet een kat niet tegen de haren in strijken.

Omwille van de smeer likt de kat de kandeleer.

Staan te kijken als een kat in een vreemd pakhuis.

Voor de kat zijn viool.

Geen katje om zonder handschoenen aan te pakken.

Als de katjes muizen, mauwen ze niet.

Kattenkwaad uithalen.

In katzwijm vallen.

Hij loopt als een kievit.

Een koele kikker.

Een kikker in zijn keel hebben.

Je kunt van een kale kikker geen veren plukken.

Je moet niet de kip met de gouden eieren slachten.

Als een kip zonder kop.

Er was geen kip te zien.

Men moet niet al zijn eieren onder één kip leggen.

Er als de kippen bij zijn.

Met de kippen op stok gaan.

Ik krijg er kippenvel van.

Ze is een echte moederkloek.

Achteraf kijk je een koe in de kont.

Zo dom als het achtereind van een koe.

Een waarheid als een koe.

De koe bij de horens vatten.

Men kan niet weten hoe een koe een haas vangt.

Men noemt geen koe zo zwart of er zit wel een vlekje aan.

Iemand koeien met gouden horens beloven.

Met koeienletters schrijven.

Oude koeien uit de sloot halen.

Dank je de koekoek.

Over koetjes en kalfjes praten.

Het is bij de konijnen af.

Een vliegende kraai vindt altijd wat.

Kind nog kraai hebben.

Zo rood als een kreeft.

Krokodillentranen huilen.

Wat een kwal van een vent.

Doof als een kwartel.

Terug naar boven.

L (lam, leeuw, luis)

Als een lam ter slachtbank geleid worden.

Zo mak als een lammetje.

Zich in het hol van de leeuw wagen.

Zo moedig als een leeuw.

Iemand voor de leeuwen gooien.

Het leeuwendeel krijgen.

Hij is de luis in de pels.

Leven als een luis op een zeer hoofd.

Een luizenleven leiden.

Hij heeft een luizenbaan.

Terug naar boven.

M (marmot, mier, mol, mossel, mug, muis, mus)

Slapen als een marmot.

Mierenneuken.

Zo ijverig als de mieren.

Zo blind als een mol.

Zo week als een mossel.

Met een kanon een mug doodschieten.

Van een mug een olifant maken.

Hij is een muggenzifter.

Met man en muis vergaan.

Zo stil als een muis.

Dat muisje krijgt nog een staartje.

Muizenissen in het hoofd hebben.

Iemand blij maken met een dode mus.

De mussen vallen dood van het dak.

Terug naar boven.

N (nachtegaal)

Zingen als een nachtegaal.

Terug naar boven.

O (oester, olifant, oorwurm, otter)

Hij zit zo dicht als een oester.

Als een olifant door de porseleinkast lopen.

Een olifantsgeheugen hebben.

Een olifantshuid hebben.

Een gezicht als een oorwurm zetten.

Stinken als een otter.

Terug naar boven.

P (paard, paling, pier, pink, poedel, poes)

Denken moet je aan een paard overlaten, die hebben een groter hoofd.

Een blind paard zou er geen schade doen.

Een gegeven paard mag men niet in de bek kijken.

Het paard achter de wagen spannen.

Het beste paard van stal.

Het oog van de meester maakt het paard vet.

Het Trojaanse paard.

Hoog te paard zitten.

Op het verkeerde paard wedden.

Over het paard getild zijn.

Vertrouwen vertrekt te paard en komt te voet.

Werken als een paard.

Zo sterk als een paard.

De paarden die de haver verdienen krijgen ze niet.

Een paardenmiddel.

Je hebt luxe paarden en werkpaarden.

Twee man en een halve paardenkop.

Op zijn stokpaardje zitten.

Zo glad als een paling in een emmer snot.

Zo trots als een pauw.

De kwade pier.

Zo dood als een pier.

Zo vol als een potje met pieren.

Bij de pinken zijn.

De poedelprijs winnen.

Die is niet voor de poes.

Poeslief zijn.

Terug naar boven.

Q Geen voorbeelden

Terug naar boven.

R (raaf, rat, rund)

Een witte raaf.

Stelen als de raven.

Als een rat in de val.

Zo arm als een kerkrat.

De ratten verlaten als eerste het zinkende schip.

Van de ratten besnuffeld.

Bloeden als een rund.

Zo stom als een rund.

Terug naar boven.

S (sardines, schaap, slang, slak, spiering, spin, stier, struisvogel)

Als sardines in een blikje.

Schaapachtig lachen.

Als één schaap over de dam is volgen er meer.

Het schaap met de vijf poten.

Het verloren schaap is terecht.

Het zwarte schaap zijn.

Zo mak als een schaap.

Schaapjes tellen.

Zijn schaapjes op het droge hebben.

Als de herder dwaalt, dolen de schapen.

Er gaan veel makke schapen in een hok.

Zich in een slangenkuil begeven.

Zo traag als een slak.

Op alle slakken zout leggen.

Een spiering uitgooien om een kabeljauw te vangen.

Nijdig als een spin.

Zich als een spin in het web voelen.

Bij de wilde spinnen af.

Werken als een rode lap op een stier.

Struisvogelpolitiek.

Als een struisvogel je kop in 't zand steken.

Terug naar boven.

T (tortelduif)

Zo verliefd als twee tortelduifjes.

Terug naar boven.

U (uil)

Een uilskuiken.

Een uiltje knappen.

Terug naar boven.

V (varken, veulen, vis, vlieg, vlinder, vlooi, vogel, vos)

Dat slaat als een tang op een varken.

Schreeuwen als een speenvarken.

Zo dom als het achtereind van een varken.

Zo vies als een varken.

Vele varkens maken de spoeling dun.

Vieze varkens worden niet vet.

Ik zal dat varkentje wel even wassen.

Zo dartel als een veulen.

Als een vis op het droge.

Boter bij de vis doen.

Dat is vlees noch vis.

De vis wordt duur betaald.

Hij voelt zich als een vis in het water.

Iemand uitmaken voor rotte vis.

Zo gezond als een vis.

Een visje uitgooien.

Vis moet zwemmen.

Achter het net vissen.

De grote vissen eten de kleine.

In troebel water is het goed vissen.

Naar iets vissen.

Een vlieg afvangen.

Geen vlieg kwaad doen.

Men vangt meer vliegen met stroop dan met azijn.

Niets afslaan behalve vliegen.

Twee vliegen in één klap.

Vlinders in de buik hebben.

Men kan beter op een zak vlooien passen dan op een jonge meid.

Beter één vogel in de hand dan tien in de lucht.

Aan de veren kent men de vogel.

De vogel is gevlogen.

Een vroege vogel.

Zo vrij als een vogel.

Vogels van diverse pluimage.

Elk vogeltje zingt zoals het gebekt is.

Een vos verliest wel zijn haren maar niet zijn streken.

Als de vos passie preekt, boer pas op je kippen.

Terug naar boven.

W (wesp, wezel, wolf)

Als door een wesp gestoken zijn.

Zich in een wespennest steken.

Bang als een wezel.

Een wolf in schaapskleren.

Met de wolven huilen.

Terug naar boven.

X Geen voorbeelden

Terug naar boven.

Y Geen voorbeelden

Terug naar boven.

Z (zalm, zwaluw, zwijn)

Het neusje van de zalm zijn.

Eén zwaluw maakt nog geen zomer.

Parels voor de zwijnen werpen.

Neem (de rechten van) dieren serieus

Voor kinderen

Vragen van kinderen over dieren beantwoord

Voor volwassenen

Hebben dieren veel te vertellen?
Hebben dieren rechten?
Zijn mensen superieur aan andere dieren?
Zijn wij één met dieren?

Maar neem het ook niet te serieus

Drogredeneringen en valse argumentatie.

Geplaatst door .