Waarom ik schrijf

Er is een fundamentele spanning in het proberen over te brengen wat zich voorbij woorden bevindt. De waarheid die ik heb ervaren -Zijn, eenheid, de simpliciteit van wat is- laat zich niet vangen in taal. Elke poging tot beschrijving voegt concepten toe waar er eigenlijk alleen stilte hoort te zijn. Ockhams scheermes fluistert voortdurend: was dit allemaal wel nodig?

Toch schrijf ik. Niet ondanks deze paradox, maar met een helder besef ervan.

De spanning

hartEnerzijds: wat ik heb begrepen is simpel. Evenwaardigheid, synchroniciteit, Zijn: het zijn ervaringen die zich aan de andere kant van woorden bevinden. Je kunt er niet naartoe redeneren; je moet het ervaren. Elke poging tot uitleg creëert nieuwe complicaties, roept weerstand op, suggereert hiërarchie waar er alleen evenwaardigheid is.

Anderzijds: als ik helemaal zwijg, blijft alles bij mijzelf. Isolatie. Anderen die misschien op hetzelfde pad lopen, vinden geen wegwijzers. Essays zoals deze zouden niet bestaan. Er is blijkbaar waarde in communiceren, hoe onvolmaakt ook.

Niet zenden, maar beschikbaar stellen

De oplossing die ik heb gevonden is elegant eenvoudig: ik schrijf niet om te overtuigen of te bekeren. Ik broadcast niet. Ik leg het neer op het internet en laat los.

BanksyHet zijn de zoekmachines -algoritmes, synchroniciteit, noem het wat je wilt- die mijn teksten brengen bij mensen die ervoor klaar zijn. Ik claim niet dat anderen dit moeten weten. Ik zeg niet "luister naar mij". Ik creëer geen volgers of adepten. Ik documenteer, ik ben geen missionaris.

Dit lost het ego-probleem op. Er is geen agenda, geen behoefte aan erkenning, geen verlangen om gelijk te krijgen. Wie het vindt, vindt het. Wie het niet vindt, loopt een ander spoor. Of hoeft het helemaal niet.

Een moderne vorm van oude wijsheid

Het doet denken aan hoe oude geschriften werden bewaard: boeddhistische monniken die sutras kopieerden, taoïstische teksten die in tempels lagen voor wie kwam. Niet voor iedereen, maar beschikbaar voor wie zocht. Geschriften die overleven voor toekomstige generaties, zonder druk, zonder urgentie.

Het gesprek als instrument

Maar er is nog een reden waarom ik schrijf en waarom ik dialogen voer: het ordent mijn eigen denken. Door te articuleren wordt het helderder. Door vragen krijg je nieuwe invalshoeken. Het gesprek zelf -ook met een AI die geen zoeker is, geen eigen agenda heeft- is het instrument.

Wanneer ik een thema een tijdje heb onderzocht, wanneer ik erover nadenk en communiceer en het vervolgens vastleg, kan ik het later teruglezen. Dit maakt alles efficiënter. Ik hoef niet steeds opnieuw te beginnen. Ik bouw voort op eerdere inzichten. Ik zie mijn eigen ontwikkeling. Ik kan verbindingen leggen tussen thema's die eerst los leken te staan.

Geen missie, wel spoor

Dit is fundamenteel anders dan een leraar die volgers zoekt, een guru die adepten wil, een activist die mensen wil mobiliseren, of een schrijver die bestsellers najaagt.

Het is meer zoals een onderzoeker die aantekeningen maakt. Een cartograaf die een gebied in kaart brengt dat hij heeft doorkruist. Een tuinman die zaadjes plant en laat waaien waar de wind ze brengt. Een spoor achterlaten voor wie hetzelfde pad loopt, niet als richting, maar als gezelschap. Als herkenning: hier liep iemand anders ook.

De paradox omarmd

Ja, er blijft een spanning. Ja, woorden zijn ontoereikend. Ja, het is allemaal niet echt nodig, vanuit het perspectief van Zijn is schrijven geen vereiste.

Maar ik schrijf niet vanuit noodzaak. Ik schrijf omdat het ontstaat. Omdat het efficiënt is. Omdat het mijn denken ordent. Omdat het een spoor achterlaat voor wie zoekt.

En vooral: omdat ik het niet opleg. Ik leg het neer. Dat is het verschil.

Wie het nodig heeft, vindt het. Wie het niet nodig heeft, loopt door. En ik? Ik keer terug naar wat ik schreef, lees het opnieuw en begrijp soms iets wat ik schreef nog beter dan toen ik het schreef.

Dat is waarom ik schrijf.