Vechten, vluchten, verstarren, voeden, verleiden

Twee zoektochten naar de ware en de waarheid

Toen ik het essay van McKee las over de vraag of ons brein wel is gebouwd om de waarheid te herkennen en te zoeken, moest ik meteen aan B&B Vol Liefde denken. De kandidaten in dat programma zijn, in de taal van het format zelf, op zoek naar "de ware": iemand die werkelijk bij hen past. Dat woord deelt zijn wortel met waarheid en dat is geen toeval. Beide zoektochten -de filosofische naar wat werkelijk zo is en de romantische naar wie werkelijk bij je past- veronderstellen dat we in staat zijn helder te zien wat we zoeken. McKee’s punt is dat die veronderstelling wankel is: ons brein is niet gebouwd om waarheid te vinden, maar om te overleven.

 

Diezelfde onverschilligheid geldt niet alleen voor wat we geloven, maar ook voor hoe we ons voortplanten. De natuur stelt geen vragen over de juiste, beste of ware manier waarop bevruchting tot stand komt: zaadcel en eicel doen hun werk ongeacht de omstandigheden waaronder ze samenkomen. Net zoals een vals geloof door de evolutie niet wordt afgestraft omdat het onwaar is -zolang het maar helpt overleven- wordt een bevruchting niet tegengehouden omdat de weg ernaartoe niet aan enige norm voldeed. Wat voor waarheid geldt, geldt kennelijk ook voor voortplanting: de natuur selecteert op uitkomst, niet op de kwaliteit van het proces.

In dit essay wil ik laten zien dat hetzelfde geldt voor de zoektocht naar de ware. Vijf oude overlevingsreacties -vechten, vluchten, verstarren, voeden en verleiden- schuiven zich voortdurend tussen de kandidaat en degene die hij of zij probeert te leren kennen en versluieren zo precies het zicht dat nodig is om te zien of iemand werkelijk past.

 

De valkuil die zich herhaalt bij het omhoog kijken

Aan het einde van zijn eigen essay leek McKee’s tekst overigens zelf in de valkuil te stappen die hij daarvoor had beschreven. De gelovige in waarheid werd stilzwijgend boven de "materialist" geplaatst, alsof het ene soort brein wel te vertrouwen is en het andere niet.
Iets vergelijkbaars gebeurde toen ik de vijf overlevingsreacties voor het eerst naast elkaar zette. Bijna vanzelf ontstond het beeld van een mensheid die in twee groepen uiteenvalt: mensen die deze reacties nog gebruiken en mensen die ze zouden hebben "overwonnen".
Die gedachte is niet toevallig. Ik herken haar ook bij mensen die zichzelf willen bevrijden van wat zij zien als hun lagere of dierlijke neigingen. Iemand kan bijvoorbeeld zo graag van zijn ego af willen dat juist dat verlangen hem in de weg gaat staan. De poging om iets te overstijgen kan dan zelf een nieuwe vorm van vasthouden worden. Niet meer vasthouden aan de neiging, maar aan het idee dat je ervan af moet.
Daarom is dit essay geen neutrale beschrijving van vijf overlevingsreacties. Ik wil een bepaalde denkfout onderzoeken: het idee dat we overleven en waarheid, of instinct en verlichting, op een ladder kunnen zetten met winnaars bovenaan.
Mijn uitgangspunt is anders. Vechten, vluchten, verstarren, voeden en verleiden zijn in principe evenwaardig. Geen van deze reacties staat hoger of lager dan de andere. Vrijheid betekent niet dat we deze vijf reacties moeten afleggen. Misschien ontstaat vrijheid juist op het moment dat hun greep even loslaat -en misschien ontstaat, op datzelfde moment, ook iets dat op waarheid lijkt.

Vijf reacties, verschillende oorsprong

Vechten en vluchten werden al in 1915 door de Amerikaanse fysioloog Walter Cannon beschreven als snelle reacties van het lichaam op gevaar. Het lichaam maakt zich klaar om de dreiging aan te gaan of eraan te ontsnappen, vaak nog voordat we bewust hebben nagedacht.
Later kwam ook verstarren als herkenbare reactie in beeld. Wanneer vechten of vluchten geen uitweg meer biedt, kan het lichaam juist stilvallen. Bij sommige prooidieren kan zo’n verstarring zelfs een manier zijn om uiteindelijk alsnog te ontsnappen: het roofdier denkt dat de prooi niet meer beweegt en verliest zijn aandacht.
Verleiden, in de traumaliteratuur ook wel fawn genoemd, kreeg vooral de laatste decennia aandacht. Hierbij probeert iemand veiligheid te vinden door zich sterk aan de ander aan te passen en die ander tevreden te houden.
Voeden komt uit een andere hoek. In de gedragsfysiologie wordt al veel langer beschreven hoe voedsel zoeken, eten en zorgen voor voeding tot de fundamentele gedragingen van dieren en mensen behoren.
De vijf reacties hebben dus niet allemaal dezelfde oorsprong. Ze zijn vanuit verschillende wetenschappelijke en psychologische tradities bij elkaar gebracht. Toch vormen ze samen een herkenbaar patroon.
We hebben ze niet eerst aangeleerd en daarna tot gewoonte gemaakt. Ze waren er al voordat er sprake was van een bewust "ik" dat kon nadenken over wat het deed.

De ware, versluierd door vijf reacties

Wie naar een aflevering van B&B Vol Liefde kijkt, kan deze vijf reacties bijna vanzelf herkennen. Meerdere kandidaten komen bij één B&B-eigenaar aan en iedereen probeert op zijn of haar eigen manier met dezelfde onzekerheid om te gaan: word ik gekozen of afgewezen?
De één gaat de concurrentie meteen aan en probeert vroeg een plek op te eisen. Dat lijkt op vechten.
Een ander gaat juist voortvarend op de eigenaar af en probeert diens aandacht te winnen. Dat is verleiden.
Een derde houdt zich wat afzijdig, kijkt eerst de kat uit de boom en zegt niet te veel. Dat lijkt op verstarren: eerst afwachten wat er gaat gebeuren.
Weer iemand anders zoekt zijn weg naar het hart van de eigenaar via de keuken. Liefde gaat immers door de maag. Dat is voeden: zorg geven in de vorm van eten.
En iemand die zich graag door anderen laat verwennen, kan daarmee ook een vorm van verleiden laten zien. Niet door actief iemand te veroveren, maar door aantrekkelijk te zijn als degene voor wie gezorgd mag worden.
Sommige kandidaten lijken pas na hun aankomst goed te beseffen wat ze zijn begonnen. Ze maken snel de balans op en vertrekken weer naar huis, nog voordat de B&B-eigenaar de kans krijgt hen af te wijzen. Dat is vluchten.
Vijf kandidaten dus en vijf mogelijke reacties op dezelfde onzekerheid. Geen van de vijf is dé juiste manier om met verliefdheid om te gaan.
Bovendien blijft niemand voortdurend in dezelfde reactie hangen. De kok van vandaag kan morgen verstarren bij een moeilijke vraag. De actieve verleider van de eerste avond kan zich de volgende dag terugtrekken. Iemand die eerst vlucht, kan later juist weer toenadering zoeken.
Er is dus niemand die de vijf reacties "overwonnen" heeft. Er is alleen beweging. Een mens schakelt voortdurend tussen verschillende manieren om met een situatie om te gaan.
En daarmee gebeurt er nog iets, onder de oppervlakte van het format. De kandidaten zijn, in de taal van het programma zelf, op zoek naar "de ware". Dat is geen toevallige woordkeuze: het draait om iemand die werkelijk past, werkelijk herkend wordt. Maar wat de camera laat zien, is zelden die herkenning zelf. Het is vechten, vluchten, verstarren, voeden en verleiden die de zoektocht overnemen, nog voordat er iets over de ware match is vastgesteld. De vraag "past deze persoon bij mij" wordt zo versluierd door de vraag "hoe overleef ik deze onzekerheid" en die twee vragen worden voortdurend voor elkaar aangezien.

Geen ladder in aanpak, maar een ritme

Dat vraagt om een andere manier van kijken.
We zijn geneigd vechten hoger te waarderen dan vluchten. Verstarren zien we gemakkelijk als zwakte en verleiden als een actievere en misschien slimmere aanpak. Maar waarom eigenlijk?

Al bij de woordkeuze zelf sluipt er een oordeel binnen. Vechten, verstarren, voeden en verleiden klinken beschrijvend -ze benoemen wat er gebeurt- zonder daar meteen een vonnis bij te leveren. "Vluchten" doet dat wel: het woord roept vanzelf paniek op, controleverlies, iets waar je je voor zou moeten schamen. Wie diezelfde handeling -een gesprek loslaten, een situatie achter zich laten, een relatie niet langer volhouden- "laten" of "verlaten" noemt, beschrijft precies hetzelfde gedrag, maar dan als een besluit in plaats van als een zwaktebod. Dat verschil zit niet in de daad, het zit in het woord dat wij ervoor kiezen. Zelfs een essay dat evenwaardigheid bepleit, ontkomt er dus niet aan om voor zijn eigen rijtje het meest beladen woord te gebruiken: een herinnering dat de ladder die we willen afbreken al in onze taal verstopt zit, nog voordat we er inhoudelijk iets over zeggen.


Geen van de vijf is waardevoller dan de andere. Ze zijn evenwaardig, niet omdat ze hetzelfde zijn, maar omdat geen ervan een hogere trede is op een ladder naar iets beters.
Vechten is niet automatisch moediger dan verstarren. Verleiden is niet automatisch slimmer dan vluchten. Het zijn verschillende reacties van een lichaam dat al heel lang weet hoe het met dreiging en onzekerheid moet omgaan.

Nietzsche: overstijgen als nieuwe greep

Daaruit volgt voor mij niet dat we deze vijf reacties moeten proberen te overwinnen.

Wie zijn leven ziet als een project waarin vechten, vluchten, verstarren, voeden en verleiden voorgoed moeten verdwijnen, kan gemakkelijk in een nieuwe valkuil terechtkomen. De oude greep van de dreiging wordt dan vervangen door de greep van het verlangen om die dreiging en de eigen reacties erop te overstijgen.

Dan kan bevrijding zelf een nieuwe vorm van onvrijheid worden.

Friedrich NietzscheNietzsche zag iets vergelijkbaars in zijn onderzoek naar de oorsprong van de moraal. Hij beschreef het ascetische ideaal -de poging om de eigen driften te beheersen en te overstijgen- niet als een bevrijding van de wil, maar juist als een andere vorm van dezelfde wil. De wil richt zich dan niet meer op de wereld om ons heen, maar op onszelf.

Wie zijn instincten wil ‘overwinnen’, oefent volgens Nietzsche nog steeds macht uit. Alleen is het doelwit veranderd: niet langer de wereld buiten ons, maar ons eigen lichaam en onze eigen driften.

Zijn kritiek op het denken in termen van ‘hoger’ en ‘lager’ sluit daar mooi bij aan. Misschien hoeven we ook bij vechten, vluchten, verstarren, voeden en verleiden geen rangorde aan te brengen. Geen van deze reacties hoeft overwonnen te worden om vrij te kunnen zijn.

En misschien geldt dat ook voor de drang om ze te overstijgen. Ook die drang is een menselijke neiging. Hij staat niet boven de andere vijf, maar maakt er deel van uit. Zodra we zelfs het verlangen om te overstijgen tot iets hogers maken, zijn we opnieuw een ladder aan het bouwen: precies de ladder die we dachten achter ons te hebben gelaten.

Hierin schuilt een paradox die het woord ‘overstijgen’ zelf verraadt. Wie zichzelf wil overstijgen, probeert zich los te zingen van precies die neigingen waaruit hij bestaat en wat overblijft is geen bevrijd zelf, maar een figuur die zichzelf kwijt is geraakt om er los van te komen. Bevrijden is iets anders dan overstijgen. Wie zich bevrijdt van de nadelen van zijn neigingen, hoeft niets te ontstijgen: het vechten, vluchten, verstarren, voeden en verleiden blijven bestaan, alleen krijgen ze niet langer de ruimte om te escaleren of de overhand te nemen. Dat is een bescheidener soort vrijheid dan overstijging belooft, maar het is ook de enige soort waarin je uiteindelijk jezelf blijft.

Wat overblijft als de greep loslaat

Wat overblijft is dan iets bescheidener, maar misschien juist daardoor radicaler.

Niet het afleggen van deze vijf reacties, maar het herkennen van het moment waarop hun greep even loslaat.

Dat moment kun je niet vasthouden. Het komt en het gaat weer voorbij. Het lijkt daarin op shoshin, het beginnersoog: je kunt het niet eenmaal bereiken en daarna bezitten. Je kunt het alleen steeds opnieuw ontdekken.

Misschien wordt in zo'n kort moment zichtbaar wat er overblijft wanneer vechten, vluchten, verstarren, voeden en verleiden even niet de leiding hebben. En misschien is dat moment ook het enige moment waarop de ware -en de waarheid- zich werkelijk laten zien: niet wanneer er wordt gevochten om aandacht of verleid om te overtuigen, maar wanneer al dat overleven even stilvalt en er iemand overblijft om te zien, en gezien te worden.

 

Dat geldt niet alleen voor de eigen greep. Wie de chaos van zijn eigen bedrading pas kan accepteren, komt vanzelf voor een tweede opgave te staan: wat te doen met de ander, die op hetzelfde moment evengoed vecht, vlucht, verstart, voedt of verleidt. De verleiding is dan om die ander daarop af te rekenen -zijn verstarren uit te leggen als desinteresse, zijn vluchten als onvermogen tot liefde- en zo alsnog een rangorde in te voeren die het essay net had afgewezen. Maar wie zijn eigen vijf reacties evenwaardig durft te zien, kan moeilijk volhouden dat die van de ander dat niet zijn. Het niet afserveren van een ander die aan hetzelfde fenomeen lijdt, is dan ook geen aparte, aanvullende deugd, maar de logische consequentie van de evenwaardigheid die dit essay van meet af aan verdedigt. Twee mensen die allebei hun eigen chaos accepteren en die van de ander niet gebruiken om af te rekenen, scheppen samen pas de ruimte waarin iets als liefde kan gebeuren (stromen).

En misschien is dat, zonder het zware woord "overstijgen", precies de ruimte waarin liefde kan ontstaan.

Niet als het tegenovergestelde van deze vijf reacties, maar als iets wat zichtbaar wordt zodra hun greep even loslaat.