Eenheid met een ander bereiken via een omweg

Jezelf dansend met elkaar verbinden

De muur van binnenuit

Er zijn mensen bij wie je voelt dat de verbinding maar één kant opgaat. Niet omdat ze onaardig zijn of kwade wil hebben, integendeel. Ze delen enthousiast, ze redeneren helder, ze verlangen oprecht naar contact. En toch stuit je op iets wat zich niet laat bereiken. Een kern die gesloten blijft, ongeacht de route waarlangs je toegang zoekt.

Vele gedaanten van geslotenheid

Die geslotenheid kent vele gedaanten. Ze kan filosofisch zijn: een systeem dat alles verklaart, inclusief de tegenwerping en daardoor luchtdicht wordt. Ze kan psychiatrisch zijn: een waan die op één punt is ingekapseld terwijl de rest van het denken intact blijft. Ze kan emotioneel zijn: een toestand van intens verlangen die alle ruimte opslokt en het zelfinzicht, hoe helder ook, machteloos maakt. Ze kan neurologisch zijn: het onvermogen om de signalen van de ander te lezen, waardoor het enthousiasme onbegrensd doorstroomt terwijl de verbinding langzaam rafelt. En ze kan simpelweg grenzeloos zijn: alles wat opkomt wordt gedeeld, zonder filter, zonder wederkerigheid.

Eenrichtingsverkeer

Wat al deze gedaanten gemeen hebben is de structuur van eenrichtingsverkeer. De binnenkant is zo vol dat er geen ruimte overblijft voor de ander als ander. Dat is geen verwijt, het is een gegeven. Taal helpt niet, redeneren helpt niet, zelfs zelfinzicht helpt niet. De kern onttrekt zich aan correctie van buitenaf.

De radicale omweg

Een filosoof die dit serieus neemt trekt er een radicale conclusie uit: twee mensen kunnen elkaar nooit werkelijk bereiken. De kloof is structureel. Verspil er geen moeite aan. Ga in plaats daarvan naar binnen, stem je af op jezelf, passeer je eigen ego en raak zo de onderliggende eenheid die we al delen. De ander bereiken via de omweg van het zelf.

The Fool en zijn wijsheid

The FoolEr zit wijsheid in deze positie. Hij heeft iets van The Fool uit de Tarot: onbekommerd, licht van bagage, blik omhoog, vertrouwend op wat zich aandient. Hij heeft de last van het bereiken neergelegd. Dat is geen onverschilligheid, het is een vorm van loslaten die zijn eigen kracht heeft.
Maar The Fool wandelt alleen. Hij staat aan het begin, vóór de wrijving, vóór het lichaam van de ander. Zijn wijsheid is nog niet getoetst aan de werkelijkheid van de dans.

Wat de dans anders doet

Want de dans doet iets anders. Niet de omweg via het zelf, maar de directe ontmoeting, begrensd, tijdelijk, op muziek. Juist die begrenzingen maken de verbinding mogelijk. De beperkte tijd dwingt aanwezigheid af. Het ritme schept een gemeenschappelijk veld waarop beiden afstemmen zonder dat een van de twee de ander hoeft te bereiken of te bezitten. De muziek is de derde aanwezigheid, het medium waarin de resonantie ontstaat.

Een bijzondere variant is de processie van Echternach, waarbij deelnemers drie stappen vooruitzetten en twee stappen teruggaan. Monniken -van wie je zou verwachten dat zij eerder de rechte weg prediken- lieten daarmee iets opmerkelijks zien: dat vooruitgang en teruggang geen tegenpolen zijn maar een ritme vormen. Niet de kortste weg naar het doel, maar de dans zelf is de boodschap. Wat op het eerste gezicht op verlies lijkt, is onderdeel van de beweging. En juist die afwisseling, die weigering om alleen maar vooruit te gaan, maakt de processie tot meer dan een optocht: het is een levende les in een waarheid die het hele essay doortrekt: je kunt je bestemming bereiken via een omweg, zolang je maar blijft bewegen in de richting. Het bereiken is niet het doel, het gaan is het doel.

Wederkerigheid als structuur

De dans laat geen eenrichtingsverkeer toe. Wederkerigheid is er structureel in ingebakken. Je kunt niet dansen als de ander niet meedoet. Dat maakt de dans tot iets wat geen van de gesloten systemen kan bieden: een verbinding die van twee kanten tegelijk moet komen, of helemaal niet.
Hartmut RosaHartmut Rosa beschrijft in zijn werk hoe resonantie een specifieke kwaliteit van contact veronderstelt waarbij twee polen elkaar raken en beide veranderen, niet als fusie, maar als wederkerige beweging. Dat is precies wat de dans belichaamt. Maar Rosa voegt daar in een ander werk iets cruciaal aan toe: echte verbinding vereist beschikbaarheid. Niet de beschikbaarheid die je kunt afdwingen, maar die je kunt ontvangen. Juist dat is wat bij de gesloten systemen structureel ontbreekt: de ander is er, maar niet beschikbaar.

De paradox omgekeerd

Dat lijkt paradoxaal. Want we zouden verwachten dat echte verbinding ontstaat door grenzen te overstijgen. Maar de dans leert iets anders: juist omdat de verbinding begrensd is, juist omdat ze tijdelijk en lichamelijk is, kan ze diep zijn. Een liedje duurt drie minuten. Binnen die drie minuten beweeg je samen. Niet ondanks die beperking, dankzij haar.

Even en echt, in resonantie

The Fool heeft gelijk dat bereiken ijdelheid kan zijn. Maar de les van de dans is dat er een vorm van contact bestaat die het bereiken omzeilt zonder het zelf als omweg te nemen. Twee mensen die samen bewegen, op muziek, binnen een afgesproken tijd. Niet één. Niet onbereikbaar voor elkaar. Maar even en echt, in resonantie.

De dans is hier het meest lichamelijke voorbeeld, maar niet het enige. Samen muziek maken, een echt gesprek waarbij beiden veranderen, een roeiploeg die in hetzelfde ritme valt: het zijn allemaal vormen van hetzelfde. Steeds is er een gemeenschappelijk medium dat groter is dan de twee afzonderlijke mensen, steeds is er een begrenzing die aanwezigheid afdwingt en steeds is wederkerigheid de voorwaarde.

Hartmut RosaMaar die voorwaarde is ook een aanwijzing. Want al deze vormen van contact veronderstellen beschikbaarheid van twee kanten. En dat is nu juist wat bij de mensen die dit essay beschrijft structureel ontbreekt. Ze zijn niet gesloten omdat ze niets willen delen, integendeel. Maar ze zijn zo volledig bezet door hun eigen systeem, hun verlangen, hun kader, hun grenzeloosheid, dat er weinig ruimte overblijft voor de ander als ander. Dat vraagt niet om opgeven, maar om behoedzaamheid. Liefde storten in een bodemloze put is geen zonde, maar er zorgvuldig mee omgaan is niet onverstandig. De kunst is de balans: open blijven waar openheid mogelijk is en de eigen energie bewaren voor de momenten waarop resonantie wél kan ontstaan.

Rosa voegt daar iets wezenlijks aan toe: resonantie laat zich sowieso niet afdwingen of plannen. Je kunt de voorwaarden scheppen -de muziek, de beweging, de openheid- maar of er werkelijk iets ontstaat, blijft altijd onbeheersbaar. En juist daarin ligt volgens Rosa de bron van echte vitaliteit. Wat ons volledig vertrouwd is, raakt ons niet meer. Een gesprek dat je volledig controleert is geen echte ontmoeting. Maar een dans waarbij de ander iets doet wat je niet had verwacht, een kleine afwijking, een lichte meegave: dát is het moment waarop er iets gebeurt. Niet ondanks de onbeheersbaarheid, dankzij haar. Dat is niet een tekortkoming van deze vormen van contact, het is hun eerlijkheid. En wie dat accepteert, kan zijn energie bewaren voor de momenten waarop resonantie mogelijk is, en die momenten, hoe vluchtig ook, zijn genoeg.