Het tekort als kompas
Het menselijk tekort omgedacht vanuit biologisch en fysisch perspectief
„Het leven is juist zo aantrekkelijk omdat we allemaal een tekort kennen.” Dat schrijft bioloog Midas Dekkers in zijn boek Het menselijke tekort. Het is een gedachte die tegendraads klinkt in een tijd waarin perfectie wordt nagestreefd, gefilterd en gepresenteerd als de norm. Maar Dekkers legt de vinger op iets wezenlijks: niet ondanks het tekort is het leven de moeite waard, maar mede dankzij.
Ieder huis heeft zijn kruis
Er is een oude volkswijsheid die dit bevestigt: ieder huis heeft zijn kruis. Maar er zit meer in dan troost alleen. Het tekort is niet willekeurig verdeeld, het is proportioneel. Alsof het leven een zekere rechtvaardigheid kent: jouw last past bij jou, jouw tekort bij jouw draagkracht.
Dat maakt jaloezie tot een structurele vergissing. Je bent jaloers op wat je ziet van iemands leven, niet op wat je niet ziet: het kruis dat erbij hoort, het tekort dat onder het oppervlak meekwam. De rijke, de gezonde, de mooie, de succesvolle: ze hebben allemaal hun onvervuldheid. Anders van vorm, niet anders van gewicht.
Niemand (mens noch dier) is fundamenteel bevoorrecht. Dat is niet een moreel oordeel maar een waarneming en ze raakt direct aan evenwaardigheid: niet als ideologie, maar als inzicht in hoe het leven werkelijk in elkaar zit.
Tekort is geen geweten
Er is een onderscheid dat bevrijdend is om te maken: het verschil tussen tekortkomingen en geweten.
Het geweten wijst ergens op. Het heeft een functie, het vraagt iets van je. Als je iemand hebt gekwetst, als je iets hebt nagelaten dat je wel had kunnen doen: dat is geen last om af te leggen maar een signaal om op te reageren.
Tekortkomingen in de zin van Dekkers zijn van een andere orde. Ze verwijzen naar het onvermijdelijke gat tussen wie je bent en een denkbeeldig ideaal van wie je zou moeten zijn. Daarmee heb je geen morele relatie. Je hoeft je niet te schamen voor het feit dat je eindig, beperkt en onvolmaakt bent. Dat is geen schuld. Dat is conditie.
De verwarring tussen beide is begrijpelijk: ze voelen soms hetzelfde van binnen. Maar de bron verschilt. Het geweten zegt: je had anders kunnen ’handelen’. De zelfkritiek over tekortkomingen zegt eigenlijk: je had anders kunnen ’zijn’ en dat is een onmogelijke eis.
Wie dat onderscheid helder heeft, kan het tekort dragen zonder er een aanklacht tegen het leven of tegen een ander van te maken.
Het tekort als kompas
Tekort filtert ook uit. Wie niet moeders mooiste is, kan zich beter bekwamen in andere zaken dan uiterlijkheden. Dat klinkt aanvankelijk als een troostprijs, maar het is meer dan dat: het is oriëntatie.
Het tekort wijst je weg van waar je toch niet zult winnen en daarmee indirect naar waar jouw eigenlijke kracht ligt. Er zit iets in van de via negativa: je ontdekt wie je bent door te weten wie je niet bent. Het tekort ruimt de weg vrij.
Wie jarenlang energie steekt in het compenseren van wat hij nu eenmaal niet is, mist de kans om te worden wat hij wél kan zijn. Het tekort kun je bevechten, of je kunt het laten werken.
Oneindige energie voor een onmogelijk doel
De natuurkundige Richard Feynman biedt een verhelderend perspectief. Volgens de relativiteitstheorie kost het steeds meer energie (het wordt ondraaglijk zwaarder) naarmate je de lichtsnelheid nadert. De laatste stap naar absolute snelheid vereist letterlijk oneindige energie. Het systeem breekt eerder dan dat het aankomt.
Op de mens toegepast: de eerste stappen van verbetering zijn nog haalbaar met redelijke inspanning. Maar daarna wordt het exponentieel duurder voor steeds kleinere winst en de prijs wordt betaald in levenskwaliteit. Het is dan ook verstandig je alleen druk te maken over dat deel van jouw imperfectie waar nog gemakkelijk ingrijpen mogelijk is.
Niet alle tekort vraagt aandacht. Sommige tekorten zijn aanwijzing, sommige zijn gewoon conditie. En het lijden aan perfectie is grotendeels zelfgecreëerd: niet het tekort zelf is het probleem, maar de oneindige energie die we eraan denken te kunnen besteden.
Zwaartekracht en welvaart
De zwaartekracht zorgt ervoor dat onze botten en spieren voortdurend getraind worden. Astronauten die maanden in gewichtloosheid verblijven, komen terug met broze botten en slappe spieren. Het lichaam heeft de weerstand nodig om zichzelf in stand te houden. Zonder tekort geen opbouw.
Welvaart kan die weerstand wegnemen. Niet meteen en niet voor iedereen, maar structureel gezien creëert extreme comfort een soort morele en mentale gewichtloosheid. De afwegingen die karakter vormen, tussen genoeg en te veel, tussen gemak en inspanning, tussen eigen belang en dat van de ander, worden steeds minder urgent. Een spier die niet gebruikt wordt, verdwijnt.
En hier keert hybris terug: de welvarende samenleving die denkt dat ze de zwaartekracht heeft overwonnen, verliest stilletjes het vermogen om te corrigeren. De Nemesis is niet een plotse val maar treedt in na een langzame atrofie.
Respect als evenwicht
Feynman benadrukte dat we het evenwicht dat de evolutie heeft bereikt zouden moeten respecteren. Evolutionair evenwicht is nooit statisch: het is een voortdurende dans tussen organisme en omgeving, tussen individu en groep, tussen aanpassing en eigenheid.
Respect heeft dezelfde structuur: het is een evenwicht tussen vrijheid en verbondenheid. Respect dat alleen vrijheid benadrukt, wordt onverschilligheid. Respect dat alleen verbondenheid benadrukt, wordt bemoeienis, fusie, controle.
Echt respect houdt beide tegelijk vast: jij bent anders dan ik en dat doet ertoe. Het is de ander als werkelijk ander erkennen, niet als verlengstuk van jezelf. En zo keert evenwaardigheid terug: niet de ander willen veranderen naar jouw maat, maar hem dragen zoals hij is, tekort en ongelijkheid inbegrepen.
Elk perspectief telt
Elk oog, elk individu draagt bij aan perspectief. Maar een perspectief heeft alleen toegevoegde waarde als we samenwerken in evenwaardigheid.
Het individuele perspectief is onvermijdelijk partieel. Elk oog ziet vanuit één positie, met één geschiedenis, één tekort. Dat is geen gebrek maar de rijkdom. Het betekent ook dat geen enkel perspectief het geheel omvat.
Samenwerking in evenwaardigheid is dan niet een morele luxe maar een levensgrote noodzaak: we hebben elkaar nodig om meer te zien dan elk afzonderlijk kan zien. Het mozaïek bestaat alleen als de stukjes naast elkaar mogen liggen zonder dat één stukje het geheel claimt.
Samenwerking zonder evenwaardigheid produceert geen rijker perspectief maar een dominantere verhouding. De sterkste stem absorbeert de rest. Het geheel wordt niet groter maar smaller, een monocultuur die zich rijk waant.
Inzichten verwerven we zowel door naar buiten te kijken, via de som der delen, als door naar binnen te kijken, in de ruimte ertussen. De richtingen zijn minder bepalend dan we denken. Het zijn kaarten, geen territorium. Wat telt is dat beide manieren van weten reëel zijn en elkaar aanvullen: en-en en niet of-of. Wie slechts één perspectief kiest, wordt uiteindelijk ongezond.
Tekort als bewijs
En zo keert het tekort terug in zijn diepste gedaante.
Het tekort is het bewijs dat we een ander nodig hebben om in samenwerking verder te komen. Niet naar perfectie, maar weg van de nadelen van imperfectie. Dat is een bescheiden, haalbaar en wezenlijk sociaal doel. Het erkent het tekort als gegeven en richt de energie op wat wél kan: samen, in evenwaardigheid, elk perspectief tellend.
Want, juist wat ons onvolledig maakt, maakt ons tot sociale wezens. Niet ondanks het tekort maar dóór het tekort hebben we elkaar nodig. Verbondenheid is niet de overwinning op tekort. Ze is de vrucht ervan.
Vrijheid vraagt verantwoordelijkheid
Wanneer we samen ontsnappen aan extreme imperfectie, kan iedereen vanuit vrijheid in evenwaardigheid samenwerken. Maar wanneer een individu of een groep niet snapt dat vrijheid verantwoordelijkheid vraagt, dan vervallen we weer in imperfectie en uiteindelijk in chaos.
Vrijheid zonder verantwoordelijkheid is geen vrijheid maar willekeur. Ze ondermijnt precies het evenwaardig samenwerken dat nodig is om de nadelen van imperfectie te verlichten. De groep valt terug op dominantie, op uitsluiting, op het recht van de sterkste en daarmee op een grove imperfectie die erger is dan het tekort waarvandaan we vertrokken.
Verantwoordelijkheid is hier niet een externe beperking van vrijheid maar haar interne voorwaarde. Wie vrijheid werkelijk begrijpt, begrijpt ook wat ze vraagt.
En zo sluit de cirkel: de mens die zijn eigen onvolledigheid kent, weet dat hij de ander nodig heeft en weet dus ook dat hij die ander iets verschuldigd is. Tekort als bron van ethiek: wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet. Het leven is zo aantrekkelijk omdat we een tekort kennen en dat tekort verwijst ons, als we het goed lezen, voortdurend naar elkaar.