Het publiek wil het zo, is dat zo?
Er zijn momenten waarop je je afvraagt wie er eigenlijk aan de knoppen zit.
Op een dansfeest draait de dj het volume op. Het publiek reageert aanvankelijk enthousiast. Aan de kant beginnen mensen luider te praten om verstaanbaar te blijven. De dj interpreteert ook dat als aanmoediging: nog harder dus. Bewijs genoeg voor wie niet verder kijkt dan de dansvloer.
Zo ontstaat een spiraal zonder natuurlijk terugkeerpunt: elke golf van enthousiasme wordt beloond met meer volume, en meer volume roept nieuw enthousiasme op. Wie ooit een mooi nummer heeft meegemaakt en spontaan het volume iets omhoog draaide, begrijpt dat gevoel. Maar op een dansfeest herhaalt dat moment zich tientallen keren per avond, en niemand draait het volume meer terug.
Wie de geluidsdruk niet meer verdraagt en geen oordopjes kan of wil indoen, vertrekt. Wie blijft, went of denkt te wennen. Aan het einde van de avond vraagt niemand zich af waarom mensen vroeg naar huis zijn gegaan. Het publiek wilde het schijnbaar zo, toch?
Onlangs moest ik 125 euro betalen voor een contactlens. Twintig jaar geleden was dat 30 euro. Het materiaal is hetzelfde, de kostprijs ongetwijfeld minder dan 5 euro. Er was voor de verkoper geen goedkoper alternatief. Ik rekende af, gaf aan dat ik een ontevreden klant was en vroeg om feedback naar het management. De medewerker knikte, hij zou het doorgeven. Ik vermoed dat hij zijn schouders ophaalde zodra ik de deur uit was. De markt werkt zo nu eenmaal en het personeel kan er ook niets aan doen.
Twee kleine voorvallen. Een vergelijkbaar patroon: er worden omstandigheden gecreëerd waarin maar één respons mogelijk lijkt: weggaan. Die respons wordt vervolgens aangezien voor vrije keuze, voor draagvlak, voor de wil van het publiek. Wie protesteert heeft de realiteit niet geaccepteerd. Wie vertrekt telt niet meer mee.
Het mechanisme opgeschaald
Een farmaceutisch bedrijf maakt een bestaand medicijn na, vraagt er patent op en zorgt ervoor dat de oorspronkelijke goedkope versie van de markt verdwijnt. Het nieuwe, dure medicijn wordt vergoed door de zorgverzekeraar. De uitvinder krijgt een rechtszaak aan de broek wanneer hij zijn niet-gepatenteerde medicijn blijft verkopen. De samenleving betaalt voor wat haar werd ontnomen. Niemand heeft iets illegaals gedaan. De regels stonden het toe, sterker nog, de regels maakten het mogelijk. (NPO start, Goliath).
Op elk feest is er wel een bezoeker die de dj aanmoedigt het volume op te schroeven. Ze bedoelen het niet kwaad, ze genieten gewoon. Maar hun enthousiasme wordt het signaal waarop de dj vaart. Er is geen dj die later het publiek langs gaat om te vragen of het niet te hard staat.
De makke van het werkelijke machtsmisbruik van positie is dat het onzichtbaar blijft. De dj staat op een podium. Het management van de opticien staat niet zelf achter de toonbank. Maar wie de prijzen heeft vastgesteld, wie de regels -procedures en protocollen- heeft geschreven die het patent mogelijk maakten, wie beslist zonder toezichthouder hoeveel decibel een feestzaal mag produceren, dat is veel moeilijker aan te wijzen. De coulissen zijn donker.
Wat wel zichtbaar is, is het effect. Verwarring. Een publiek dat online bakkeleit over de vraag of je oordopjes maar moet gaan dragen, terwijl de eigenlijke vraag ongesteld blijft: waarom staat de muziek zo hard? Een geslaagd dansfeest wordt gemaakt met dansbare muziek, niet met volume.
Ik heb naast de tijdelijke rol in de klucht Bie Lisa in mijn leven vaak de rol gespeeld uit het sprookje van Andersen met slechts deze oneliner, die samengevat neerkomt op: „de keizer heeft geen kleren aan”.
Geen aanval, geen programma, een waarneming. De reactie is zelden dankbaarheid. Vaker ongemak, negeren, soms agressie en het meest verraderlijk: de vriendelijke diagnose: jij kunt de realiteit nu eenmaal niet accepteren.
Maar de realiteit en de traagheid van veranderingen accepteren is iets anders dan haar goedkeuren.
Stil en onopgemerkt leed
Het meest vergaande voorbeeld is misschien wel het dierenleed in de bio-industrie. Niet omdat mensen het niet weten -de meesten weten het wel- maar omdat het systeem zo is ingericht dat weten en handelen van elkaar zijn losgekoppeld. Het dier verdwijnt achter het product, de stal staat buiten het zicht, de verbloemende taal doet de rest. Excuses om je verantwoordelijkheid te ontlopen liggen ruim voorradig. De korte aandachtsspanne wordt ondersteund, het gemak wordt georganiseerd. Wie wil zien, moet actief moeite doen. Het systeem heeft de vraag of het allemaal wel klopt niet verboden. Het heeft haar overbodig gemaakt.
De vraag die ik niet kan beantwoorden -en die me bezighoudt- is of er op de achtergrond wordt gewerkt aan oplossingen, of dat het wederom het oude liedje is en niemand ingrijpt en iedereen wegduikt.
Ze hieven het glas, deden een plas en alles bleef zoals het was.
De coulissen zijn donker. Van buitenaf zijn de twee mogelijkheden niet te onderscheiden.
Wat wel te onderscheiden is: het mechanisme zelf.
Wie het eenmaal ziet, ziet het overal.
Literatuur
Noam Chomsky & Edward Herman, Manufacturing Consent (1988).
René Girard, La Violence et le Sacré (1972).
Marcia Angell, The Truth About the Drug Companies (2004).
Het belang van satire in democratie (Kunststof).
Gehoorvermoeidheid
Het oor went niet aan hard geluid. Het raakt ervan uitgeput.
Onderzoekers noemen dit auditory fatigue: gehoorvermoeidheid. Na blootstelling aan een hoog volume verschuift de gehoordrempel tijdelijk: je hoort minder scherp, maar dat voel je niet als verlies. Je voelt het als gewenning. De muziek lijkt gewoon normaal geworden. Wat er ondertussen werkelijk gebeurt, is dat de haarcellen in het binnenoor onder druk staan en dat het brein steeds meer energie moet steken in het verwerken van het geluid. Die extra inspanning gaat ongemerkt ten koste van alertheid, concentratie en uithoudingsvermogen.
Een oplossing zou zijn wanneer organisatoren een goed zichtbare digitale decibelmeter zouden ophangen in de feestzaal zodat publiek en de dj kunnen zien of een relatie is tussen hun ervaring en het geluidsniveau. Dan kan iedereen naast het aanvragen van een lied ook een onderbouwd verzoek doen of het wat luider of zachter kan.