De blinde vlek in onze taal
Over de betekenis die wij in dingen leggen
De vlek
Een inktvlek heeft geen verhaal. Wie tijdens een Rorschachtest een vlinder ziet, of een monster, of twee dansende figuren, vertelt daarmee niets over de vlek en alles over zichzelf. De vlek is symmetrisch, willekeurig, betekenisloos; het verhaal komt volledig van de kijker.
Iets vergelijkbaars gebeurt, minder opzichtig, met het Japanse experiment van Emoto waarin bevroren waterkristallen werden gefotografeerd nadat er woorden als “liefde” of “haat” naast het water waren gezet. De kristallen die bij “liefde” hoorden, zouden mooier zijn. Water bevriest altijd in een enorme variëteit aan vormen. Temperatuur, onzuiverheden, de snelheid van bevriezen bepalen de kristalstructuur, niet de intentie van de kijker. De vlek is hier het toevallige kristal; het label “liefde” is de suggestie die iemand er vervolgens in meent te herkennen.
De taalval
Hetzelfde mechanisme werkt subtieler in gewone taal. We zeggen dat water “stroomt en vitaliseert”, een stilstaande poel gaat immers stinken, terwijl een beek helder blijft. Maar strikt genomen rot het water zelf niet; het is wat er ooit levend was en in dat water terechtkwam, dat verrot. Wij verplaatsen een eigenschap van het organische materiaal naar het medium waarin het zich bevindt.
Dezelfde verschuiving zien we bij “liefde vitaliseert”. Seksualiteit vitaliseert in een letterlijke zin: het kon eeuwenlang (toen er nog geen voorbehoedsmiddelen waren) bijna automatisch nieuw leven voortbrengen. Dat letterlijke feit reist mee met het woord “liefde” naar gebieden waar geen enkel causaal mechanisme meer aan de orde is. Zodra twee domeinen een werkwoord delen, ervaren we dat als bewijs van een diepere structuur, terwijl het vaak niet meer is dan het toevallige bereik van één woord.
De plant: geen mechanisme, of het verkeerde
Wie een plant liefdevol toespreekt in de hoop dat ze sneller groeit, projecteert zonder mechanisme: een plant heeft geen zenuwstelsel, geen vermogen om aanspreken als aanspreken te ervaren. Wat wél werkt -op het juiste moment water geven- is een zuiver fysisch proces, dat toevallig samenvalt met de zorgvuldige aandacht van de tuinder.
Strelen is een scherper geval. Hier gebeurt namelijk wél iets, alleen niet wat het woord “liefdevol” belooft. Een plant die herhaaldelijk wordt aangeraakt, reageert met thigmomorfogenese: een stressrespons die de groei remt in plaats van bevordert. Bij toespreken is er stilte, geen mechanisme, dus geen effect. Bij aanraken is er een ontkenning: er is wél een mechanisme en het werkt averechts.
Het dier en de mens: een mechanisme met een omslagpunt
Bij dieren ligt het weer anders. Een hond, een kat, een mens heeft een zenuwstelsel, hechtingsgedrag, een fysiologie waarin aanraking oxytocine losmaakt en een band kan doen ontstaan: een aantoonbaar mechanisme waarlangs een liefdevolle jeugd het latere functioneren beïnvloedt.
Maar dat mechanisme is geen garantie. Strelen schept alleen een liefdevolle band wanneer het gepast is en niet te lang duurt. Buiten die voorwaarden slaat hetzelfde mechanisme om in het tegendeel: afweer, stress, wantrouwen. Het is dus niet genoeg om te vragen of er een mechanisme bestaat dat het woord “liefdevol” waarmaakt. Er schuilt een tweede vraag achter: onder welke voorwaarden werkt dat mechanisme in de bedoelde richting en wanneer slaat het om? Het woord “liefdevol aanraken” doet zich voor als één ding, terwijl het in werkelijkheid een heel je-moet-het-goed-doen in zich draagt.
Pirsig, als tegenpool
Robert Pirsig maakte een omgekeerde beweging toen hij stelde dat de empirische ervaring geen ervaring van objecten is, maar van waarde: het ding heeft de waarde niet gevormd, de waarde heeft het ding gevormd. Die ervaring gaat aan het denken vooraf.
Dat lijkt op het eerste gezicht net zo’n geval van “een vlek invullen”, maar het verschil is precies het onderscheid van de vorige stap. Bij Pirsig is er direct contact: eersterangs, ongemedieerd. Bij de taalval en bij Emoto is er geen contact, alleen een geleend woord dat van buitenaf wordt opgelegd aan iets waarmee niemand werkelijk in aanraking is geweest.
Liefde verb(l)indt
Wat betreft mijn motto over de relatie tussen vrijheid en liefde: ik zie een spanning die de moeite waard is om uit te spreken in plaats van op te lossen.
“Zonder liefde geen vrijheid, zonder vrijheid geen liefde” zet de mens op het spoor dat de relatie nog gemaakt moet worden. Het is een oproep tot bewuste, actieve zoektocht. Er wordt iets gevraagd: kies, zoek, verbind.
Dit essay laat iets tegengestelds zien: zodra je in die relatie te veel wilt zien – te veel woord, te veel verhaal, te veel mechanisme willen bewijzen waar er geen is – gaat de verbinding juist verloren. De streling die te lang duurt, het toespreken van de plant, het label naast het kristal: telkens is het te-veel-willen-zien wat de relatie kapotmaakt in plaats van bevestigt. Liefde verbindt of verblindt.
Misschien is dat geen tegenspraak met het motto, maar de keerzijde ervan die het motto zelf nog niet uitspreekt. Het motto zegt: zoek de relatie bewust. Dit essay zegt: en laat haar dan, eenmaal gevonden, met rust, leg er niet nog een verhaal overheen.