Een transparant en functioneel ego

Je kunt een paard wel naar het water leiden, maar laten drinken?

Wie iets goeds wil doen voor een ander, brengt ongemerkt zijn eigen verwachting mee. En verwachting is een subtiele vorm van controle, hoe zacht ook. De ander voelt dat, al benoemt hij het zelden. Er ontstaat weerstand, niet omdat de helpende bedoeling onwelkom is, maar omdat er een richting in zit. En richting is druk.
Aldous Huxley gebruikte mescaline om een diepere laag van het bewustzijn te openen, een laag die onder het geconditioneerde denken ligt en die, zoals hij beschreef in The Doors of Perception, dingen toont zoals ze zijn zonder de filters van gewoonte en ego. Dat was geen recreatief genoegen maar het overgaan van een drempel: even zien wat er altijd al is, om er daarna zonder middel naar te kunnen leven. Maar elke drempel die een middel vereist, loopt langs de afgrond van afhankelijkheid. Huxley zag die afgrond. Of hij er ver genoeg vandaan bleef, is een open vraag.
Aldous HuxleyDezelfde laag wordt beschreven in zijn minst bekende en meest onderschatte boek Eeuwige Wijsheid (1945). Daarin verzamelde Huxley mystieke teksten uit alle grote tradities -hindoeïsme, boeddhisme, christelijke mystiek, soefisme, taoïsme- en zocht hij wat ze gemeenschappelijk hebben. De conclusie is steeds dezelfde: onder het geconditioneerde bewustzijn ligt een stille grond die niet beredeneerbaar maar wel direct ervaarbaar is. Niet via geloof of leer, maar via aandacht en het wegnemen van wat haar bedekt.

 

Kijken zonder te grijpen

Ik benader diezelfde laag via de getuige-positie. Niet door iets toe te voegen, maar door te leren kijken zonder meteen te grijpen. De getuige is niet afstandelijk, hij is evenwaardig aanwezig, maar zonder agenda. Hij ziet wat er is, ook in zichzelf, zonder er direct iets mee te willen doen. Dat is de kern van wat ik de via negativa noem: niet meer bouwen, maar wegnemen wat de directe ervaring blokkeert, bijvoorbeeld belemmerende overtuigingen.
In Eeuwige Wijsheid citeert Huxley uitvoerig de christelijke mystici -Meister Eckhart en Johannes van het Kruis- over het loslaten van het 'ik' als voorwaarde voor directe ervaring. Niet het ego vernietigen, maar erdoorheen kijken. Eckhart noemde het Abgeschiedenheit, afzondering van de eigen wil, niet als zelfkwelling maar als ruimte maken. Huxley wijdt een heel hoofdstuk aan wat hij mortification noemt, niet in de boetedoening-zin, maar als het systematisch wegnemen van wat de stille grond bedekt. Mijn formulering 'niet meer bouwen maar belemmeringen wegnemen' staat er in andere woorden in.
Het ego is daarin geen vijand. Het is eerder de ene zuil van een poort, de andere zuil is de getuige. Samen vormen ze de doorgang. Zonder ego geen getuige, zonder getuige geen zicht op het ego. De kunst is te weten welke van de twee je op dit moment bent. En daarin helpt humor meer dan ernst. Een lichte zelfspot -even buiten de rol staan zonder er een punt van te maken- is misschien de meest eerlijke beweging die je kunt maken. Niet om te vermaken, maar om de ruimte open te houden. Wie zijn eigen ego niet te serieus neemt, maakt het veilig voor de ander om dat ook niet te doen.

 

Aanwezig zijn zonder richting te geven

Ik begeleid deelnemers in vrijwilligerswerk. Sommige deelnemers hebben moeite om de zin van het leven te zien en verwoorden. Soms is er een zwaarte die nergens op uitloopt. Wat ik geleerd heb -en nog steeds leer- is dat je daarvoor niet bang hoeft te zijn. Depressie vraagt niet om een antwoord. Ze vraagt om aanwezigheid zonder de behoefte om iets op te lossen.
Het paard staat bij het water. Dat is al iets, het is er, het komt terug, het blijft in contact. Ik kan laten zien hoe leven zonder angst eruitziet. Ik kan aanwezig zijn in die ruimte. Maar de beweging naar het water toe, die is van hem.

 

Vrijheid en liefde verbinden

Mijn motto is: zonder liefde geen vrijheid, zonder vrijheid geen liefde. Die twee zijn niet te scheiden en toch is hun verbinding niet te beschrijven. Wie probeert uit te leggen hoe liefde en vrijheid samenkomen, heeft al een handleiding gemaakt. En een handleiding is een richting. En richting is druk.
Huxley citeert in Eeuwige Wijsheid de soefi-mysticus Al-Ghazali en anderen over liefde als de grondbeweging die niet te beschrijven maar wel te leven is. Handleidingen voor liefde zijn bij hem per definitie mislukt, ze maken van een houding een techniek. De verbinding ontstaat niet door te tonen maar door te zijn. Niet 'kijk, zo kan het ook' maar gewoon: hier is het rustig. Vrijheid is niet iets wat je overdraagt, het is iets wat de ander in jouw aanwezigheid mag ervaren, mits jij zelf niet trekt.
Dat geldt ook voor de vraag naar toeval. Ik zoek het niet en ik dwing het niet af. Maar ik ben alert. Synchroniciteit -betekenisvolle samenhang die buiten oorzaak en gevolg valt- laat zich niet vangen door het causale denken. Wie zoekt naar oorzaak en gevolg, wil controleren. Het zoeken naar causaliteit is verbonden met de menselijke behoefte aan grip. Wie open blijft, ziet soms iets wat het controlerende denken heeft gemist, niet als bijgeloof, maar als aandacht voor wat zich aandient.

 

Mystiek op tijd met rust laten

Er is een verleiding om alles te willen benoemen: de eenheidservaring, de leegte, het gewaarzijn. Maar mystiek verdraagt niet te veel woorden. Huxley was zich dat bewust, in Eeuwige Wijsheid schrijft hij dat mystieke ervaring niet overdraagbaar is via begrippen. De tekst kan alleen wijzen, nooit bevatten. Wie er te lang bij blijft staan, maakt er een project van. En een project heeft een einddoel. Wie iets wil overdragen en de tijd dringt, verliest de luchtigheid die overdracht mogelijk maakt.
De poort naar jezelf heeft twee zuilen: het ego en de getuige. Je staat er altijd al voor. De vraag is niet hoe je erdoorheen komt (naar binnen of naar buiten), de poort is poortloos, want ze was nooit gesloten. De vraag is wat je ervan weerhoudt te zien dat hij open is.
Het antwoord ken je al. Dat ene woord dat alles dekt.