Verzadigd maar niet vrij

Over welvaart, escalatie en de vraag waarom genoeg nooit genoeg lijkt

We hebben het in dit land goed. Beter dan het gros van de mensheid ooit heeft gehad. En toch merk ik, in gesprekken met mensen om me heen, hoe weinig die welvaart heeft opgeleverd waar het om emancipatie gaat: om vrij zijn in verhouding tot een ander, om gezien worden als evenwaardig. Dat verbaasde me lang. Tot ik een simpel principe tegenkwam dat het misschien verklaart: goede dingen verzadigen, slechte dingen escaleren.
Het idee is niet ingewikkeld. Een derde boterham stilt de honger meer dan een vierde. Een dak boven je hoofd lost een probleem definitief op, een tweede huis lost niets meer op wat het eerste niet al deed. Maar angst, jaloezie, de wens om meer te zijn dan de ander: die kennen geen verzadigingspunt. Ze voeden zichzelf.

Waarom welvaart het verkeerde probleem oplost

Het probleem is dat welvaart vooral het eerste soort honger stilt en emancipatie iets heel anders is. Emancipatie gaat niet over gebrek, maar over macht: over de vraag of jouw stem, jouw gevoel, jouw ruimte evenveel meetellen als die van de ander. Daar helpt geen extra boterham bij. Ik zag dit patroon al eerder, in gesprekken over waarom rationele inbreng soms structureel niet serieus wordt genomen: als iemand niet als evenwaardig gehoord wordt, lost geen enkele hoeveelheid comfort dat op, want comfort raakt de verhouding niet aan. Welvaart en emancipatie liggen in verschillende categorieën. We verwarren ze omdat we hopen dat het ene het andere vanzelf meebrengt.

Wat er wél escaleert zodra de nood weg is

Sterker nog: zodra de eerste honger gestild is, verschuift onze energie niet vanzelf naar iets beters. Ze verschuift naar wat wél escaleert. Status. Vergelijking. Imago. De "kouwe kak" die indruk probeert te maken zonder zelf indrukwekkend te zijn. Dat soort dingen kent geen bodem, want het gaat nooit om genoeg, maar om meer dan de ander. En dat is precies waar twee van onze meest onderschatte overlevingsreacties, voeden en verleiden, vrij spel krijgen: niet in tijden van nood, maar juist wanneer de nood is weggevallen. Vechten, vluchten en verstarren hebben een concrete aanleiding nodig om in werking te treden en dwingen vaak, juist daardoor, tot verandering. Voeden en verleiden hebben die aanleiding niet nodig. Ze draaien door zolang er niets is dat ze een halt toeroept.
Kijk maar naar hoe mensen naar een partner zoeken. Zodra iemand denkt de ware gevonden te hebben, is de nood gestild, even. Maar een relatie die gewoon wordt, voelt niet als verzadiging. Ze voelt als teleurstelling. En op dat moment krijgt een nieuwe, nog onbekende ander weer kans op de titel. Niet omdat de vorige tekortschoot, maar omdat de zoektocht zelf nooit om die ene persoon draaide. Ze draaide om het escalerende verlangen naar wat nog niet gewoon is geworden. Er bestaat een oud Nederlands gezegde dat dit patroon al kende voordat er sprake was van dating-apps of een overvloed aan keuze: het bezit van de zaak is het einde van het vermaak. Wat je hebt, is per definitie niet meer wat je zocht, want zoeken en hebben zijn twee verschillende gemoedstoestanden. Zolang je zoekt, is er nog van alles mogelijk. Zodra je hebt gevonden, is er nog maar één ding mogelijk: leren leven met wat het werkelijk is, in plaats van met wat je ervan droomde.
Zo bezien is stilstand in emancipatie geen mysterie, maar een bijproduct van comfort: het comfort neemt de reflexen weg die ooit tot verandering dwongen, zonder er een evenwaardige verhouding voor in de plaats te stellen.

Twee manieren om ergens uit te komen

Er zijn, denk ik, twee heel verschillende bewegingen om hier iets aan te doen en het is goed ze niet door elkaar te halen. De ene, van Aristoteles, is een weging: te veel, te weinig en ergens ertussenin het juiste midden, bepaald door je verstand en ingeslepen tot gewoonte. Zelf gebruik ik die weging ook, bijvoorbeeld als iemand worstelt met de vraag of hij voor een vaste relatie moet kiezen: weeg dan gevoelsmatig de gewonnen vrijheid tegen de ingeleverde vrijheid. Is de balans gunstig, blijf. Zo niet, verander er iets aan of vertrek.
Reid HastieMaar er is ook een andere beweging, die niet weegt maar wegneemt. Niet: hoeveel is het juiste midden. Maar: wat zit er eigenlijk in de weg om helder te zien wat er werkelijk gewonnen en verloren wordt. Die twee sluiten elkaar niet uit, ze volgen elkaar op. Eerst wegnemen wat het zicht vertroebelt, de aangeleerde etiketten, de angst om tekort te komen, de gewoonte om jezelf te vergelijken. Pas dan is een weging nog iets waard. Wegen zonder eerst te zuiveren levert alleen een preciezere berekening op van een vertekend beeld.

Genoeg is geen maat

Niemand heeft de waarheid in pacht. Dat weten we van onszelf meestal wel, zodra het om een mening gaat. Maar dezelfde illusie duikt op zodra het om een mens gaat. Alsof er, ergens, één iemand rondloopt die definitief de ware zal blijken, zoals er één juiste mening zou bestaan als je maar diep genoeg zoekt. Er is geen ware. Er is alleen een verhouding die je onderhoudt, of niet.
Misschien is dat de kern. We zoeken naar het juiste midden alsof het een maat is, een hoeveelheid die je kunt vaststellen als je maar goed genoeg rekent. Maar wat escaleert, escaleert niet omdat we te weinig hebben gerekend. Het escaleert omdat het per definitie relatief is: het gaat nooit om wat je hebt, maar om wat de ander heeft. Geen enkele berekening geeft daar uitsluitsel over, want de norm verschuift mee zodra de ander verschuift.
Wat dan wél houvast geeft, is niet het verstand maar het gevoel. Niet als waarheid, feiten zijn het niet, maar als informatie. Een onrustig gevoel in een relatie die gewoon is geworden, is geen bewijs dat de ware niet de ware was. Het is een signaal dat vraagt om bijsturing: onderzoek wat er precies knaagt, in plaats van meteen te concluderen dat het elders beter zal zijn. Wie het gevoel wegwuift omdat het geen harde grond biedt, mist het enige instrument dat wél reageert op wat een berekening niet kan vatten: het moment waarop een verhouding kantelt van evenwaardig naar iets dat weer aan het escaleren is.
Genoeg is geen maat. Het is een gevoel dat om aandacht vraagt en het is verstandig dat serieus te nemen.