Verzadigd maar niet vrij
Over welvaart, escalatie en de vraag waarom genoeg nooit genoeg lijkt
We hebben het in Nederland goed. Beter dan het grootste deel van de mensheid ooit heeft gehad. Toch merk ik in gesprekken met mensen om me heen dat die welvaart ons niet automatisch vrijer heeft gemaakt. Niet in de betekenis van meer geld of meer spullen, maar in de omgang met elkaar. Vrij zijn betekent ook dat je ruimte krijgt om jezelf te zijn en dat je als evenwaardig wordt gezien.
Dat heeft me lang verbaasd. Tot ik een eenvoudig principe tegenkwam dat misschien iets verklaart: goede dingen hebben een grens, slechte dingen kunnen steeds verder gaan.
Een dak boven je hoofd lost een probleem op. Een tweede huis lost meestal niets op wat het eerste huis niet al oploste. Maar angst, jaloezie en de behoefte om meer te hebben of meer te zijn dan een ander kennen geen duidelijk eindpunt. Ze kunnen zichzelf steeds opnieuw aanwakkeren.
Waarom welvaart het verkeerde probleem oplost
Welvaart neemt vooral tekorten weg. Maar emancipatie gaat over iets anders. Het gaat over macht en over de vraag of jouw stem, jouw gevoelens en jouw ruimte net zo belangrijk worden gevonden als die van een ander.
Als iemand niet als evenwaardig wordt behandeld, helpt extra comfort daar niet vanzelf tegen. Een groter huis of meer geld verandert niets aan de verhouding tussen mensen.
Daar zit een onderscheid onder dat het verschil verklaart. Welvaart lost vooral vrijheid van op: van armoede, van gebrek, van directe nood. Emancipatie vraagt iets anders, vrijheid tot: tot een eigen stem, tot een gelijkwaardige plek in de verhouding met een ander. Die twee vormen van vrijheid vallen niet vanzelf samen. Je kunt van veel bevrijd zijn en toch nergens naartoe bewegen.
Welvaart en emancipatie zijn daarom twee verschillende dingen. Toch doen we vaak alsof het ene vanzelf tot het andere leidt. Misschien omdat we hopen dat mensen die genoeg hebben, ook vanzelf tevreden en vrij worden.
Wat er gebeurt als de nood voorbij is
Maar wanneer de eerste nood voorbij is, verdwijnt onze behoefte om steeds meer te willen niet vanzelf. Onze aandacht kan zich dan juist richten op dingen die geen duidelijk einde hebben: status, aanzien, uiterlijk, succes en vergelijking met anderen.
Dan gaat het niet meer om de vraag: heb ik genoeg? Maar om: heb ik meer dan de ander?
Daar krijgen twee van onze belangrijkste overlevingsreacties, voeden en verleiden, veel ruimte. Vechten, vluchten en verstarren hebben meestal een duidelijke aanleiding nodig. Er is een gevaar en daar moet iets mee gebeuren. Voeden en verleiden kunnen echter doorgaan zonder dat er een echte noodsituatie is.
Dat is het lot van een vrijheid die alleen maar van iets is. Er houdt niets meer tegen, maar er is ook niets gekozen om naartoe te bewegen. Die leegte vult zich niet vanzelf met verbinding. Ze vult zich eerder met vergelijken, met meer willen zijn dan de ander, met een onrust die op zoek gaat naar iets nieuws in plaats van naar iets eigens. Wie niet bewust naar vrijheid zoekt, komt zo eerder bij eenzaamheid uit dan bij de ruimte die vrijheid beloofde.
Kijk bijvoorbeeld naar hoe mensen een partner zoeken. Als iemand denkt de ware gevonden te hebben, lijkt de zoektocht even voorbij. Maar na verloop van tijd wordt een relatie gewoon. En wat gewoon is, kan ineens voelen als een teleurstelling.
Dan kan een nieuwe, onbekende ander weer aantrekkelijk worden. Niet per se omdat de huidige partner tekortschiet, maar omdat het verlangen naar iets nieuws sterker kan zijn dan de waardering voor wat er al is.
Een oud Nederlands gezegde zegt het mooi: het bezit van de zaak is het einde van het vermaak.
Zolang je iets zoekt, kan het nog van alles worden. Zodra je het hebt gevonden, ontdek je hoe het werkelijk is. Dan moet je leren omgaan met de werkelijkheid in plaats van met je droom ervan.
Misschien verklaart dat ook waarom meer welvaart niet automatisch tot meer emancipatie leidt. Comfort haalt een aantal redenen voor verandering weg. Maar het geeft niet vanzelf een betere verhouding tussen mensen terug.
Twee manieren om ergens uit te komen
Volgens mij zijn er twee verschillende manieren om hiermee om te gaan. Het is goed om die niet met elkaar te verwarren.
De eerste manier kennen we van Aristoteles. Je probeert te zoeken naar een goed evenwicht tussen te veel en te weinig. Je gebruikt je verstand en maakt daar uiteindelijk een gewoonte van.
Dat kan bijvoorbeeld helpen wanneer iemand twijfelt over een vaste relatie. Je kunt je afvragen: wat krijg ik ervoor terug en wat lever ik ervoor in? Hoeveel vrijheid win ik en hoeveel vrijheid geef ik op? Als de balans goed voelt, blijf je. Als dat niet zo is, kijk je wat er moet veranderen.
Maar er is ook een andere manier: weghalen wat in de weg zit.
Dan vraag je niet: wat is de juiste hoeveelheid? Je vraagt eerst: wat maakt het moeilijk om helder te kijken?
Dat kunnen allerlei dingen zijn: de etiketten die we anderen geven, angst om tekort te komen of de gewoonte om ons steeds met anderen te vergelijken.
Die twee manieren sluiten elkaar niet uit. Ze kunnen elkaar juist aanvullen. Eerst haal je weg wat je blik vertroebelt. Daarna kun je beter afwegen wat je werkelijk wint en verliest.
Als je niet eerst kijkt of je beeld klopt, kan een heel nauwkeurige berekening toch tot een verkeerde conclusie leiden.
Genoeg is geen maat
Niemand heeft de waarheid in pacht. Dat begrijpen we meestal wel wanneer het om een mening gaat. Toch vergeten we dat gemakkelijk wanneer het om mensen gaat.
We kunnen bijvoorbeeld gaan denken dat er ergens één persoon rondloopt die echt de ware is. Alsof we die persoon alleen maar hoeven te vinden.
Maar er bestaat geen ene ware. Er bestaat een relatie die je onderhoudt of niet.
Misschien is dat wel de kern van het verhaal. We zoeken naar het juiste midden alsof het een vaste maat is. Alsof we kunnen uitrekenen hoeveel genoeg is.
Maar wat steeds verder gaat, laat zich niet zo berekenen. Het gaat bij vergelijking immers niet om wat je hebt, maar om wat een ander heeft. Zodra de ander meer heeft, kan jouw gevoel van genoeg weer verdwijnen.
Wat ons daarbij misschien meer helpt dan rekenen, is ons gevoel. Niet omdat een gevoel automatisch de waarheid vertelt. Dat doet het niet. Maar een gevoel kan wel informatie geven.
Een onrustig gevoel in een relatie die gewoon is geworden, betekent bijvoorbeeld niet automatisch dat je de verkeerde partner hebt gekozen. Het kan een signaal zijn dat er iets aandacht nodig heeft.
Dan is het beter om eerst te onderzoeken wat er precies knaagt, dan meteen te denken dat het ergens anders beter zal zijn.
Een gevoel kan ons iets laten merken wat we met ons verstand niet zo gemakkelijk zien: dat een verhouding aan het veranderen is. Dat wat eerst evenwaardig voelde, weer begint te draaien om tekort, vergelijking of meer willen.
Genoeg is geen vaste maat. Het is een gevoel dat om aandacht vraagt. En het is verstandig om daar serieus naar te luisteren.