In onze maatschappij zijn we zo gewoon geraakt om in competitie te gaan en te zijn, dat we nauwelijks in staat zijn om een omgang met elkaar te onderhouden die niet gericht is op het verkrijgen van bovenliggende, winnende posities. Ook zien we niet snel het voordeel in het je onttrekken aan de wens om winnaar te zijn. Toch valt er veel te winnen in de kwaliteit van onze relaties door niet de strijd aan te gaan of er gewoon (onvoorwaardelijk) uit te stappen. Het maakt het lastig om de simpele grondhouding -evenwaardigheid- toe te passen en gericht te zijn op balans in geven en nemen.
Iemand proberen te overtuigen dat hij in een machtsstrijd verwikkeld is, is even lastig als een gokverslaafde proberen te overtuigen dat je in een casino toch niet van de bank kunt winnen. "Nog één keer proberen om een slag te slaan en dan stop ik ermee".
Mensen zijn gericht op doen en niet op laten. Zoiets simpels als te stoppen met vechten kan niet waar of juist zijn. De oplossing wordt gezocht in 'iets" doen. En zo blijft men zoeken op het niveau waarop men verstrikt is geraakt.

Verkeerd omgaan met conflicten binnen een relatie leidt ertoe dat de liefde in verbondenheid zijn kracht zal verliezen. Mensen ontkennen het conflict of durven het niet wezenlijk aan te gaan, dat wil zeggen op metaniveau in dialoog te gaan. Dit vermijden van een metagesprek kan resulteren in ‘manipulatieve indirectheid’ waarbij geen sprake meer is van een open agenda. We nemen elkaar niet meer in vertrouwen over de eigen kwetsbaarheid. De strategieën worden dan strijden, aanpassen of terugtrekken. Degene die strijd en ongenoegen ervaart, is vaak geneigd dit de ander te verwijten en legt daarmee ook de verantwoordelijkheid voor het ongenoegen bij die ander. Strijd om het verschil op te heffen ontaardt in een machtsstrijd, waarbij de liefde uiteindelijk het slachtoffer is. Wie zich aanpast om een conflict te vermijden, offert voor een deel de vrijheid op die hij heeft om zichzelf te zijn.


beschrijft haar laatste inzichten over machtsstrijd bij het uitkomen van de zesde druk van Ruzie:

Ruzies zijn eigenlijk heel eenvoudig. Het komt erop neer dat de ene partij aanvalt en dat de andere zich verdedigt. Die verdediging echter, bestaat goed beschouwd ook uit een aanval, meestal een ontkenning, die weer een verdediging opwekt waarin ook weer een aanval ligt besloten enzovoort. Kortom: de een verwijt de ander en de ander beschuldigt de een en ga zo maar door.

Het wonderlijke is dat mensen die ruzie maken vrijwel altijd het gevoel hebben dat ze zich verdedigen. Ze voelen zich geen "aanvallers", maar verdedigers en hebben daardoor ook niet het gevoel dat zij de ruzie maken, maar dat de andere partij dat doet. Zij voelen zich gedwongen of uitgedaagd om zich te verdedigen doordat de ander hen keer op keer aanvalt. Dat hun verdediging of ontkenningen ook steeds weer aanvallen inhouden realiseren ze zich niet. Dat zij daardoor ook in staat zijn om de ruzie te beëindigen evenmin.

Dat komt, omdat ruziënde mensen ervan uitgaan dat je ruzies alleen maar kunt beëindigen door ze "uit te vechten", dat wil zeggen: door te winnen (of "gelijk" te krijgen). Maar elke "winst" wordt altijd weer aangevochten door een beschuldiging en elk "gelijk" wordt gepareerd door een ontkenning. Een behaalde winst kan "betaald gezet" worden door een dagen- of zelfs wekenlange bestraffing door de verliezer (die zich overigens meestal helemaal niet bewust is van het feit dat hij straft); een eventueel gelijk kan zelfs na weken of maanden nog onderuit gehaald worden als de gelegenheid zich maar enigszins voordoet ("Zie je wel, ik zei toch al").

Machtsstrijden eindigen niet. Ook als ze zijn gewonnen gaan ze gewoon door, want niemand wil leven in een hiërarchie; niemand wil een verliezer zijn en een winnaar tegenover zich hebben. Zeker wanneer een relatie op basis van liefde of kameraadschap is gestart zal iedere poging om een hiërarchie in te voeren op weerstand wijken en die weerstand zal nooit overgaan. Ruzie maken heeft dus geen enkele zin.

Maar waarom maken mensen dan ruzie? Waarom gaan ze er eindeloos mee door en stoppen ze niet direct bij de eerste verdediging?
Dat komt omdat er onder de ruzie een behoefte ligt, namelijk de behoefte om gehoord of gezien te worden. Beschuldigingen en verwijten bevatten bij nadere beschouwing altijd mededelingen die je gobaal kunt samenvatten als: "kijk eens naar mij; zie eens wat er met mij aan de hand is". Deze mededelingen zijn echter altijd zodanig geformuleerd dat ze de ander pijn doen en daardoor is de ontvanger van de beschuldiging of het verwijt niet in staat om te kijken.

Beschuldigingen en verwijten kun je beschouwen als verwarde pogingen om jezelf te laten zien. Verward, omdat er niet wordt gezegd: "kijk eens naar mij; ik ben zo bang (of boos, verdrietig of wat dan ook)", maar: "jij deugt niet omdat je mij bang (boos, verdrietig of wat dan ook) hebt gemaakt". De mededeling over jezelf wordt dus verpakt in een beschuldiging of een verwijt aan het adres van de ander. Door de pijn die die beschuldiging of dat verwijt doet, is de ander absoluut niet in staat om aandacht te hebben voor wat je eigenlijk wilt zeggen. Integendeel: hij reageert ogenblikkelijk op dezelfde manier: hij geeft op dezelfde verwarde manier aan dat de beschuldiging of het verwijt hem pijn doet.

Deze pijn heb ik in mijn boek Ruzie de motor van de ruzie genoemd. Wie pijn heeft kan geen aandacht opbrengen voor de ander. Hij kan niet kijken en luisteren. Wie pijn heeft, reageert doorgaans ogenblikkelijk door de ander op zijn beurt pijn te doen. Hoe meer pijn, des te harder de motor van de ruzie draait.

Hoe de motor van de machtsstrijd wordt aangezet en hoe hij kan worden uitgezet beschrijf ik gedetailleerd in het boek Ruzie, dat een dezer dagen zijn 6e druk beleeft. In deze 6e druk is een uitgebreid nawoord opgenomen waarin ik mijn nieuwste inzichten omtrent het ontstaan en met name het verdwijnen van boosheid en verdriet beschrijf. Ik maak duidelijk dat het beëindigen van de machtsstrijd alles te maken heeft met het aanvaarden en respecteren van de twee soms totaal verschillende werkelijkheden van de ruziënde partners. Dat is heel iets anders dan wat gebruikelijk is bij machtsstrijden: door de eigen werkelijkheid het aureool van "het gelijk" te geven wordt getracht de werkelijkheid van de ander weg te vagen.

Wat gebeurt er eigenlijk als je ruzie hebt? Hoe komt het dat je je soms zo machteloos kunt voelen? Wat is pijn eigenlijk? Hoe moet je met je verdriet en je woede omgaan? Hoe ga je om met autoriteit? Wat is 'dichtklappen'? Wat is 'zieligheid'? Hoe komt het dat ruzies vaak zo lang duren? En helemaal niets opleveren? Deze en nog talloze andere vragen komen in dit boek aan de orde. Op een zeer systematische en bijna 'simpele' wijze legt Riekje Boswijk uit wat er met je energie gebeurt tijdens ruzies, hoe een machtsstrijd ontstaat en verloopt én wat je kunt doen om ruzies uit de knoop te halen en eventueel te voorkomen.

Geplaatst door .