Wanneer het ik ophoudt te verdedigen
Rumi is een beroemde Perzische dichter en mysticus (1207-1273).
Hij leefde vanuit wat in de soefitraditie tawhid heet: de radicale eenheid van alles wat is. Maar bij Rumi is dat geen abstract theologisch principe. Het is een geleefde ervaring. Vanuit die eenheid volgen een paar fundamentele houdingen: Het zelf is geen vaststaand ding, maar een doorgang. Verlies en ontregeling zijn geen fouten, maar noodzakelijke bewegingen. Niet-weten is vruchtbaarder dan zeker weten. Liefde is de dynamiek van het bestaan zelf, niet een menselijke eigenschap.
Een vaak geciteerde gedachte van hem vat dat samen, vrij vertaald: Waarom ben je zo druk bezig jezelf te beschermen? Je bent niet wat er beschermd moet worden.
“Vrijheid ontstaat waar verdediging stopt, liefde waar projecties niet binden”
Wanneer het ik ophoudt zich te verdedigen, bereik je het einde van kunstmatige spirituele ontwikkeling en mag je eindelijk zijn zoals je bent.
Hoe vaak laat iemand zich leiden door het oordeel of de projecties van anderen? Hoe vaak wordt liefde gemist, niet omdat ze er niet is, maar omdat het ik zichzelf verdedigt?
Dit essay nodigt uit om stil te staan bij een subtiel, maar krachtig principe: vrijheid ontstaat wanneer het ik niet langer verdedigd hoeft te worden en liefde verschijnt wanneer projecties niet binden. Het is een gids voor het cultiveren van relaties en aanwezigheid waarin verantwoordelijkheid, evenwaardigheid en kwaliteit samenvallen.
Het is geen theorie, geen idealisme, maar een uitnodiging om te ervaren hoe liefde en vrijheid elkaar ontmoeten in de praktijk van het dagelijkse contact.
De vrijheid van niet-verdedigen
Vrijheid is hier niet willekeurig doen wat men wil. Het is een subtiel vermogen: een persoon is vrij wanneer hij niet voortdurend zichzelf hoeft te bewaken. Bewaken betekent hier niet gezonde grenzen stellen, maar een constante staat van zelfbescherming: het verdedigen van identiteit, gelijk, oordeel of aanzien. Wanneer het ik ophoudt zich te verdedigen, bereik je het einde van kunstmatige spirituele ontwikkeling en mag je eindelijk zijn zoals je bent.
Wanneer deze obsessieve bewaking wegvalt, stopt de voortdurende strijd om het ik. Het ik verdwijnt niet, maar hoeft zich niet langer te bevestigen. Die ontspanning opent een ruimte waarin vrijheid niet defensief is, maar een voorwaarde van zijn, een innerlijke zekerheid die niets hoeft te bewijzen. Vrijheid betekent dan ook niet ongevoelig zijn, maar aanwezig kunnen zijn zonder gevangen te raken in de blik van de ander.
Projecties van anderen
De wereld projecteert voortdurend. Wat anderen in een persoon zien, is bijna altijd een weerspiegeling van hun eigen angsten, verlangens of verwachtingen. Projecties zijn geen feiten over wie iemand werkelijk is.
Wanneer iemand zich laat binden door die projecties -door zich te verdedigen, te overtuigen of te verhullen- verliest hij vrijheid. Liefde wordt afhankelijk van acceptatie en gedrag wordt gestuurd door externe druk. Maar wanneer projecties niet binden, ontstaat ruimte: ruimte om te ademen, ruimte om te kiezen, ruimte om te reageren vanuit bewuste afstemming in plaats van reflexmatige zelfbescherming.
Liefde bij Rumi
Bij Rumi is liefde geen gevoel en geen relatievorm. Het is een kracht die het zelf openbreekt. Liefde doet niet toevoegen, maar afpellen.
Wie liefheeft, verliest iets van zijn vaste identiteit. Niet omdat hij zichzelf opoffert, maar omdat hij ontdekt dat dat vaste zelf nooit het wezenlijke was.
Liefde maakt je dus niet groter, maar doorlaatbaar. En precies daarin ligt vrijheid.
Een bekende gedachte bij Rumi, vrij geformuleerd: Niet jij kiest de liefde. Liefde kiest jou, op het moment dat je ophoudt jezelf te bewaken.
Liefde als ruimte tussen vrijheid en verantwoordelijkheid
Liefde is hier geen impuls, geen romantisch ideaal en geen bezit. Het is een kwaliteit van aanwezigheid die ontstaat wanneer vrijheid en verantwoordelijkheid samenkomen.
- Vrijheid: de ontspanning van het ik, het loslaten van constante zelfhandhaving.
- Verantwoordelijkheid: het vermogen om de grenzen van de ander te respecteren en bewust af te stemmen op de kwaliteit van het contact.
Pas in dit spanningsveld verschijnt liefde. Niet als iets dat iemand overkomt, maar als een resultaat van bewust handelen: aandacht, zorg en respect voor zichzelf en voor de ander.
Evenwaardigheid en kwaliteit
Waar vrijheid en projectievrije ruimte samengaan, ontstaat evenwaardigheid. Wie zijn ik niet hoeft te verdedigen, hoeft de ander ook niet te overschrijden. Wie zich niet laat binden door projecties, kan de ander werkelijk zien. In die houding ligt geen opgelegde moraal, maar een natuurlijke uitdrukking van respect en gelijkwaardigheid.
Kwaliteit in relaties ontstaat wanneer vrijheid en afstemming voortdurend in balans worden gehouden. Het vraagt aandacht voor reacties, impact van woorden en het delicate evenwicht tussen aanwezigheid en loslaten.
Zelfvertrouwen en bewustzijn
Het loslaten van zelfhandhaving vereist zelfvertrouwen: de zekerheid dat iemand innerlijk standhoudt, ongeacht hoe anderen hem zien. Maar vrijheid zonder bewustzijn is gevaarlijk; loslaten kan leiden tot naïviteit, overschrijding van grenzen, of verlies van kwaliteit in relaties.
Daarom is inzicht in projecties en de noodzaak van afstemming essentieel. Liefde wordt zo een bewuste kunst, geen automatische uitkomst van loslaten.
De kunst van vrij zijn in contact
Alleen wanneer iemand ophoudt zichzelf te verdedigen, ontstaat innerlijke vrijheid. Alleen wanneer deze vrijheid zorgvuldig wordt gedragen, kan liefde verschijnen die zuiver, evenwichtig en duurzaam is.
In deze ruimte tussen loslaten en bewuste aanwezigheid ontvouwt zich een menselijke kwaliteit die subtiel en krachtig tegelijk is: liefde die vrij is en vrijheid die liefdevol is.
Aanvullende waarden: aanwezigheid, verantwoordelijkheid, zelfvertrouwen, bewustwording.