Spontaan en verantwoordelijk leven
Over de kwaliteit van je eerste ingeving
De schijnbare tegenstelling
Ik wil vrij leven. Ontspannen reageren, zeggen wat ik voel, doen wat op me afkomt zonder het eerst drie keer te wegen. Maar ik wil ook niet de persoon zijn die achteraf denkt: had ik dat nou echt zo moeten zeggen? Die vrijheid en die zorgvuldigheid lijken elkaar in de weg te zitten.
Toch denk ik dat ze dat niet hoeven te doen. Spontaniteit roept het beeld op van directheid en onbevangenheid, soms grilligheid. Verantwoordelijkheid suggereert nadenken, afweging, beheersing. Maar misschien is de spanning tussen die twee geen tegenstelling maar een uitnodiging: tot een verfijnder begrip van wat spontaniteit werkelijk kan zijn.
Wat er opkomt
Spontaan leven betekent niet dat alles wat opkomt ook ongefilterd naar buiten moet. Wat opkomt kan voortkomen uit gevoel, uit een gedachte, uit een impuls, uit ego, uit intuïtie of zelfs uit een oude gewoonte die zich voordoet als iets nieuws. Wie spontaan wil leven maar ook verantwoordelijkheid wil nemen, staat voor de opgave om die eerste opwelling niet te onderdrukken maar wel even te ontvangen en te bezien. Daar begint het.
Iets wat je niet meer hoeft te denken
De filosoof Michael Polanyi beschreef hoe kennis zich na verloop van tijd nestelt in de manier waarop je dingen doet, zonder dat je haar nog bewust hoeft te sturen. Een ervaren danser denkt niet meer aan zijn stappen, de techniek is niet verdwenen, maar de aandacht ervoor is op de achtergrond geraakt. Ze draagt de beweging zonder er zelf in de weg te staan. Hetzelfde geldt voor iemand die een vak of autorijden echt heeft leren verstaan: de opgedane kennis zit in zijn handen en voeten, in zijn blik, in zijn eerste reactie.
Datzelfde kan gelden voor de manier waarop je op mensen en situaties reageert. Wie jarenlang aandacht heeft besteed aan hoe hij reageert, draagt die aandacht niet langer bewust met zich mee, ze werkt gewoon. Maar juist daarom is enige waakzaamheid nodig. Wat vanzelf gaat, valt ook niet meer op. Een ingeslepen patroon voelt volkomen natuurlijk aan, ook als het al lang niet meer klopt.
Het lichaam weet het eerder
Hier biedt Eugene Gendlin iets waardevols. Zijn begrip felt sense verwijst naar een lichamelijk weten dat voorafgaat aan woorden, een onduidelijk maar onmiskenbaar gevoel dat er iets is wat aandacht vraagt. Niet als alarm, maar als een zachte aarzeling. Gendlin stelde voor om daar niet overheen te lopen maar er even bij te blijven, zonder het meteen te willen benoemen of oplossen. Soms verschuift er dan iets: een kleine ontspanning, een plotselinge helderheid. Die beweging noemde hij de felt shift. Je weet dan dat je iets wezenlijks hebt aangeraakt.
Ruimte laten
Dit luisteren vraagt ruimte. Niet de ruimte van vertraging om de spontaniteit te smoren, maar de ruimte om haar even te laten landen. Wie zichzelf continu tot het uiterste inzet, verliest precies die ruimte.
Bij het salsadansen begin ik altijd met voelen of mijn partner de maat net zo ervaart als ik. Pas als er wederzijds vertrouwen is, kies ik figuren: afgestemd op de muziek, op de ruimte, op wat het moment vraagt. Er lijkt weinig ruimte voor spontaniteit. Maar die ontstaat juist op de momenten die niet gepland zijn: een partner die anders reageert dan verwacht, een ander paar dat te dichtbij komt. In die onverwachte opening is de reactie er ineens, niet bedacht maar passend.
In die ruimte kunnen verstand, gevoel en intuïtie elkaar ontmoeten. Als die drie resoneren, ontstaat er iets dat je misschien betrouwbare spontaniteit zou kunnen noemen. Een reactie die nog steeds direct is, maar niet willekeurig. Vrij, maar niet onverschillig.
Verfijning, geen controle
Verantwoordelijkheid nemen voor je spontaniteit vraagt geen onderdrukking maar verfijning van aandacht. Het vraagt te leren onderscheiden wat er in je opkomt. Is het een reflex, een verdediging, een verlangen, een inzicht? Door dat onderscheid wordt je spontaniteit minder een toevallige uiting en meer een vorm van voortdurende afstemming.
Vrijheid is dan niet langer het recht om alles te uiten wat in je opkomt, maar het vermogen om te kiezen wat je laat doorstromen.
Die afstemming heeft voor mij een richting. In mijn spontane reacties zoek ik naar vriendelijkheid, naar iets wat voor beiden werkt, ook in humor. En naar evenwaardigheid: ik wil niet naar een ander opkijken en ook niet neerkijken. Dat betekent ook dat ik de omgang graag licht houd, niet te formeel, zonder al te veel afstand.
Niet als gedragsregel die ik mijzelf opleg, maar als iets wat ik werkelijk wil. Omdat ik weet wat ik wil uitdrukken, is het ook gemakkelijker kiezen. Al ken ik natuurlijk ook de situaties waarin het aantrekkelijker lijkt om maar niet tegen de ander in te gaan.
Fouten maken hoort erbij
Dat betekent niet dat elke spontane reactie perfect moet zijn. Integendeel. Juist in het toestaan van imperfectie blijft de spontaniteit levend. Verantwoordelijkheid betekent hier niet dat je foutloos handelt, maar dat je bereid bent te kijken naar wat je hebt gezegd of gedaan. Dat je kunt onderscheiden: dit was mijn reactie en zo verhoud ik mij daartoe. Zonder oordeel, maar ook zonder ontkenning.
Geen vrijbrief, geen harnas
Wie denkt dat spontaniteit en verantwoordelijkheid niet samengaan, heeft van een van de twee een karikatuur gemaakt. Spontaniteit is geen vrijbrief en verantwoordelijkheid is geen harnas.
Wie dat begrijpt, hoeft zichzelf niet meer te beheersen. Hij hoeft alleen maar wakker te blijven.