Liefde begint bij aanwezigheid, niet bij zelfkennis

Het cliché van zelfliefde: aanwezigheid boven zelfkennis

We zeggen vaak: “Houd eerst van jezelf, dan kun je van een ander houden”. Maar wat betekent dat eigenlijk? Kun je jezelf ooit helemaal kennen, en wat gebeurt er met liefde als dat niet zo is? Dit essay nodigt uit om te onderzoeken wat het betekent om met jezelf verbonden te zijn, zonder dat je jezelf hoeft te begrijpen, en hoe die verbinding zich vertaalt in echte relaties met anderen. Het is een uitnodiging om te kijken, te voelen en te ontdekken: liefde begint misschien niet bij zekerheid, maar bij aanwezigheid.

Het klinkt zo logisch: eerst moet je van jezelf houden voordat je een ander liefde kunt geven. Maar is dat wel zo vanzelfsprekend? Die uitspraak roept twee vragen op. Ten eerste: wie of wat bedoel je eigenlijk met ‘jezelf’, en wat betekent het om van jezelf te houden? Ten tweede: wat versta je onder de liefde die je zegt te geven?

1. Wie is dat ‘jezelf’ en wat betekent van jezelf houden?

Wie is dat ‘jezelf’ eigenlijk? De uitspraak suggereert dat het gaat om een duidelijk afgebakend geheel dat je kunt kennen, beoordelen en vervolgens liefhebben. Maar zo ervaren de meeste mensen zichzelf niet. We veranderen, reageren op situaties en ontdekken onszelf vaak pas in de ontmoeting met een ander. Volledige zelfkennis lijkt daarmee eerder een ideaal dan een realiteit.

Als dat zo is, kan van jezelf houden niet betekenen dat je jezelf eerst helemaal moet begrijpen of op orde moet hebben. Liefde voor jezelf wordt dan geen eindpunt, maar een houding: de bereidheid om met jezelf in relatie te blijven, ook wanneer je jezelf niet doorgrondt of wanneer je jezelf tegenvalt.

Erich FrommAan de ene kant staat de narcist, zo verknocht aan zijn spiegelbeeld dat hij er niet meer van loskomt. Aan de andere kant is er de mens die zichzelf structureel wegcijfert. In beide gevallen raakt de openheid voor verandering verloren.

Het wordt helderder wanneer je liefde niet verwart met zorg of behoefte. Voor jezelf zorgen en aandacht hebben voor de ander is vaak minder beladen dan spreken over zelfliefde. Laat de ander ook voor zichzelf zorgen, een noodgeval uitgezonderd. Wie zijn eigen behoeften kent, kan zich beter voorstellen wat een ander nodig heeft. Liefde en behoefte vallen dan niet meer samen.

Wanneer je het gevoel hebt dat je met jezelf verbonden bent, wordt het ook gemakkelijker om je met een ander te verbinden. Dat vraagt geen volledige zelfkennis, maar wel een zekere innerlijke aanwezigheid.

Sommige mensen groeien op zonder erkenning dat zij er mogen zijn zonder tegenprestatie. Soms wordt elke vorm van zelfwaardering zelfs actief ontmoedigd. Het helpt om zulke invloeden te herkennen en te beseffen dat zij meer zeggen over degene die ze oplegde dan over jouzelf.

2. Liefde, verbinding en vrijheid

Deze begrensde zelfkennis -het besef dat je jezelf nooit volledig kunt bevatten- maakt het juist mogelijk om open te staan voor liefde. Liefde is niet af te dwingen, en ook degene die liefheeft is geen vaststaand gegeven. Wat we ervaren of geven, ontstaat steeds opnieuw in relatie en laat zich nooit volledig overzien.

In liefde gaat het niet om het hebben van relaties, maar om het vermogen tot verbinding. Die verbinding is geen bezit, maar een beweging. In de afwisseling van verbinden en loslaten ontwikkel je zelfvertrouwen en leer je zowel je eigen vrijheidsbehoefte als die van de ander kennen. Niet omdat je jezelf of de ander volledig doorgrondt, maar juist doordat je leert omgaan met wat zich onttrekt aan zekerheid.

Zo behoud je je autonomie zonder je af te sluiten. Wie kan loslaten, hoeft niet bang te zijn zichzelf te verliezen, ook niet wanneer het beeld dat je van jezelf had verandert. Liefde vraagt geen vaste identiteit, maar ruimte om te blijven bewegen.

Soms groeit daaruit een stabiele relatie waarin plannen voor de langere termijn mogelijk zijn. Soms blijft het bij een vriendschap met weinig verplichtingen. In beide gevallen gaat het minder om de vorm dan om het vermogen om trouw te blijven aan de dynamiek tussen nabijheid en vrijheid.

De volgorde waarin je liefhebt is daarbij van ondergeschikt belang. Belangrijker is wat je leert over de aangename en lastige gevolgen van liefhebben. Verliefdheid komt op en verdwijnt weer. Ze kan een voorbode van liefde zijn, maar ook een illusie.

Zorg goed voor jezelf, maar besteed niet te veel tijd aan het zoeken naar jezelf. Dat zoeken kan gemakkelijk een doel op zich worden en daarmee juist de beweging stilzetten waarin liefde ontstaat.

Houd het beeld van een peuter voor ogen, die vanzelfsprekend van zichzelf en van anderen houdt, mens en dier, zonder onderscheid en zonder zichzelf volledig te hoeven kennen.

Leef, en laat de rest zich ontvouwen.

 

Er is een reeks over non-dualiteit, verlichting, gewaarzijn en leegte als spirituele themas.

Er is een reeks over vrijheid, liefde, kwaliteit en evenwaardigheid als leidende waarden.

Er is een reeks over balans en evenwicht, niet-doen, wu wei en yin en yang.
Voor verdieping en verder lezen over de concepten en termen uit dit blog, ga naar het overzicht van labels.