Spotten zonder het mikpunt te worden

Het gevaar van opkomend fascisme is niet van deze tijd en ook niet van één werelddeel. Het sluimert, het suddert -soms generaties lang- in de domheid van een deel van een bevolking, tot die domheid rijpt tot een politiek gevaar waar een samenleving niet meer uit wegkomt zonder iets te breken. En dan wordt verzet ertegen levensgevaarlijk, juist omdat het zo lang heeft mogen rijpen.

 

Hoe verzet je je dan effectief, zonder zelf het mikpunt te worden?

Dietrich Bonhoeffer kende dat rijpingsproces van dichtbij, en schreef er in 1943 vanuit de gevangenis over: domheid is gevaarlijker dan kwaad. Het kwaad weet tenminste dat het fout zit. De domme mens niet. Hij voelt zich juist goed, en wat je ook zegt, het glijdt eraf. Bonhoeffer noemde dat zelfgenoegzaamheid: er is geen scheurtje waar een argument doorheen kan.
Een oplossing gaf hij niet, behalve geduld hebben en je moment kiezen.
Socrates, tweeduizend jaar eerder, had wel iets wat op een methode lijkt. Hij beweerde niets. Hij vroeg. Wat is moed, wat is rechtvaardigheid -en dan vroeg hij door, rustig, zonder ooit te zeggen “dat is fout”- tot de ander zelf zag dat hij zichzelf tegensprak. Niemand had hem iets opgelegd. Hij zag het zelf.
Dat is knap, want een vraag is geen aanval. Je kunt niet boos worden op je eigen woorden van vijf minuten geleden. Er is niemand om tegen te vechten.

En toch


Bonhoeffer werd gedood door de Nazi’s na een mislukte aanslag in 1944 op Hitler. Socrates kreeg de gifbeker, aangereikt door de stad die hij probeerde wakker te schudden. De een koos het verzet, met alles wat daarbij hoort. De ander stelde alleen vragen, jarenlang, op straat. Allebei hielden ze de macht een spiegel voor. Allebei stierven ze door de hand van wie in die spiegel keek.
Dat zet je aan het denken. Is het dan altijd gevaarlijk om iemand die zich onaantastbaar waant, te ontmaskeren -ongeacht hoe zacht je het doet?
Niet helemaal. Er blijken een paar dingen te zijn die wél beschermen.


Onzichtbaar blijven


In de Sovjet-Unie circuleerden decennialang moppen over het regime. Niemand wist wie ze verzon. Iedereen kon ze doorvertellen en een beetje aanpassen. Het regime wist dat het gevaarlijk was -er gingen mensen de gevangenis voor in- maar kon de bron nooit vinden, want die bron was iedereen en niemand tegelijk.
Hetzelfde gold voor spotters van het negentiende-eeuwse duel. Niemand voerde een campagne. Er was gewoon, jarenlang, overal een beetje smalende lach te horen over mannen die elkaar nog steeds dood wilden schieten voor hun eer. Niemand die erom werd gestraft, want niemand kon zeggen wie er precies lachte.
De regel lijkt simpel: zolang je geen gezicht hebt, kan de macht je niet raken.


Toestemming krijgen


De hofnar mocht de koning bespotten -mild, nooit te ver- omdat de koning het zelf toestond. Het was een vergunning, geen overwinning. Zodra de nar de vergunning overschreed, was hij niet langer veilig.
Carnaval lijkt erop, en toch is het anders. De praalwagens kosten een jaar voorbereiding. Een hele gemeenschap steekt er werk in om, voor een paar dagen, de baas of de pastoor belachelijk te maken. Het houdt mensen van de straat. De spot wordt geduld, juist omdat hij de onvrede opvangt in plaats van haar verder aan te wakkeren. Dat is meteen de prijs: het verandert weinig. De macht staat het toe omdat het haar dient.


Een systeem dat voor je instaat


Kees van Kooten en Wim de Bie hadden decennialang succes met het bespotten van mensen die hun positie niet konden waarmaken. Geen typetje was te dol -bewindslieden, een zelfvoldane geleerde, de gemiddelde Nederlander zelf- en geen van beiden kreeg er ooit een gifbeker of een novitsjok-vergiftiging voor terug. Sterker nog, ze deden het wekelijks, op de VPRO, met hun eigen naam eraan.
Dat is geen toeval en het is ook niet omdat ze zo voorzichtig waren. Het zit ’m in iets dat bij geen van de eerdere voorbeelden aanwezig was: een rechtsstaat die persvrijheid garandeert, ongeacht of de bespotte dat zelf waardeert. De hofnar kreeg zijn veiligheid van de koning persoonlijk, herroepbaar op elk moment. Van Kooten en De Bie kregen hun veiligheid van iets dat boven de koning, de minister, de bespotte zelf staat -een derde partij die niet hoeft te worden behaagd om te blijven beschermen.
Dat verklaart ook waarom hetzelfde grapje in Moskou of Washington een heel ander lot treft dan in Hilversum. Niet de grap verschilt, niet de moed van wie hem maakt. Het systeem eromheen verschilt.
En dat verklaart meteen waarom een rijpend fascisme zo gevaarlijk is, lang voordat het zichtbaar wordt. Het begint zelden met het verbieden van een grap. Het begint met het uithollen van precies dit: de rechtspraak, de persvrijheid, de instituties die een cabaretier dekken zonder dat hij erom hoeft te vragen. Op de dag dat die derde partij verzwakt is, staat de cabaretier van gisteren ineens in de positie van Socrates -zichtbaar, zonder toestemming, zonder iets dat nog tussen hem en de macht in staat.


Jezelf niet voor onkwetsbaar houden


Hier wordt het lastiger en dichterbij.
Alexei Navalny keerde in 2021 terug naar Rusland, ook al was hij eerder bijna dodelijk vergiftigd. Hij had veel steun, groot gelijk, een wereldwijd publiek. Misschien voelde dat als een soort bescherming. Hij werd gearresteerd en is inmiddels gestorven in een strafkamp.
James Bond loopt voortdurend levensgevaar -achtervolgd, gemarteld, bijna vermoord- en wint altijd en krijgt ook nog de mooie vrouw. Niemand gelooft serieus dat hij kan sterven, want het is fictie en fictie garandeert een goede afloop.
Het verschil tussen die twee is het verschil tussen een illusie die werkt omdat ze fictie is en een illusie die niet werkt omdat ze dat niet is. Wie zijn eigen gelijk gaat aanzien voor onkwetsbaarheid, loopt het grootste risico van allemaal, niet ondanks zijn moed, maar juist erdoor.
Bonhoeffer had die illusie niet. Hij schreef zelf, vanuit de cel, eerlijk over hoe waarschijnlijk zijn dood was. Hij vond dat niets doen een grotere schuld zou zijn dan handelen, ook al wist hij dat handelen hem evengoed schuldig zou maken. Geen schone uitweg, alleen de minst slechte. Dat is geen zelfgenoegzaamheid. Dat is het tegenovergestelde: iemand die zijn eigen kwetsbaarheid recht in de ogen kijkt, en toch kiest.
Socrates deed iets soortgelijks. Hij had kunnen vluchten uit Athene. Hij koos ervoor om te blijven, te spreken, en de veroordeling te aanvaarden.


Wat overblijft


Geen van die twee wist, op het moment zelf, of hun dood ooit iets zou opleveren. Dat “het was de moeite waard” wordt bijna altijd pas later gezegd, door anderen, met de uitkomst al bekend. Vooraf is dat niet te weten. Soms loopt het goed af voor de boodschap -ze overleeft, ze groeit- en soms loopt het slecht af en valt alles uiteen. Dat hangt zelden af van hoeveel gelijk iemand had.
Wat wél te onderscheiden valt, is dit: onzichtbaar blijven beschermt je. Een vergunning van de macht beschermt je, ten koste van je effect. Een rechtsstaat met persvrijheid beschermt je het best van allemaal -zonder dat effect hoeft te wijken- maar alleen zolang die rechtsstaat zelf overeind staat. En jezelf eerlijk kwetsbaar weten -in plaats van jezelf onaantastbaar wanen omdat je gelijk hebt of veel steun krijgt- is misschien wel het enige wat je, zonder een van de andere drie, nog overeind kan houden. Niet veilig. Maar wel zonder de illusie die net dat laatste beetje extra gevaar toevoegt.
Onzichtbaarheid is ook het geliefde plot van menige film: de held wist alle sporen uit, de schurk komt nooit te weten wie hem te grazen nam en niemand -behalve de schurk- betaalt een prijs. Knap bedacht en net zo’n illusie als Bonds kogelvrije vest, want in een film hoeft niemand zich ooit af te vragen of hij wel genoeg deed.
In het echt wel. Onzichtbaar blijven kan je lichaam redden. De vraag die overblijft is of het ook je geweten redt of dat er een moment komt waarop je jezelf, juist omdat je veilig bleef, het verwijt niet meer kunt besparen dat je je verantwoordelijkheid liet liggen.

 

Er is een reeks over non-dualiteit, verlichting, gewaarzijn en leegte als spirituele themas.

Er is een reeks over vrijheid, liefde, kwaliteit en evenwaardigheid als leidende waarden.

Er is een reeks over balans en evenwicht, niet-doen, wu wei en yin en yang.
Voor verdieping en verder lezen over de concepten en termen uit dit blog, ga naar het overzicht van labels.