Waarom is het idee van een straffende God misleidend?
Van macht door angst naar vrijheid door liefde
Onafhankelijk is niet hetzelfde als onverschillig
Wie gelooft in een almachtige God zou ook moeten aannemen dat die God onafhankelijk is van de mens. Of die God streng of liefdevol of beide is, is onze menselijke interpretatie van wat we menen te zien aan Goddelijke ingrepen. Wat mensen vervolgens met anderen doen als gevolg van die interpretatie gaat ons allemaal aan, of je nu een gelovige, een agnost of een atheïst bent.
Vijf misvattingen die oorlog voeden
Neale Donald Walsch heeft vele boeken geschreven over zijn gesprekken met God. In een soort afsluitend boek onder de titel “Wat God zei” kijkt hij terug op deze gesprekken. In het boek behandelt hij 25 boodschappen van God, die hij heeft beluisterd.
Boodschap nummer 22 komt neer op vijf misvattingen die volgens Walsch crisis, geweld, moorden en oorlog creëren: het idee dat God iets nodig heeft, het idee dat God kan falen om te krijgen wat Hij nodig heeft, het idee dat God jou daarom van Hem gescheiden heeft, het idee dat jij vanuit die afgescheiden positie alsnog moet geven wat God nodig heeft en tenslotte het idee dat God je zal vernietigen als je niet aan die eis voldoet.
Walsch: veel religies en miljarden volgelingen geloven dit. Zij zullen je vertellen dat wanneer je niet aan Gods eisen voldoet, je zult branden en onmetelijk zult lijden in de eeuwige vuren van de hel.
Dit ben ik de Tweede Straf van God gaan noemen. De Eerste Straf was verbanning uit de Hof van Eden. De Tweede Straf is de afwijzing van de geschiktheid om terug te keren en de veroordeling tot eeuwigdurende marteling.
Klik hier voor een uitwerking van deze geschiedenis.
Walsch vat het cynisch samen: je hebt een God die dingen nodig heeft, die niet kan krijgen wat Hij nodig heeft, die jou heeft weggestuurd omdat Hij niet kon krijgen wat Hij nodig had van je voorvaderen miljarden jaren geleden, die nu eist dat je Hem geeft wat Hij op dit moment nodig heeft en die je eeuwig zal straffen wanneer je dit niet doet.
Daartegenover stelt hij: God kan niet falen te krijgen wat God nodig heeft, vooropgesteld dat God iets nodig heeft. God heeft de mensheid niet van Hem gescheiden. God eist niet van ons dat we God iets geven. En God zal ons nooit vernietigen voor het niet tegemoetkomen aan Gods niet-bestaande eisen.
Vul hier voor God in: Allah of Boeddha of welke Godheid dan ook. Wanneer je ook nog eens aanneemt dat we allemaal een deel van God in ons hebben, dan kan de prettige conclusie niet anders zijn dan dat God een liefhebbende God is. Wie aan God een wraakzuchtige of straffende inborst toeschrijft, heeft zijn eigen discutabele belangen om dit beeld aan anderen op te leggen. Dat belang is meestal macht uit te oefenen door de ander bang te maken.
Wat het leven zelf ons leert
Walsch's these blijft, hoe overtuigend ook, een theologisch argument. De Amerikaanse predikant Dan Foster benadert dezelfde vraag van de andere kant: niet vanuit een gesprek met God, maar vanuit de crises die ieder mensenleven met zich meebrengt. Zijn observatie is dat we niet zozeer ons geloof in God verliezen als we volwassen worden, als wel de aannames over God die we er, vaak onbewust, bij hadden ingesloten.
Het begint al vroeg. Ieder kind gaat ervan uit dat de wereld eerlijk is: wie goed doet, goed ontmoet. Die aanname -de sociaalpsycholoog Melvin Lerner noemde het de “just world hypothesis”- blijkt op enig moment niet te kloppen. De pestkop wordt populair, de collega die bochten afsnijdt wordt bevorderd. Wie dan nog vasthoudt aan een God die deugd beloont en ondeugd bestraft, komt bedrogen uit. Precies dat scoreboard-model van God is wat Walsch ontmaskert als constructie, niet als godsbeeld.
Hetzelfde gebeurt bij ernstig lijden. Foster beschrijft hoe troostende formules als “alles gebeurt met een reden” hun kracht verliezen zodra je partner met kanker gediagnosticeerd wordt. Niet omdat het geloof instort, maar omdat een God die het lijden van een dierbare nodig zou hebben om een verborgen doel te dienen, eenvoudigweg niet meer te geloven is. Het boek Job illustreert dit al eeuwenlang: niet Job wordt aan het eind terechtgewezen, maar zijn vrienden, die per se een verklaring wilden vinden voor iets dat geen verklaring nodig had. Wat overblijft is geen God die boven het lijden staat en het uitlegt, maar een God die het lijden deelt.
Een derde crisis raakt direct aan evenwaardigheid: het ontmoeten van mensen die je, volgens de overtuigingen waarmee je bent opgevoed, eigenlijk zou moeten afkeuren. Zodra abstracte categorieën -de atheïst, de andersgelovige, de outsider- gezichten en namen krijgen, wordt het onhoudbaar om vol te houden dat God alleen werkt door mensen die op jou lijken. Dat is geen verwatering van geloof, maar een verruiming ervan.
Wat deze crises gemeen hebben, is dat ze niet God aan het wankelen brengen, maar onze ideeën over God. Foster verwoordt dat onderscheid scherp: er is een verschil tussen God en onze voorstelling van God, en het is die voorstelling die keer op keer te klein blijkt.
Vrijheid als tot uitdrukking gebrachte liefde
Volgens Walsch is het eerste geschenk van God aan de mens vrijheid. “Vrijheid is tot uitdrukking gebrachte liefde”. Daarmee hebben we ook een verantwoordelijkheid die inhoudt dat wij mensen in de gaten moeten houden of er liefde in plaats van bloed stroomt. En dat geldt voor alle mensen, of zij nu wel of niet gelovig zijn. Andermans grenzen overschrijden mag nooit verdedigd worden uit naam van een God of wat dan ook.
“Wat gij niet wilt dat u geschiedt, doe dat ook een ander niet”. Dit adagium is de basis van ons rechtssysteem, etiquette, religie, moraal et cetera.
Voor wie dit niet herkent: het adagium kun je ook verwoorden als “waar andermans grenzen beginnen, houdt mijn vrijheid op”.
Onze menselijke vrijheid en verantwoordelijkheid houdt ook in dat we God niet kunnen verwijten dat hij/zij niet ingrijpt bij onrecht en ellende. Het verklaart ook dat God zowel door sommigen gezien wordt in alle levensvormen als zelf voor iedereen onzichtbaar is. Net als een Zelf in een mens niet fysiek aanwijsbaar is, is God ongrijpbaar.
Wat hebben we aan de opvattingen en boeken van Walsch?
Het beeld dat we (via de ziel) allemaal onderdeel zijn van een liefhebbende God maakt het aantrekkelijker om aandacht te hebben voor spiritualiteit. We hebben er namelijk alleen maar positieve gevolgen van te verwachten. De kunst is om het kaf van het koren te kunnen (onder)scheiden en niet over het hoofd te zien dat die liefhebbende en vrijheid schenkende God ons ook evenwaardigheid voorhoudt. Een opspelend ego (dat zich meer voelt dan een ander) en een zuivere kijk op spiritualiteit gaan moeilijk samen.
Het valt onder onze vrijheid dat we zonder Godsbewijs de opvattingen van Walsch serieus nemen en tegelijk (on)gelovig, atheïst of agnost blijven. De opvattingen kunnen bijdragen aan het begrip voor het standpunt van anderen en weerhouden ons hopelijk van het vellen van oordelen daarover.
Eenheid boven verdeeldheid
Volgens Walsch is boodschap 23 een spiegelbeeld van boodschap 22, maar dan op het niveau van de medemens: ook over het leven bestaan vijf misvattingen die crisis, geweld, moorden en oorlog creëren. Het idee dat mensen van elkaar gescheiden zijn. Het idee dat er niet genoeg is van wat mensen nodig hebben om gelukkig te zijn. Het idee dat mensen daarom met elkaar moeten wedijveren. Het idee dat sommige mensen beter zijn dan andere mensen. En het idee dat het juist is om de meningsverschillen die uit die andere vier misvattingen voortkomen, op te lossen door elkaar te doden.
Net als bij het motto van de Franse Revolutie “vrijheid, gelijkheid en broederschap” gaat het bij boodschap 23 om het (h)erkennen van de eenheid tussen mensen. In yoga heeft de namasté mudra, ook wel het respectgebaar, de symbolische betekenis van “ik buig naar de godheid in jou”. Het staat symbool voor respect: “de ziel in mij groet de ziel in jou”.
God spiegelt zich in de medemens.
Eenheid is ook het terrein van de non-dualiteit (A-dvaita: niet-twee). Wat een non-duale levensstijl kan opleveren staat in deze column / blog.