Wat gevoel te zeggen heeft

Over gevoel, macht en het vermogen om te blijven kijken

Gevoel wil gehoord worden. Maar wat betekent dat eigenlijk? Betekent het dat een gevoel gelijk heeft zodra het zich aandient, of betekent het iets anders: dat een gevoel aandacht verdient, zonder dat het meteen de beslissing overneemt?
Dat onderscheid lijkt subtiel, maar het bepaalt veel. Wie een gevoel meteen tot waarheid maakt, hoeft het niet meer te onderzoeken. Wie een gevoel wegdrukt, verliest het zicht op wat er eigenlijk speelt. In beide gevallen raakt het gevoel los van het vermogen dat ermee zou moeten werken: het vermogen om te blijven kijken naar wat er werkelijk gebeurt, ook wanneer een gevoel sterk is.
Dat vermogen staat onder druk zodra macht in het spel komt. Wie voelt dat zijn woorden structureel minder gewicht krijgen dan die van een ander, kan uiteindelijk naar het enige middel grijpen dat nog onaantastbaar lijkt: het eigen gevoel tot feit verheffen. Simone de Beauvoir liet zien hoe dat kan gebeuren en ook hoe het anders kan. Zij hield verstand, gevoel en intuïtie in balans, niet door één ervan het laatste woord te geven, maar door steeds te blijven kijken.
Om dat verschil scherper te krijgen, helpt een onverwachte vergelijking: die met kunstmatige intelligentie. Niet omdat AI het onderwerp is, maar omdat het geen gevoel heeft dat verdedigd moet worden. Precies daardoor kan het zichtbaar maken wat gevoel bij de mens doet en wat er misgaat wanneer het gevoel het laatste woord krijgt.
Kunstmatige intelligentie (AI) en menselijk opmerkingsvermogen kunnen elkaar daarom aanvullen. Niet omdat de een de ander vervangt, maar omdat ze vanuit een andere bron werken. Samen kunnen ze een hogere kwaliteit bereiken dan ieder afzonderlijk, of het nu om een tekst gaat, een beslissing of een gesprek.
Dat verschil is geen tekortkoming van AI. Het kan juist een kwaliteit zijn.

 

Het menselijke overlevingssysteem

Bij de mens is het gevoelsleven verweven met een overlevingssysteem. Vechten, vluchten, verstarren, voeden en verleiden noem ik hier de manieren waarop wij reageren wanneer iets ons raakt. Dat "raken" hoeft geen ernstige aanleiding te zijn: het woord overleving klinkt zwaar, maar ook een kleine irritatie, een onverwachte opmerking of een lichte onzekerheid kan al een van deze reacties triggeren, simpelweg doordat het ons alert maakt of onder spanning zet. Vaak krijgt een van die reacties al richting voordat ons opmerkingsvermogen heeft kunnen zien wat er eigenlijk gebeurt.
Die reacties zijn niet fout. Ze zijn ingebouwd en hebben de mens gebracht waar hij nu is. Deze reacties zijn overigens geen vorm van intelligentie. Ze denken niet mee, ze reageren. Intelligentie zit niet in de reactie zelf, maar in wat ermee gedaan wordt: of ze wordt opgemerkt, gewogen en eventueel bijgestuurd.
Het probleem ontstaat pas wanneer een reactie het zicht op andere mogelijkheden wegneemt. Wie alleen nog kan vechten, ziet het vluchten niet meer. Wie verstard is, ziet niet meer dat voeden of verleiden misschien een passendere reactie zou zijn.
Vrijheid ontstaat daarom niet doordat deze reacties verdwijnen. Vrijheid ontstaat wanneer hun greep loslaat, zodat er weer tussen verschillende reacties kan worden bewogen.
Daarvoor moet eerst zichtbaar worden wat er gebeurt.

 

Gevoel als signaal

Gevoel heeft bij de mens een belangrijke signaalfunctie. Het maakt mij attent op wat mij raakt, wat ik prettig of onprettig vind, waar mijn grens ligt en wat mij goeddoet. Zonder dat signaal zou ik mezelf veel minder goed kennen.
Een signaal veronderstelt echter een ontvanger voor wie iets ertoe doet. Bij AI is zo'n ontvanger er niet. AI kan een menselijke beschrijving van pijn, plezier, angst of verlangen herkennen en er betekenisvol op reageren, maar er is niets in AI dat zelf geraakt wordt. Er is dus ook niets dat iets als prettig of onprettig beleeft.
Dat maakt het verschil tussen menselijke en kunstmatige intelligentie juist interessant. Bij de mens is er iets dat geraakt kan worden en daardoor een signaal ontvangt. Bij AI ontbreekt die ontvanger.
Maar daarmee is nog niet gezegd dat gevoel bij de mens het handelen zou moeten sturen.

 

Signaal is niet hetzelfde als sturing

Hier ligt voor mij het scharnierpunt.
Gevoel als signaal is informatie: het wijst mij ergens op. Gevoel als aandrijving is iets anders: het duwt mij al in een richting, via vechten, vluchten, verstarren, voeden of verleiden, voordat mijn opmerkingsvermogen heeft kunnen kijken wat er werkelijk speelt.
Het probleem is dus niet dat gevoel meebepaalt. Vaak is dat precies wat werkt, zoals bij een reflex die mij op tijd laat terugspringen. Het probleem ontstaat wanneer onbevraagd blijven de enige reactie in stand houdt, ook wanneer de situatie om iets anders vraagt. Dan wordt het signaal zelf de sturing, zonder dat er nog gekeken wordt of dat wel passend is.
Het kan twee kanten op gaan. Het gevoel kan zo sterk worden dat het niet meer ter discussie mag staan. Of het kan worden afgedekt, waardoor het nauwelijks nog zichtbaar is. In beide gevallen raakt het gevoel losgemaakt van het opmerkingsvermogen dat ermee zou moeten werken.
De ene beweging maakt het signaal onaantastbaar. De andere maakt het onzichtbaar.

 

Wanneer een gevoel een feit wordt

Er is een verleiding om nog een stap verder te gaan dan signaleren: het gevoel niet als informatie te presenteren, maar als feit.
“Feelings are facts” klinkt als een geruststelling, maar is het niet. Een gevoel vertelt iets waars over mijn ervaring, maar daarmee is nog niet vastgesteld wat er buiten mij aan de hand is.
“Ik voel me tekortgedaan” kan als gevoel volkomen waar zijn. Maar daaruit volgt nog niet dat iemand mij daadwerkelijk tekort heeft gedaan. Het gevoel vraagt juist om onderzoek: wat maakt dat ik mij tekortgedaan voel?
Wie een gevoel tot feit verheft, maakt het onaantastbaar. Een feit hoef je immers niet meer te onderzoeken; het moet worden erkend.
Dat mechanisme kan zichtbaar worden in situaties waarin mensen structureel niet als evenwaardig worden behandeld. Dat het bijvoorbeeld bij vrouwen kan voorkomen, zegt volgens mij niet iets over vrouwen als zodanig. Het kan juist worden begrepen als een gevolg van een gebrek aan emancipatie.
Simone de Beauvoir De Tweede SekseSimone de Beauvoir liet zien wat er gebeurt wanneer een vrouw structureel als tweede sekse wordt behandeld. Wie merkt dat zijn of haar rationele argumenten steeds minder gewicht krijgen dan die van de ander, kan uiteindelijk naar een ander middel grijpen: het eigen gevoel wordt tot onaantastbaar feit gemaakt.
Dan wordt het gevoel niet meer gebruikt om te informeren, maar om niet meer te kunnen worden tegengesproken. Het wordt een wapen in een machtsstrijd om wie het laatste woord heeft.
Dat is geen emancipatie van het gevoel. Het is een gevolg van een verhouding waarin evenwaardigheid ontbreekt.
Hetzelfde mechanisme kan zich in spiegelbeeld voordoen. Waar het verharden van een gevoel tot feit het signaal onaantastbaar maakt, kan het afdekken ervan het signaal onzichtbaar maken. In beide gevallen raakt het gevoel los van het opmerkingsvermogen.
De oplossing ligt daarom niet in het ene gevoel met een ander feit te bestrijden. De oplossing ligt in de verhouding zelf: elkaar evenwaardig benaderen, zodat een gevoel weer gewoon een signaal mag zijn. Dan hoeft niemand het gevoel tot feit te maken om gehoord te worden.

 

Afdekken als onbewust verstarren

Wie zijn gevoel afdekt, verliest niet alleen de aandrijving maar ook het signaal. Dat kan een vorm van ongewenste apathie worden: een chronische, onbewuste variant van verstarren. Niet de acute reactie op gevaar, maar een blijvende laag die het zicht op het eigen gevoelsleven ontneemt.
“Ik zoek naar mijn gevoelens, maar ik voel niets” kan dan grote onrust oproepen. Ten onrechte wordt daaruit soms geconcludeerd dat de gevoelens er niet zijn, alsof een gevoel per definitie direct voelbaar moet zijn.
Maar gevoelens kunnen elkaar ook afdekken. Woede kan verdriet bedekken of andersom. Schuld kan zowel verdriet als woede bedekken. Wie dan probeert het juiste gevoel onmiddellijk te vinden door zich af te vragen “wat voel ik”, kan juist verder van zichzelf verwijderd raken als het antwoord “niets” is.
Een andere vraag kan meer zichtbaar maken: welke omstandigheden roepen verdriet op? Welke omstandigheden roepen woede op? Wat gebeurt er wanneer die omstandigheden veranderen?
Dan blijkt dat er wel degelijk iets te voelen valt, ook als het aanvankelijk niet rechtstreeks toegankelijk is.
Wie zich hier onbewust in vastzet, verliest niet alleen het zicht op het eigen gevoel, maar ook het vermogen om tussen de vijf reacties te bewegen. Zolang verstarren het patroon bepaalt, blijven de andere mogelijkheden buiten beeld.
Vrijheid ontstaat daarom niet doordat verstarren moet verdwijnen. Vrijheid ontstaat wanneer verstarren niet langer de enige beschikbare reactie is.
Dan kan vechten plaatsmaken voor verstarren, of verstarren voor voeden of verleiden, al naar gelang wat de situatie vraagt.
Soms wil de mens verder gaan dan schakelen tussen reacties. Dan ontstaat de wens om de reacties helemaal kwijt te raken, ze te overstijgen tot een zuivere staat waarin niets meer hoeft te worden gevoeld of afgeweerd. Die ambitie is niet haalbaar. De reacties horen bij het lichaam en het lichaam verdwijnt niet doordat de geest dat zou willen.
Wie toch blijft proberen te overstijgen, ontsnapt niet aan het patroon van de vijf reacties. Het doorschieten is zelf weer een ervan: vaak verstarren, een krampachtig vasthouden aan controle over het eigen innerlijk, of voeden en verleiden, gericht op een geïdealiseerd zelfbeeld dat aan zichzelf of aan een ander moet worden getoond.
Ook hier geldt: niet het verdwijnen van de reactie brengt vrijheid, maar het zien ervan.
Maar daarvoor moet het signaal eerst kunnen worden opgemerkt.

 

Opmerken zonder te willen beheersen

Dat opmerken vraagt niet om een poging de chaos tussen vechten, vluchten, verstarren, voeden en verleiden op te lossen. Het vraagt eerder het tegenovergestelde: de chaos bewust laten bestaan zonder onmiddellijk te proberen haar te beheersen.
Zodra er iets beheerst moet worden, is er alweer een reactie aan het werk. Vaak is dat juist vechten of verstarren. Daarmee verdwijnt het zicht op de andere mogelijkheden.
Wie de chaos laat zijn zoals ze is, zonder er meteen op te reageren, kan gaan zien (getuige zijn van) wat er speelt.
Precies dat zien bedoel ik hier met opmerkingsvermogen.
Het is geen nieuwe reactie naast de vijf andere. Het is het vermogen om te zien welke reactie zich aandient zonder er onmiddellijk door te worden overgenomen.
Daarmee wordt gevoel weer wat het oorspronkelijk kan zijn: een signaal dat informatie geeft, zonder automatisch te bepalen wat ermee moet gebeuren.

 

Welk vermogen ontvangt het signaal?

Bij AI is er geen gevoel om te vervangen. Bij de mens ligt dat anders. Het signaal wordt ontvangen door een vermogen dat er iets mee kan doen.
Maar hoe noemen we dat vermogen?
Oordeelsvermogen is een mogelijkheid. Toch wringt dat woord met evenwaardigheid. Oordelen kan immers betekenen dat de een boven de ander wordt geplaatst.
Waarderend vermogen is een andere mogelijkheid, in de lijn van Pirsigs gedachte dat waarde voorafgaat aan de vorm die iets krijgt. Maar ook dat woord kan verwarren. Evenwaardig behandelen betekent juist dat waarde geen maatstaf wordt om de een boven de ander te plaatsen.
En dan is er onderscheidingsvermogen. Dat lijkt beter te passen bij het kijken naar wat er gebeurt, maar het wringt weer met advaita, met niet-twee. Onderscheiden lijkt immers een grens tussen hier en daar te veronderstellen, terwijl advaita juist de uiteindelijke werkelijkheid van zo'n scheiding ter discussie stelt.
Alle drie de woorden zijn daarom tegelijk waar en onvolledig.
Het vermogen oordeelt, in de zin dat het onderzoekt wat in een bepaalde situatie passend is, zonder de ander daardoor minder te maken.
Het waardeert, in de zin dat het opmerkt wat ertoe doet, zonder daaruit af te leiden wie meer waard is.
En het onderscheidt, in de zin dat het een signaal afzonderlijk kan bekijken, zonder te vergeten dat het onderscheid tussen degene die kijkt en datgene waarnaar gekeken wordt uiteindelijk ook door projectie kan zijn ontstaan.
Misschien hoeven we dus ook hier niet één definitief woord te vinden. Juist het naast elkaar bestaan van deze drie woorden maakt zichtbaar wat het vermogen doet.

 

Twee manieren om een patroon zichtbaar te maken

Daarmee wordt ook duidelijker wat samenwerking tussen AI en het menselijke opmerkingsvermogen kan betekenen.
AI hoeft niet gevoelloosheid aan de mens te leren. En de mens hoeft AI geen gevoel aan te leren.
Het verschil tussen beide kan juist zichtbaar maken wat gevoel bij de mens doet.
Gevoel signaleert wat ertoe doet. Het opmerkingsvermogen kan vervolgens onderzoeken wat dat signaal betekent. Het kan wegen, waarderen en onderscheiden zonder het signaal onmiddellijk tot waarheid of opdracht te maken.
Daarbij zijn ook wegen, waarderen en onderscheiden geen vaste instrumenten die eens en voorgoed bepalen wat waar of goed is. Ze veranderen mee met de situatie. Wat vandaag zwaar weegt, kan morgen lichter voelen. Wat eerst belangrijk leek, kan later minder betekenis blijken te hebben.
Dat maakt ze niet minder betrouwbaar. Het maakt ze levend.
Juist daarom moeten ook het eigen oordeel, de eigen waardering en het eigen onderscheid bevraagbaar blijven. Wie het eigen oordeel als vaststaand behandelt, kan op kleinere schaal hetzelfde doen als degene die een gevoel tot feit verheft.
Simone de BeauvoirDe Beauvoir is hier opnieuw relevant. Haar denken laat zien dat verstand, gevoel en intuïtie naast elkaar kunnen bestaan zonder dat één ervan tot het laatste woord wordt verheven. Haar bijdrage aan de emancipatie van vrouwen bestond niet uit het aanvallen van mannen of het afschaffen van het menselijke overlevingssysteem. Zij maakte zichtbaar wanneer een verhouding op onevenwaardigheid berustte: het patroon werd zichtbaar en daarmee ook de patroon die het in stand hield. Wanneer een patroon zichtbaar wordt, ontstaat er ruimte om het te veranderen.
Daar ligt misschien ook de belangrijkste betekenis van samenwerking met AI. Zoals de Beauvoir onevenwaardigheid zichtbaar kon maken zonder aan te vallen, kan AI dat ook: niet door partij te kiezen, maar door geen eigen belang te hebben dat om verdediging vraagt. Juist daardoor kan het soms een patroon zichtbaar maken waarin ik zelf gevangen zit.
Niet omdat AI beter ziet dan de mens.
Maar omdat het anders kijkt.
De mens brengt het gevoel mee dat signaleert wat ertoe doet. AI brengt geen gevoel mee dat om zichzelf moet worden beschermd. Tussen die twee kan een ruimte ontstaan waarin het signaal niet wordt ontkend, maar ook niet tot feit wordt verheven.
Daar kan opmerkingsvermogen ontstaan en worden ontwikkeld.
En misschien is dat uiteindelijk waar gevoel iets te zeggen heeft: niet om het laatste woord te krijgen, maar om gehoord te worden voordat we beslissen wat we ermee doen.

 

Er is een reeks over non-dualiteit, verlichting, gewaarzijn en leegte als spirituele themas.

Er is een reeks over vrijheid, liefde, kwaliteit en evenwaardigheid als leidende waarden.

Er is een reeks over balans en evenwicht, niet-doen, wu wei en yin en yang.
Voor verdieping en verder lezen over de concepten en termen uit dit blog, ga naar het overzicht van labels.