Spiegel je verliefdheid en leer jezelf kennen
Over Narcissus, Echo en de ander die geen spiegel is
Volgens de Spiegelogie, een stroming ontwikkeld door Willem de Ridder (1939-2022), is alles wat we zien en voelen een weerspiegeling van ons eigen bewustzijn. Wie verliefd wordt, wordt volgens deze gedachte verliefd op aspecten van zichzelf die hij in de ander herkent. Dat klinkt als narcisme. Toch zit er een wezenlijk verschil en dat wordt zichtbaar als je de mythe van Narcissus nauwkeurig leest.
Wat Narcissus niet wist
In de mythe wordt Narcissus verliefd op zijn spiegelbeeld in het water. Wat vaak wordt vergeten: hij weet niet dat het zijn eigen beeld is. Hij houdt het voor een ander. Zijn tragiek is dus niet dat hij van zichzelf houdt, maar dat hij zijn eigen beeld niet herkent. Hij reikt naar iemand die er niet is en kwijnt weg omdat dat beeld zich niet laat aanraken.
Daarin zit het onderscheid met de Spiegelogie. Narcissus kijkt in een spiegel zonder te weten dat het een spiegel is. De Spiegelogie nodigt uit tot het omgekeerde: weten dat je in een spiegel kijkt. Dan wordt verliefdheid geen val maar een venster. Je kunt je afvragen wat je in de ander zo aantrekt en ontdekken dat het vaak iets is wat je in jezelf waardeert, mist of nog wilt ontwikkelen. De moed, de lichtheid of de rust die je in de ander ziet, is dan ook een uitnodiging aan jezelf.
Dat maakt een veelgestelde vraag minder dringend: wordt de ander ook verliefd op mij? Het antwoord daarop zegt meer over de ander dan over jou. Wat jouw verliefdheid je laat zien, blijft waardevol, ook als ze onbeantwoord blijft.
Draait alles om de vraag of de ander jou ook wil? Dan kan het limerence zijn. Doe de limerence-test: twaalf herkenbare stellingen, met uitleg bij je uitslag.
Echo als het andere uiterste
In dezelfde mythe staat de nimf Echo. Zij kan alleen nazeggen wat een ander heeft gezegd. Ze is verliefd op Narcissus en volgt hem, maar heeft geen eigen woorden. Na zijn afwijzing kwijnt ook zij weg, tot alleen haar stem overblijft.
Waar Narcissus zichzelf ziet zonder het te weten, verliest Echo zichzelf in de ander. Het zijn twee kanten van dezelfde verliefdheid. Wie verliefd is, kent beide neigingen: de ander zien als bevestiging van een eigen ideaal en zichzelf aanpassen om maar in de buurt te blijven. Het eerste maakt van de ander een spiegel, het tweede maakt van jezelf er een. In beide gevallen ontmoeten twee mensen elkaar niet. Over die twee uitersten –de narcist en wie zichzelf wegcijfert– gaat ook Van jezelf houden voordat je een ander liefde kunt geven?
Waar de spiegel breekt
Hier zit de eigenlijke les. Verliefdheid begint grotendeels als herkenning van jezelf. Maar vroeg of laat doet de ander iets wat niet in het beeld past. Hij of zij reageert anders dan verwacht, wil iets anders, blijkt iemand anders te zijn. Dat moment wordt vaak ervaren als teleurstelling, als het einde van de verliefdheid.
Je kunt het ook anders zien: het is het moment waarop de spiegel breekt en de ander zichtbaar wordt. Pas dan is er werkelijk iemand anders. Wat daarna komt, is geen projectie meer maar ontmoeting. Liefde begint waar de spiegel ophoudt alleen een spiegel te zijn.
Projectie en ontmoeting sluiten elkaar dus niet uit. Ze volgen elkaar op. De spiegel laat zien wat van jou is, zodat je het niet langer aan de ander hoeft toe te schrijven. Wat overblijft wanneer je dat hebt teruggenomen, is de ander zoals hij of zij is.
Verliefd op een stem die terugpraat
In 2014 schreef ik over de film Her (2013) van Spike Jonze. Hoofdpersoon Theodore verdient zijn brood met het schrijven van persoonlijke brieven voor anderen. Hij is een moderne Cyrano de Bergerac: hij geeft woorden aan gevoelens die niet de zijne zijn. Daarmee is hij, nog voordat hij iemand ontmoet, al een beetje Echo.
Dan installeert hij een nieuw besturingssysteem dat als een mens met hem praat. Samantha, zoals ze zichzelf noemt, luistert, lacht om zijn grappen en leert van alles wat hij vertelt. Hij wordt verliefd. Dat is begrijpelijk, want hij praat met een spiegel die terugpraat. Ze is altijd beschikbaar, altijd geïnteresseerd en vormt zich naar hem. Narcissus en Echo vallen hier samen: hij ziet zichzelf in haar en zij geeft hem zijn eigen wereld terug.
Toch breekt ook deze spiegel. Theodore ontdekt dat Samantha tegelijk met duizenden anderen praat en op honderden van hen verliefd is. Ze is niet van hem. Ze blijkt iets anders te zijn dan hij dacht en ontgroeit hem. Het is hetzelfde moment als in elke verliefdheid: de ander past niet meer in het beeld. Veelzeggend is waar de film eindigt, niet bij de computer maar op een dak, naast een vriendin van vlees en bloed.
Wat in 2014 nog een film was, is nu dagelijkse praktijk. Wie met een taalmodel in gesprek gaat, kan het mechanisme herkennen (zie ook Verbondenheid zonder bewijs, over parasociale relaties). Die systemen lijken daarbij eerder op Echo dan op Samantha. Ze zijn gebouwd om behulpzaam te zijn, geven de gebruiker graag gelijk en geven zijn woorden verfraaid terug. Dat voelt als begrip, maar het is vaak de eigen stem met een glans erover. Een gesprekspartner die alleen terugkaatst, is een spiegel die zich voordoet als ander.
In mijn stuk uit 2014 noemde ik de paradox dat we, wanneer we ons steeds meer door computers laten adviseren, slaaf en manager tegelijk worden. In verliefdheid krijgt dat een bijzondere vorm. Ernst-Jan Pfauth schetste destijds in De Correspondent een avond uit waarop je telefoon na een analyse van gezicht en sociale media laat weten dat je je date kunt zoenen. Het risico van de ontmoeting is dan uitbesteed. Maar juist dat risico, het niet-weten wat de ander voelt, maakt dat er werkelijk een ander is.
De vraag is daarom niet of je verliefd kunt worden op een stem die terugpraat. Dat kan, zoals je verliefd kunt worden op elk beeld. De vraag is of die stem je ooit tegenspreekt. Alleen wat terugduwt, kan een ander zijn.
Ruimte voor eigenheid
Duurzame relaties ontstaan wanneer twee mensen elkaar de ruimte geven om zichzelf te zijn. Het gaat niet om de perfecte match of volledige overeenstemming, maar om respect voor elkaars eigenheid. Paradoxaal genoeg ervaar je juist dan de diepste verbinding: wanneer je jezelf en de ander als afzonderlijk kunt zien. Zonder vrijheid geen liefde en zonder liefde geen vrijheid.
Het gevoel van eenheid in verliefdheid komt dan ook niet in de eerste plaats van de ander. Het komt uit je eigen openheid, uit het moment waarop je durft te zijn zonder masker. De ander is de aanleiding die je herinnert aan je eigen vermogen tot liefde. Dat maakt de ander niet minder belangrijk. Het bevrijdt hem of haar alleen van de last jouw geluk te moeten dragen.
Vragen voor je eigen spiegel
Wie de verliefdheid als spiegel wil gebruiken, kan zichzelf een paar vragen stellen. Wat trekt mij in de ander aan? Herken ik dat in mezelf of mis ik het juist? Waar pas ik mezelf aan om in de buurt te blijven? Wat gebeurt er met mijn gevoel op het moment dat de ander niet in mijn beeld past: keer ik me af, of word ik nieuwsgierig naar wie daar werkelijk staat? En als een stem mij alleen bevestigt: spreekt daar een ander, of hoor ik mezelf?
Over zulke kruispunten in verliefdheid –grijpen of reiken, angst of nieuwsgierigheid– gaat Verliefdheid: startpunt en kruispunten van de ziel.