Liefde tussen eenheid en onderscheid
Gezien worden zoals je bent
Mensen willen niet alleen verbonden zijn met anderen. Ze willen ook gezien worden als iemand die van anderen verschilt. We willen dat een ander niet zomaar een mens ziet, maar míj ziet en mij niet veroordeelt: met mijn eigenaardigheden, mijn kwetsbaarheid, mijn verlangens, mijn mogelijkheden en mijn tekortkomingen.
We verlangen naar verbondenheid, maar niet naar het verdwijnen van onszelf. We willen deel uitmaken van een groter geheel en tegelijkertijd als afzonderlijk individu worden (h)erkend.
Misschien is dat een van de redenen waarom erkenning zo belangrijk voor mensen is. Wie erkend wordt, hoeft zijn afzonderlijkheid niet te verdedigen. De ander zegt als het ware: ik zie dat jij anders bent dan ik en dat is geen probleem.
Daarmee wordt onderscheid iets anders dan scheiding.
Ik zie je
Misschien kan ware liefde worden samengevat in een eenvoudige zin:
Ik zie je helemaal en wat ik zie bevalt mij.
Dat betekent niet dat alles wat de ander doet of zegt mij altijd moet bevallen. Liefde is geen kritiekloos goedkeuren. Het betekent eerder dat de ander als geheel welkom is. Ik hoef hem of haar niet eerst om te vormen tot iemand die beter bij mij past.
Daarmee verschilt liefde van toe-eigening.
Wanneer ik zeg: ik hou van jou omdat jij bent zoals ik wil dat je bent, houd ik misschien vooral van mijn eigen beeld van jou. Ik heb dan niet werkelijk de ander gezien, maar een voorstelling van de ander die mij bevalt.
Liefde vraagt dat ik de ander werkelijk ontmoet in diens eigenheid.
Dat kan alleen wanneer ik accepteer dat de ander niet van mij is.
Evenwaardigheid als voorwaarde voor liefde
Daarom is het interessant om liefde te verbinden met evenwaardigheid.
Er kunnen allerlei sterke gevoelens bestaan tussen mensen die elkaar niet als evenwaardig beschouwen. Er kan genegenheid zijn, zorg, afhankelijkheid, bewondering, verlangen of zelfs opoffering. Toch hoeft dat nog geen liefde te zijn in de betekenis die hier wordt bedoeld.
Als de ene mens zichzelf boven de andere plaatst, blijft de ander uiteindelijk iemand over wie iets wordt bepaald. De ander wordt beschermd, verzorgd, bewonderd of begeerd, maar niet noodzakelijk als gelijkwaardige persoon ontmoet.
Evenwaardigheid betekent niet dat twee mensen hetzelfde zijn. Integendeel. Het betekent dat hun verschillen niet worden omgezet in een rangorde.
Ik kan groter, sterker, ouder, intelligenter of machtiger zijn dan jij en toch jouw gelijke blijven in waardigheid. Ik houd bewust waarde buiten de verhouding.
Juist daardoor kan ik jou werkelijk zien.
Verschil maakt liefde mogelijk
Op het eerste gezicht lijkt eenheid het tegenovergestelde van onderscheid. Als twee mensen één zouden worden, zou het verschil tussen hen verdwijnen. Maar daarmee zou ook iets verdwijnen wat voor liefde essentieel is.
Om te kunnen zeggen ik hou van jou, moet er een ik zijn en een jij. Er moet iemand zijn die ziet en iemand die gezien wordt.
Dat betekent niet dat liefde ons van elkaar gescheiden houdt. Het betekent dat liefde een vorm van verbondenheid is waarin het onderscheid mag blijven bestaan.
Misschien is dat zelfs een van de mooiste eigenschappen van liefde: zij hoeft het verschil niet op te heffen om verbondenheid mogelijk te maken.
Ik hoef jou niet te worden om dicht bij jou te kunnen zijn.
Ik hoef niet in jou te verdwijnen.
Ik hoef jou niet in mij op te nemen.
Ik kan jou zien.
En jij kunt mij zien.
Tussen die twee mensen kan iets ontstaan wat groter is dan ieder van hen afzonderlijk, zonder dat een van beiden hoeft op te houden zichzelf te zijn.
Maar wat betekent dat eigenlijk: jezelf zijn? Hoe vanzelfsprekend is het dat er achter al onze gedachten, gevoelens, herinneringen en verlangens een afzonderlijk en onveranderlijk ‘ik’ schuilgaat?
Wie die vraag serieus neemt, kan ontdekken dat het afzonderlijke ik minder vastomlijnd is dan het aanvankelijk lijkt. We ervaren onszelf als een afzonderlijk individu, maar tegelijkertijd zijn we voortdurend verbonden met anderen en afhankelijk van de wereld om ons heen. Waar begint dat ‘ik’ precies en waar houdt het op?
Op dat punt kan de ervaring van leegte zich aandienen. Niet als een zwart gat waarin alles verdwijnt, maar als het besef dat achter het ‘ik’ misschien geen onveranderlijke kern te vinden is. Als er al geen vast ‘ik’ is, wat is er dan dat "gezien" wil worden?
Daarmee krijgt de zin “ik kan de leegte aanwijzen, maar niet erin verdwijnen” een andere betekenis.
Misschien kan ik ontdekken dat mijn afzonderlijke ik geen zelfstandig, onveranderlijk wezen is. Ik kan de leegte achter dat 'ik' aanwijzen en zelfs ervaren. Maar ik kan er niet eenvoudigweg in verdwijnen. Want zolang ik jou kan zien, jou kan aanspreken en van jou kan houden, ben ik ook degene die als persoon in relatie staat tot jou.
De volwassen vorm van eenheid zou daarom iets anders kunnen zijn dan het opheffen van het onderscheid.
Niet verdwijnen in de eenheid, maar de eenheid herkennen zonder het onderscheid te hoeven ontkennen.
Van scheiding naar verbondenheid
Het probleem is misschien niet dat we een afzonderlijk individu zijn. Het probleem ontstaat wanneer we van afzonderlijkheid scheiding maken.
Afzonderlijkheid zegt:
Jij bent jij en ik ben ik.
Scheiding zegt:
Jij bent niet zoals ik en daarom sta je tegenover mij.
Evenwaardigheid maakt een derde mogelijkheid zichtbaar:
Jij bent anders dan ik, maar jouw anders-zijn maakt jou niet minder.
Daarmee hoeft de ontwikkeling van het ego niet te eindigen in het overwinnen van het ego. Het kan ook gaan om een verandering in de manier waarop het ik zichzelf begrijpt.
Een kind ontdekt: ik ben iemand anders dan jij.
Een volwassen mens kan ontdekken: ik ben iemand anders dan jij, maar ik hoef mij daarom niet van jou af te sluiten.
En misschien kan daar nog een volgende stap op volgen:
Ik hoef mijn afzonderlijkheid niet op te geven om mij met jou verbonden te voelen.
Dat is een andere vorm van eenheid dan het verdwijnen van alle verschillen. Het is een eenheid waarin verschillen kunnen bestaan.
Liefde als vrijheid
Daarmee raakt liefde ook aan vrijheid.
Als ik jou wil veranderen zodat je bij mijn beeld van jou past, beperk ik jouw vrijheid. Ik wil niet werkelijk jou ontmoeten, maar mijn gewenste versie van jou.
Wanneer ik jou daarentegen als afzonderlijk mens erken, ontstaat er ruimte. Jij mag anders zijn. Jij mag jezelf zijn. En juist binnen die vrijheid kan verbondenheid ontstaan.
Liefde is dan niet het bezit van de ander en ook niet het verdwijnen van het eigen ik.
Liefde is een ontmoeting tussen twee mensen die elkaar hun eigenheid gunnen.
Misschien kunnen we daarom zeggen:
Liefde is niet het opheffen van het verschil, maar het vrij worden van de behoefte om verschil in scheiding te veranderen.
Ik hoef niet in jou te verdwijnen.
Ik hoef jou niet in mij op te nemen.
Ik kan jou zien.
En jij kunt mij zien.
Tussen die twee mensen kan iets ontstaan wat groter is dan ieder van hen afzonderlijk, zonder dat een van beiden hoeft op te houden zichzelf te zijn.
Misschien is dat wel de meest menselijke vorm van eenheid.