Lucifer als hoogmoedige lichtdrager
Een opperwezen die zijn oorsprong vergat
De naam Lucifer roept bij veel mensen onmiddellijk het beeld op van de duivel, de tegenstander van God. Toch is dat niet de oorspronkelijke betekenis van het woord. Lucifer betekent eenvoudigweg lichtdrager. Het is de Latijnse naam voor de morgenster, de planeet Venus die vlak voor zonsopgang aan de hemel verschijnt.
Dat is opmerkelijk. Waarom zou de drager van het licht het symbool worden van het kwaad?
Misschien omdat het verhaal van Lucifer niet in de eerste plaats over een bovennatuurlijk wezen gaat, maar over iets wat zich in ieder mens afspeelt.
Het licht van het bewustzijn
De mens onderscheidt zich van andere dieren doordat hij zich bewust is van zichzelf. Hij kan terugkijken op zijn verleden, nadenken over zijn toekomst, keuzes maken, kunst scheppen, wetenschap bedrijven en zich afvragen wie hij eigenlijk is.
Dat bewustzijn is een wonderlijke gave. Zonder dit innerlijke licht zou er geen cultuur bestaan, geen filosofie, geen liefde zoals wij die kennen.
In die zin is ieder mens een lichtdrager.
Maar hetzelfde bewustzijn kent ook een gevaar.
Het kan zich losmaken van de werkelijkheid waaruit het is voortgekomen. Het kan gaan geloven dat het niet langer deel uitmaakt van het geheel, maar zélf het middelpunt is.
Daar begint misschien het verhaal van Lucifer.
De geboorte van het ego
De traditionele uitleg zegt dat Lucifer de mooiste van alle engelen was. Hij stond dicht bij God, maar werd hoogmoedig. Hij wilde zijn als God en werd daarom uit de hemel geworpen.
Psychologisch gelezen beschrijft dit niet zozeer een gebeurtenis in een verre hemel, maar de geboorte van het ego.
Niet het ego als noodzakelijk gevoel van identiteit, maar het ego dat zijn oorsprong vergeet.
Het zegt niet langer:
"Ik ben deel van het leven".
Het zegt:
"Het leven is van mij".
Dat is een subtiel maar beslissend verschil.
De val als ervaring van afgescheidenheid
In vrijwel alle mystieke tradities is afgescheidenheid de diepste menselijke illusie.
Wij ervaren onszelf als losse individuen die tegenover de wereld staan. Wij voelen ons afgesneden van de natuur, van andere mensen en uiteindelijk ook van God.
De val van Lucifer symboliseert precies deze ervaring.
Niet omdat God hem verstoot.
Maar omdat hij zichzelf buiten de levende eenheid plaatst.
De hemel verdwijnt niet.
Hij verliest het vermogen haar nog te ervaren.
De slang spreekt geen volledige leugen
Ook het verhaal van Adam en Eva krijgt hierdoor een andere betekenis.
De slang zegt:
"Je zult zijn als God".
Dat is niet helemaal onwaar.
De mens ontvangt inderdaad een bijna goddelijke gave: bewustzijn, onderscheidingsvermogen en vrijheid.
Maar zodra hij denkt dat deze vermogens hem onafhankelijk maken van het geheel, verandert vrijheid in overheersing.
Dan wordt kennis macht.
En macht wordt het doel.
De werkelijke zonde is dan niet ongehoorzaamheid, maar het verlies van verbondenheid.
Simone Weil en de leegte van het ik
De Franse filosofe Simone Weil beschreef dit proces op indrukwekkende wijze.
Volgens haar trekt God zich als het ware terug om ruimte te maken voor de vrijheid van de schepping. Die goddelijke terughoudendheid -kenosis- maakt liefde mogelijk, want liefde kan nooit worden afgedwongen.
Maar dezelfde vrijheid maakt ook iets anders mogelijk.
De mens kan zeggen:
"Uw wil geschiede".
Of:
"Mijn wil geschiede".
Dat laatste is de houding die het Lucifer-verhaal symboliseert.
Niet omdat de mens slecht is.
Maar omdat hij zichzelf tot centrum van de werkelijkheid maakt.
Spinoza: de illusie van afgescheidenheid
Ook Spinoza zou waarschijnlijk weinig hebben gehad met een persoonlijke duivel.
Voor hem bestaat slechts één oneindige werkelijkheid: God of de Natuur.
De mens lijdt doordat hij denkt een zelfstandig wezen te zijn.
Hoe meer wij de onderlinge samenhang van alles begrijpen, hoe minder wij gevangen blijven in angst, begeerte en hoogmoed.
Verlossing is bij Spinoza geen wonder van buitenaf.
Het is een groeiend inzicht in onze werkelijke verbondenheid.
Alan Watts: de golf en de oceaan
Alan Watts gebruikte een eenvoudig beeld.
Een golf kan denken dat zij een zelfstandig ding is.
Maar een golf is nooit los van de oceaan.
Zo ervaren wij onszelf als afzonderlijke ego's, terwijl wij uitdrukkingen zijn van één voortdurende stroom van leven.
Wanneer de golf zichzelf belangrijker acht dan de oceaan, ontstaat de strijd.
Dat is misschien de moderne versie van de val van Lucifer.
Evolutie van het bewustzijn
Misschien is de grootste verrassing wel dat de val geen vergissing hoeft te zijn.
Een kind moet eerst een sterk gevoel van "ik" ontwikkelen voordat het later leert dat het niet alleen om zichzelf draait.
Misschien geldt hetzelfde voor de mensheid.
De evolutie bracht een wezen voort dat "ik" kon zeggen.
Dat was een enorme stap vooruit.
Maar de volgende stap is misschien nog belangrijker.
Niet het verdwijnen van het ik.
Wel het besef dat dit ik nooit los heeft gestaan van het grotere geheel.
Dan verandert bewustzijn van een instrument van macht in een instrument van liefde.
Vrijheid en liefde
Steeds sterker ben ik gaan vermoeden dat vrijheid en liefde niet tegenover elkaar staan, maar elkaar juist mogelijk maken.
Vrijheid zonder liefde ontaardt gemakkelijk in macht.
Liefde zonder vrijheid wordt afhankelijkheid.
Werkelijke liefde vraagt om vrijheid.
En werkelijke vrijheid krijgt pas betekenis in verbondenheid.
Misschien is dat uiteindelijk de diepste boodschap van het Lucifer-verhaal.
Niet dat een engel ooit uit de hemel viel.
Maar dat ieder mens telkens opnieuw voor dezelfde keuze staat.
Leef ik vanuit de overtuiging dat ik een losstaand wezen ben dat zichzelf moet handhaven?
Of ontdek ik dat mijn vrijheid juist groeit naarmate ik mijn verbondenheid met het leven, met anderen en -voor wie religieuze taal gebruikt- met God dieper ervaar?
Dan krijgt de naam Lucifer een verrassende betekenis.
De lichtdrager is niet degene die slecht werd.
Hij is degene die het licht van het bewustzijn ontving, maar vergat waar dat licht vandaan kwam.
Misschien is de weg van de mens precies het omgekeerde.
Niet het licht verwerven.
Dat bezitten wij al.
Maar leren dat het licht nooit van onszelf is geweest.
Zoals de morgenster het licht van de zon niet voortbrengt, maar slechts weerspiegelt, zo weerspiegelt ook de mens een groter Licht dat hem draagt.
Wanneer wij dat beseffen, hoeft de lichtdrager niet langer te vallen.
Dan wordt hij wat hij vanaf het begin bedoeld was te zijn: een spiegel van het Licht waarvan hij leeft.