Veiligheid en nabijheid
Een vrouw van zeventig zei het in één woord: nabijheid.
Een schrijfster had er duizend woorden voor nodig. Vrouwen willen zich veilig voelen, schrijft ze. Niet fysiek veilig. Emotioneel veilig. Ze willen zichzelf kunnen zijn zonder beoordeeld te worden. Ze willen kwetsbaar durven zijn zonder dat het later als wapen wordt gebruikt.
Ze heeft gelijk. Maar ze beschrijft één kant.
Veiligheid is een negatief begrip. Het zegt wat er niet mag gebeuren. Geen manipulatie. Geen spot. Geen straf als je een andere mening hebt. Veiligheid is de afwezigheid van gevaar.
Nabijheid is iets anders. Nabijheid zegt wat er wél moet zijn. Iemand die er echt bij is. Die niet alleen luistert, maar hoort. Die aanwezig is met aandacht, niet als beschermer, maar als getuige.
Zonder veiligheid is nabijheid onmogelijk. Je kunt niet echt dichtbij komen als je op je hoede bent. Als je afweegt wat je wel en niet kunt zeggen. Als je een versie van jezelf speelt die minder kwetsbaar lijkt.
Maar alleen veiligheid is ook niet genoeg.
Je kunt je veilig voelen bij iemand en toch eenzaam zijn. Je kunt altijd iemand in je buurt hebben en toch geen nabijheid voelen. Veiligheid zonder nabijheid is als een huis zonder warmte. Er is geen gevaar. Maar er is ook geen thuis. Daarvoor moet je zelf zorgen.
Wat mensen willen -en vrouwen verwoorden het vaker dan mannen- is allebei tegelijk. De bescherming van veiligheid en de vervulling van nabijheid. Het eerste maakt het tweede mogelijk. Het tweede geeft het eerste zin.
Maar nabijheid die werkelijk nabij is, laat vrij. Dat is het paradoxale eraan. Wie vaker nabij wil zijn, laat de ander vrij. Niet de vrijheid van afstand, maar de vrijheid om jezelf te zijn, ook in de aanwezigheid van de ander, misschien juist dan. Liefde zonder die vrijheid wordt bezit. Vrijheid zonder die liefde wordt eenzaamheid.
De vrouw van zeventig wist dat. Ze had de lange weg al afgelegd. Ze hoefde er geen betoog van te maken.
Soms zit de hele waarheid in één woord.