Onbevangen als kinderen blijven
Het kind dat wij soms kwijtraken
Wie een klein kind observeert, ziet iets bijzonders. Een kind ontmoet mensen vaak nog zonder de filters waarmee volwassenen de wereld ordenen. Het vraagt niet eerst welke opleiding iemand heeft gevolgd, hoeveel iemand verdient of hoeveel invloed iemand heeft. Het ziet een mens voordat het een positie ziet.
Dat verandert meestal wanneer we ouder worden.
Volwassen worden betekent leren onderscheiden. We leren verantwoordelijkheid dragen, kennis opbouwen en onze plaats in de wereld vinden. Dat is noodzakelijk. Maar tegelijk leren we ook vergelijken. We gaan mensen beoordelen op succes, bezit, status, overtuigingen of macht. Zonder dat we het merken, ontstaat een wereld waarin sommige mensen hoger lijken te staan dan anderen.
Misschien is volwassen worden daarom niet alleen een proces van groei, maar ook van verlies.
Niet omdat we het kinderlijke moeten behouden -speelsheid zonder verantwoordelijkheid kan inderdaad kinds worden- maar omdat we iets dreigen kwijt te raken wat kinderen nog vanzelfsprekend bezitten: de onbevangen ontmoeting met de ander.
Opmerkelijk genoeg zag Jezus dit mechanisme al tweeduizend jaar geleden. Toen zijn leerlingen discussieerden over wie van hen de belangrijkste was, zette hij een kind in hun midden en zei dat wie het koninkrijk der hemelen wil binnengaan, moet worden als een kind.
Die uitspraak wordt vaak gelezen als een oproep tot nederigheid of onschuld. Maar misschien gaat zij dieper. Misschien gaat het niet om terugkeren naar de kindertijd, maar om het loslaten van een manier van kijken waarin de één boven de ander komt te staan.
Wanneer verschil een oordeel wordt
Een kind heeft de rangorde van de volwassen wereld nog niet volledig geïnternaliseerd. Het weet natuurlijk dat mensen verschillen. Een ouder is geen leeftijdgenoot, een leraar heeft een andere rol dan een leerling. Maar een kind maakt nog niet vanzelf de stap van verschil naar meerwaarde.
Daar ligt een belangrijk onderscheid.
Verschillen zijn onvermijdelijk. Rollen, talenten en verantwoordelijkheden verschillen. Een arts heeft in een operatiekamer meer kennis en verantwoordelijkheid dan een patiënt. Een rechter heeft meer formele macht dan iemand die voor hem staat. Maar uit die verschillen volgt niet dat de één als mens meer waard is dan de ander.
Het probleem begint wanneer een functioneel onderscheid verandert in een oordeel over menselijke waarde.
Dan wordt gezag superioriteit. Ervaring wordt eigendunk. Kennis wordt afstand. Status wordt een reden om de ander minder serieus te nemen.
Misschien is dat wat Jezus bedoelde met worden als een kind: niet dat wij onze volwassenheid moeten verliezen, maar dat wij de neiging moeten loslaten om verschillen om te zetten in meer- of minderwaardigheid.
Via negativa
De oude filosofische methode van de via negativa probeert iets te begrijpen door eerst te onderzoeken wat het niet is.
Pas deze methode toe op het koninkrijk der hemelen en er ontstaat een verrassend beeld. Het is geen wereld zonder verschillen, maar een wereld zonder menselijke rangorde. Geen elite die dichter bij het heilige staat. Geen mensen die meer recht hebben op waardigheid dan anderen.
Wat overblijft is evenwaardigheid.
Niet als een politiek ideaal dat ooit volledig bereikt moet worden, maar als een grondhouding: de erkenning dat de persoon tegenover mij evenveel gewicht draagt als ikzelf.
Niet omdat wij hetzelfde zijn, maar omdat niemand méér mens is dan een ander.
Toen de boodschap een instituut werd
Juist daarom is het opmerkelijk hoe snel de geschiedenis een andere richting insloeg.
Vanaf Constantijn verschuift het zwaartepunt van het christendom. Het koninkrijk wordt steeds minder een werkelijkheid die hier en nu tussen mensen ontstaat en steeds meer een bestemming na de dood. De toegang ertoe wordt beheerd door een instituut dat zelf steeds hiërarchischer wordt.
Bisschoppen, kardinalen, pausen en kerkelijke rangen: precies de structuur die de oorspronkelijke boodschap leek te relativeren, wordt het fundament van de kerk.
Het is een beweging die veel samenlevingen kennen: zodra een levende ervaring wordt vastgelegd in een instituut, ontstaat het gevaar dat de vorm belangrijker wordt dan de oorspronkelijke bedoeling.
De pijnlijkste omkering
Nergens wordt die paradox schrijnender zichtbaar dan in de misbruikschandalen binnen de kerk.
Jezus plaatste een kind letterlijk in het centrum van zijn boodschap. Eeuwen later gebruikte een deel van diezelfde institutie haar gezag om kinderen te misbruiken en werd het misbruik vaak jarenlang toegedekt.
Het meest onthutsende is misschien niet alleen het misbruik zelf, maar de onderliggende logica. De bescherming van het instituut woog zwaarder dan de bescherming van het kind.
Daarmee werd de oorspronkelijke boodschap volledig omgekeerd. Wat begon als een bevrijding van rangorde eindigde in een systeem waarin macht en status belangrijker werden dan kwetsbaarheid en waardigheid.
Waar de boodschap wel overleefde
Toch verdween de oorspronkelijke gedachte nooit helemaal.
Steeds opnieuw keerde zij terug aan de randen van de gevestigde orde.
Bij Franciscus van Assisi, die bezit en status afwees. Bij de Quakers, die titels en kerkelijke rangorde tussen gelovigen relativeerden. Bij bevrijdingstheologen in Latijns-Amerika, die het koninkrijk niet alleen als een hemelse belofte zagen, maar als een opdracht voor het leven hier en nu, vooral aan de zijde van armen en onderdrukten. Bij mystici als Meister Eckhart, die een directe verhouding tot het goddelijke zochten zonder afhankelijkheid van kerkelijk gezag.
Steeds verschijnt hetzelfde patroon: zodra mensen de oorspronkelijke evenwaardigheid serieus nemen, ontstaat spanning met structuren die hun bestaan ontlenen aan rangorde.
De politieke echo
Hetzelfde mechanisme zien we terug in de politieke geschiedenis.
Het communisme begon vanuit een verlangen naar gelijkwaardigheid. Geen klassenverschillen. Geen privileges. Geen bezit dat de één boven de ander plaatst.
Maar gelijkheid zonder vrijheid bleek niet houdbaar. Zodra een staat gelijkheid probeert af te dwingen, ontstaat een nieuwe rangorde: de partij boven de burger, het collectief boven het individu. Evenwaardigheid zonder vrijheid verandert in dwang. De Sovjet-Unie liet dat zien: gelijkheid werd afgedwongen, maar wie een andere overtuiging had, verloor zijn vrijheid en vaak meer dan dat.
Maar het omgekeerde is even problematisch. Vrijheid zonder evenwaardigheid kan veranderen in een samenleving waarin de sterkste bepaalt wat mogelijk is.
Vrijheid en evenwaardigheid hebben elkaar nodig.
Zonder vrijheid bestaat geen werkelijke evenwaardigheid. Zonder evenwaardigheid bestaat geen werkelijke vrijheid.
Het kind dat wij opnieuw kunnen ontmoeten
Misschien gaat dit alles uiteindelijk niet alleen over religies of politieke systemen. Misschien speelt hetzelfde proces zich af in ieder mens.
Naarmate wij ouder worden, bouwen wij een identiteit op. We verzamelen kennis, ervaringen en overtuigingen. Dat maakt ons rijker. Maar het kan ons ook afsluiten.
We kunnen zo vertrouwd raken met onze eigen positie dat we vergeten dat de ander, met een ander verhaal en andere keuzes, evenveel mens blijft.
Het kind in onszelf bewaren betekent daarom niet dat we onverantwoordelijk of naïef moeten worden. Het betekent dat we volwassen kunnen zijn zonder onze openheid te verliezen.
Dat is misschien de moeilijkste vorm van volwassenheid: onderscheid kunnen maken zonder afstand te creëren, kennis bezitten zonder superioriteit te voelen, ervaring hebben zonder de ander te overschaduwen, maar telkens open tegemoet te gaan.
Wat kan blijven
Elke levende boodschap loopt het risico te verstarren zodra zij een instituut wordt. Dat geldt voor religies en politieke systemen, maar ook voor mensen zelf.
Wanneer onze overtuiging belangrijker wordt dan de ontmoeting, wanneer onze positie belangrijker wordt dan de persoon tegenover ons, herhalen wij op kleine schaal hetzelfde proces dat grote instituties hebben doorgemaakt.
Misschien is het koninkrijk der hemelen daarom geen plaats, maar een manier van aanwezig zijn.
Het verschijnt wanneer mensen elkaar ontmoeten zonder meer- of minderwaardigheid.
Wanneer een volwassene een kind werkelijk ziet.
Wanneer kennis niet verandert in arrogantie.
Wanneer macht gepaard gaat met zorg.
Wanneer wij volwassen worden zonder ooit de onbevangenheid van een kind te verliezen.