Vormen van verbinding

In het moment zelf

Iedereen wil verbinding. Een hand die je vasthoudt, of zelf vastpakt. Een stilte in een gesprek die net iets langer duurt en die niemand haast om op te vullen. Op zulke momenten ben je meestal niet aan het twijfelen. Je bent er gewoon, bij die hand, bij die stilte.
De twijfel zit meestal ervoor. Doe ik dit wel? Wat als het niets wordt, wat als de ander schrikt? Zulke vragen kunnen je dagen, soms jaren tegenhouden. En vaak komen ze terug zodra het moment voorbij is. Was dit nou wat? Bedoelden we hetzelfde? Blijft dit iets, of was het eenmalig?
Misschien is dat wel eigen aan verbinding: dat de twijfel zich ophoudt aan de randen, voor en na en zich in het moment zelf even terugtrekt.
Wat er in zo'n moment precies gebeurt, weet je vaak pas later en soms nooit. Het kan een moment blijken waar je nog jaren aan terugdenkt. Het kan iets zijn dat een tijdje meegaat en daarna vanzelf verdwijnt. Of het kan iets gewoons zijn, iets dat je de volgende dag al niet meer bijzonder vindt, terwijl het op het moment zelf niet anders voelde dan de andere twee.
Dat is waar dit essay over gaat: niet over hoe je van die twijfel afkomt, want dat lukt toch niet helemaal, maar over wat er gebeurt als je, ondanks de twijfel, toch je hand uitsteekt.

 

Verschillende soorten verbinding

Niet elke verbinding is hetzelfde, ook al voelt het moment van verbinding zelf, ongeacht de vorm, telkens hetzelfde aan: er is geen aarzeling meer, alleen aanwezigheid. Soms is het er ineens, groter dan gewoonlijk en je vergeet het niet snel. Verliefd worden. Het moment dat een kind geboren wordt. Soms een gesprek dat zomaar op een dieper spoor komt. Zulke momenten kun je niet plannen en al helemaal niet afdwingen door er hard je best voor te doen. Ze overkomen je, of ze overkomen je niet.
Er is ook een vorm die zich niet in één moment voordoet, maar zich uitstrekt: een periode. Een vriendschap die een paar jaar heel dichtbij voelt en daarna vanzelf wat verder weg komt te staan. Een groep waar je een tijd bij hoort en die daarna een andere plek in je leven krijgt. Deze vorm is niet minder waar dan de eerste, maar heeft een begin en een einde die je vooraf niet kent. En dat maakt haar eigenlijk lastiger dan de intens ervaren piek. Een piek is kort en mag voorbijgaan, dat hoort erbij, maar een periode voelt vaak aan alsof hij eigenlijk had moeten blijven.
En dan is er de vorm die veruit het vaakst voorkomt, al wordt hij het minst opgemerkt. Samen koffie drinken. Een blik die je wisselt zonder iets te zeggen. Naast iemand zitten zonder dat er iets hoeft te gebeuren. Niets aan zo'n moment zegt: dit is bijzonder. Je moet het zelf willen zien als verbinding, want niets aan zo'n moment claimt aandacht.
Van deze vormen is de laatste het makkelijkst te missen, over het hoofd te zien. Niet omdat ze minder voorkomt, eerder omdat ze zich niet meldt. Een piek overvalt je, een periode zie je aankomen en ook weer verdwijnen, maar het gewone moment vraagt om iets van jezelf: de bereidheid om te zien wat er al is, ook als het niet meer is dan een kop koffie.

 

Waar dat vandaan komt

Niemand begint met verbinden op een schone lei. Tegen de tijd dat je voor het eerst verliefd wordt, of voor het eerst een kop koffie drinkt met iemand die meer voor je gaat betekenen dan je verwachtte, heb je al een heel stuk geschiedenis met verbinding achter de rug.
Het begint bij je geboorte en dan op een manier die je zelf niet kon kiezen. Je was verbonden voordat je er iets voor deed en ook voordat je er iets aan kon doen. Geen sprong dus, geen twijfel vooraf, gewoon een gegeven.
Dat verandert als je een jaar of twee bent. Dan zeg je voor het eerst “nee” tegen degene die voor je zorgt. Je maakt jezelf een beetje los. Wat er dan gebeurt, maakt nogal wat uit: word je opgevangen in dat “nee”, of voel je je erom afgestraft? Dat is, hoe klein ook, alvast een eerste les over wat er kan gebeuren als je jezelf laat zien.
Als puber doe je iets soortgelijks, maar dan bewuster. Je zet je af tegen je ouders, probeert uit wie je bent los van hen. En voor het eerst merk je het zelf: kun je jezelf zijn zonder de ander (of jezelf) daarbij te grof te lijf te gaan?
Het huis uit gaan is dan de volgende stap. Er is niemand meer die het voor je uitzoekt. Je moet zelf bepalen aan wie je je wilt binden en hoe.
Al die momenten samen bepalen hoeveel moeite het je kost om, later, je hand uit te steken naar een kop koffie, een stilte, een piekmoment dat je niet had zien aankomen. Niemand herinnert zich die vroege lessen bewust. Maar ze zijn er nog wel, elke keer dat er weer een moment is waarin verbinding zich aandient.

 

Verliefd worden

Dit is misschien wel het duidelijkste voorbeeld van een piekmoment dat je niet kunt afdwingen. Twee mensen die geen idee hebben of het blijft en het toch aangaan. Er is niets dat op voorhand garandeert dat het goed komt. Geen van beiden weet of de ander is wie hij lijkt, of het gevoel over een jaar nog hetzelfde is, of dit uitloopt op iets blijvends of op niets. Ook dat liefde er soms al is en alleen zichtbaar hoeft te worden, vraagt vertrouwen en die vraag komt op meer plekken terug dan hier alleen.
En toch voelt het vaak groter dan alleen dat moment. Alsof er iets op til is dat verder reikt dan de twee mensen zelf: een gezamenlijke toekomst, misschien een kind, een leven dat er zonder deze ontmoeting niet was geweest. Dat gevoel is niet gek. Ieder leven dat er nu is, komt voort uit sprongen zonder garantie: mensen die geen bewijs hadden en toch verder gingen.
Het lastige aan verliefd worden is dat de piek zo sterk is, dat mensen vaak denken dat hij zo moet blijven. Terwijl een piekmoment van zichzelf al aangeeft dat hij niet aanhoudt. Wie verwacht dat de intensiteit van het begin standhoudt, wordt vroeg of laat teleurgesteld, niet omdat de verbinding mislukt is, maar omdat er een vergissing zat in wat er verwacht werd.
Wat er ná die piek komt, is meestal een van de andere twee vormen: een periode die een tijd meegaat, of, als het goed gaat, iets dat overgaat in het gewone. Een kop koffie samen, een blik zonder woorden, jaren later. Dat is geen achteruitgang. Het is gewoon een andere vorm en wie alleen de piek als echte verbinding erkent, mist wat ervoor in de plaats komt.

 

Halverwege

Stefano CalicchioOp een gegeven moment is de eerste helft van je leven gedaan. Wat je nog kon worden, is voor een groot deel al geworden. En toch dient zich, soms onverwacht, een nieuwe sprong aan, ditmaal niet naar een ander maar naar jezelf: kan ik nog verder groeien, ook al is er niets meer dat mij daartoe dwingt?
Sommigen zoeken op dit punt naar een nieuwe piek. Nog een grote reis, nog een prestatie, iets dat het gevoel van vroeger terugbrengt. Dat hoeft geen vergissing te zijn, maar het kan er wel een worden, als het enige doel is om nog één keer dat sterke gevoel van het begin te pakken te krijgen.
Wat vaker over het hoofd wordt gezien, is dat er dichterbij ook iets te vinden is. Een gesprek met een oude vriend dat opeens dieper gaat dan anders. Een moment met een partner waarmee je al jaren samen bent, waarin de vertrouwdheid zelf even oplicht als iets bijzonders. Zo'n verdieping in het vertrouwde is evenveel waard als het zoeken van een nieuwe piek. Het is alleen minder spectaculair en daardoor makkelijker te missen.

 

Op hoge leeftijd

Wie nog zoekt naar een piekervaring zonder goed te weten wat die moet zijn, kent misschien een onrust die niet wezenlijk anders is dan wat een jongere generatie voelt bij haar eigen, onzichtbaardere vormen van verbinding: waar een draad ooit liet zien wie met wie verbonden was, verbindt bluetooth nu zonder dat er iets te zien is. Sarah Meuleman beschreef onlangs hoe die onzichtbaarheid bij een hele generatie een onbestemde angst oproept, niet voor een vijand, maar voor een leegte zonder duidelijke oorzaak, een angst die wie onzeker is over het eigen verbinden, misschien al even onbewust met zich meedraagt.

Die onrust is niet aan een leeftijd gebonden, ze verandert alleen van gedaante. Naarmate je ouder wordt, valt er vanzelf steeds meer weg. Wat je kon, wat je deed, de rol die je vervulde voor anderen. Verbinding die daarop gebouwd was, verandert mee. Je kunt niet meer altijd iets betekenen voor een ander in de zin van iets doen, iets bijdragen, iets oplossen.
Wat overblijft, is iets kalers en misschien wel zuiverders: er gewoon zijn. Naast iemand zitten zonder dat er iets hoeft te gebeuren. Een hand vasthouden zonder dat daar nog een volgende stap uit hoeft te volgen. Dat is dezelfde derde vorm die we al eerder tegenkwamen, de gewone verbinding, maar nu niet meer als aanvulling op iets anders. Het is het enige dat er nog is en dat blijkt vaak genoeg.

 

Wie het niet lukt

Niet iedereen komt hier tevreden aan. Sommige mensen blijven zoeken naar de piek van vroeger, of naar de rol die ze niet meer kunnen vervullen. Ze voelen het wegvallen daarvan als verlies, niet als iets dat plaatsmaakt voor iets anders. Dat levert geen rust op, maar verbittering: het gevoel dat het leven iets schuldig is gebleven.
Dat is geen verwijt aan die mensen. Niemand kiest ervoor om op die manier vast te blijven zitten. Maar het is wel een gemis en het is eerlijker om dat te benoemen dan te doen alsof het vanzelf goed komt. Wie een leven lang alleen de piek als echte verbinding heeft erkend, heeft het zichzelf moeilijk gemaakt om, wanneer de piek wegvalt, de gewone nabijheid nog te herkennen als verbinding.

 

Het gewone als het moeilijkste

Ramana MaharsiVan alle vormen die voorbijkwamen, is de gewone de moeilijkste. Niet omdat ze zeldzaam is, ze komt juist het vaakst voor, maar omdat ze geen aanspraak maakt op aandacht. Een piek grijpt je vast. Een periode voel je aankomen en zie je ook weer gaan. Maar het gewone moment, de koffie, de blik, het naast elkaar zitten, moet je zelf willen zien.
Wie alleen de piek, de eenheidservaring, als echte verbinding erkent, denkt eigenlijk in een simpel -dit telt, of het telt niet- (een voorbeeld van of-of denken terwijl de meeste verbindingen en-en zijn). Dat onderscheid tussen of-of en en-en roept vaak de vraag op wat authentiek en integer is. Dat is geen kwestie van geluk hebben. Het is een vaardigheid en zoals de meeste vaardigheden wordt hij makkelijker naarmate je hem vaker oefent. Wie op jonge leeftijd al leert om het gewone te (h)erkennen, hoeft op hoge leeftijd niet radicaal iets nieuws te leren. Wie dat nooit geleerd heeft, staat op hoge leeftijd voor een opgave die er dan opeens heel groot uitziet.

 

Terug naar het nu

Je steekt je hand uit, of je laat toe dat een ander dat doet. Dezelfde stilte als aan het begin, dezelfde twijfel die zich aan de randen ophoudt en zich in het moment zelf terugtrekt.
Het verschil is dat je nu weet dat je niet vooraf kunt weten wat dit wordt. Een piek die je nooit vergeet. Een periode die een tijd meegaat. Of iets gewoons, dat morgen alweer vergeten is en dat toch, op het moment zelf, niet minder was dan de andere twee.
Niet meer de vraag wat dit worden zal. Wel de vraag of je ziet wat er al is, ook als het niet meer is dan een kop koffie.

 

Er is een reeks over non-dualiteit, verlichting, gewaarzijn en leegte als spirituele themas.

Er is een reeks over vrijheid, liefde, kwaliteit en evenwaardigheid als leidende waarden.

Er is een reeks over balans en evenwicht, niet-doen, wu wei en yin en yang.
Voor verdieping en verder lezen over de concepten en termen uit dit blog, ga naar het overzicht van labels.