Heeft eenzaamheid nut?
Zijn alleen mensen eenzaam?
Waarom zou God, als die bestaat, ooit eenzaam kunnen zijn? De vraag stelt zich vanzelf zodra je God niet als een persoon opvat die ergens boven de wolken zit te wachten op aanbidding, maar als het Geheel zelf. Het Geheel kan niets missen. Het is, per definitie, alles wat er is. En toch: de mystici, de filosofen en de verhalenvertellers van vrijwel elke traditie lijken te suggereren dat er iets in dat Geheel was -of is- wat verlangde naar ontmoeting en verbinding. Naar het kijken vanuit een ander oogpunt dan het oneindige.
Het spel van de overvloed
Alan Watts beschreef het als een spel. God speelt verstoppertje met zichzelf. Hij verdeelt zich in miljarden (ontelbare) wezens, vergeet wie hij is en de hele schepping is dat spel van zelfontdekking. Watts zei het luchtig, bijna ondeugend, maar onder de luchthartigheid zit iets prachtigs: de eenzaamheid van het Absolute is niet een gebrek maar een overvloed die zichzelf wil spiegelen.
De leegte als gave
De Kabbala noemt dit tzimtzum. God trekt zich terug. Niet omdat hij zwak is, maar omdat terugtrekking de enige manier is om ruimte te maken voor de ander. Zonder die inkrimping van het Absolute zou er geen wereld zijn, geen mens, geen ontmoeting. De leegte die God achterlaat is niet een afwezigheid van God, het is de voorwaarde voor bestaan. Eenzaamheid als scheppingsdaad.
Het oog dat ziet
Meister Eckhart zegt het strenger en preciezer: "Het oog waarmee ik God zie, is het oog waarmee God mij ziet". Er is geen subject en object meer. De scheiding tussen de kijker en het bekekene is een illusie die de mens in stand houdt omdat hij nog niet weet hoe hij anders moet leven. In de Advaita Vedanta heet dit niet-twee: Brahman is de oceaan, de mens is een golf. Zonder de golven zou de oceaan niet kunnen bewegen.
De noodzakelijke omweg
Augustinus zocht dit alles buiten zichzelf: in Rome, in Milaan, in kennis, in lust, in roem. Hij bracht zijn rusteloosheid overal mee naartoe. Pas laat schreef hij: "Laat heb ik u liefgehad, o Schoonheid zo oud en zo nieuw". Hij bedoelde niet dat God ver weg was geweest. Hij bedoelde dat hijzelf te lang buiten had gezocht wat van binnen wachtte. Zijn zoektocht was geen mislukking, het was de noodzakelijke omweg. Zonder de ervaring van het tekort had hij het genoeg niet kunnen herkennen.
Afpellen, niet stapelen
Hans Laurentius bepleit telkens dat ontdekken er niet om gaat de waarheid te vinden, maar de onwaarheden te verwijderen. Dat is de via negativa: niet stapelen maar afpellen. God is niet dit, niet dat, niet wat je ervan maakt. Wat overblijft als je alles hebt weggehaald wat God niet is, laat zich niet benoemen, maar het is herkenbaar. Net zoals de mens die zichzelf leert kennen, dat niet doet door een nieuw zelf te construeren, maar door laag voor laag te verwijderen wat hij niet is: zijn maskers, zijn verdedigingen, zijn aangeleerde verlangens.
Contact of consumptie
En dan de mens. Waarom zou ieder mens eenzaam blijven, ook wanneer hij zich realiseert dat eenzaamheid juist de beste voorwaarde kan zijn voor echte verbinding? Omdat zelfkennis geen eindbestemming is maar een levenshouding. Wie zichzelf kent -wie weet wat hij wil en wat hij vreest, wie zijn eigen patronen herkent zonder er volledig door beheerst te worden- kan aanwezig zijn bij een ander zonder de ander te gebruiken om zijn eigen leegte te vullen. Dat is het verschil tussen contact en consumptie.
Er zijn ook mensen die het verprutsen. Die de eenzaamheid niet verdragen en er van weglopen, de ander binnenhalen als een pleister, of juist niemand binnenlaten uit angst voor verlies. Augustinus deed het jarenlang. Het verprutsen is geen uitzondering op het verhaal, het is het verhaal. Niemand komt bij zelfkennis aan zonder de omweg van zelfbedrog.
Doorzien, niet overwinnen
Misschien is dit wat alle zes visies zeggen, elk op hun eigen manier: dat de eenzaamheid -van God, van de mens- niet overwonnen wordt maar doorzien. En in dat weten is iets veranderd dat niet meer ongedaan te maken is. Dat is geen troost. Het is iets nuchterder en duurzamer dan troost. Het is herkenning.