De kunst van het schakelen en afstemmen

Evenwaardigheid als uitkomst van schakelen

Er is een kunst die ik niet kan onderwijzen maar wel kan beschrijven. De kunst van het schakelen: tussen doen en laten, tussen ingrijpen en terugtrekken, tussen weten en niet-weten.
Ik laat die kunst bepalen door drie dingen samen: verstand, gevoel en intuïtie. Geen van de drie heeft het primaat. Het verstand ordent, maar kan niet voelen. Het gevoel signaleert, maar kan misleiden. De intuïtie reikt verder dan beide, maar heeft grond nodig om niet te zweven. Samen vormen ze een instrument dat fijner is dan elk afzonderlijk.

Wie ik ben doet er niet toe

Wie ik ben in dit schakelen, interesseert me niet. De vraag naar het zelf leidt af van de beweging zelf. Wat telt is de afstemming op wat er is, op wat de situatie vraagt, op wat het moment toelaat.
Maar afstemming vraagt iets. Niet kennis, niet wilskracht, maar onthechting aan het eigen gelijk. Zolang je een groot belang hebt bij de uitkomst, hoor je de drie bronnen niet gelijkwaardig. Dan spreekt verstand harder dan intuïtie, of gevoel harder dan verstand. De onthechting is niet leegte maar innerlijke vrijheid, de bereidheid om niet bij voorbaat te weten hoe het zit.
Die vrijheid is zelf al een vorm van evenwaardigheid. Nog voor je iets doet.

Projectie vult in wat ontmoeting zou kunnen zijn

Projectie is wat er gebeurt als het schakelen stopt. Dan vult de stilstand zich met wat we nodig hebben: een beeld, een verwachting, een behoefte. Het dier wordt symbool. De ander wordt spiegel. De werkelijkheid wordt ingevuld in plaats van ontmoet.

Evenwaardigheid is een waarneming, geen standpunt

Evenwaardigheid is geen standpunt dat je inneemt. Het is wat je ziet als je goed kijkt, wat overblijft als projectie wordt losgelaten. Niet een morele plicht die van buitenaf wordt opgelegd, maar een waarneming die zich aandient als de afstemming werkt.

Afstemming onthult wat er werkelijk is

Eugene GendlinWie werkelijk schakelt, wie verstand, gevoel en intuïtie laat samenwerken zonder dat één ervan domineert, ontdekt dat het andere er is op zijn eigen manier. Dat het telt. Niet omdat een principe dat voorschrijft, maar omdat de afstemming dat onthult. Het dier verschijnt dan niet als object van zorg of bron van genot, maar als aanwezigheid, een wezen met eigen belangen, eigen waarneming, eigen manier van zijn.
Evenwaardigheid is in die zin de richting waarin het schakelen beweegt als het goed werkt. Niet het startpunt, maar het aankomstpunt. Wie er niet uitkomt, schakelt nog niet. Wie er weerstand tegen voelt, staat vast in één modus: meestal het verstand alleen, of een emotionele behoefte die zich niet laat corrigeren.
En toch is evenwaardigheid ook het beginpunt, want de onthechting die het schakelen mogelijk maakt, is zelf al een vorm van evenwaardigheid. Beginpunt, beweging en aankomst tegelijk. Niet als cirkel maar als spiraal: elke keer dat je terugkeert, zit je iets dieper.

Balans is geen toestand maar een terugkeer

De balans bewaken betekent niet in evenwicht zijn. Het betekent steeds opnieuw terugkeren naar afstemming. En in die afstemming -als ze diep genoeg gaat- wacht evenwaardigheid als een vanzelfsprekendheid.
Wie blijft schakelen ontdekt dat balanceren ook lichtheid geeft.

 

Er is een reeks over non-dualiteit, verlichting, gewaarzijn en leegte als spirituele themas.

Er is een reeks over vrijheid, liefde, kwaliteit en evenwaardigheid als leidende waarden.

Er is een reeks over balans en evenwicht, niet-doen, wu wei en yin en yang.
Voor verdieping en verder lezen over de concepten en termen uit dit blog, ga naar het overzicht van labels.