Weghalen en zo bevrijden

Een artikel over de archetypen van Carl Jung doet iets met je. Je leest over het masker dat je naar de wereld toont, de schaduw die je liever niet erkent, de held die opstaat wanneer het oude leven niet meer volstaat en er ontstaat herkenning. Ja, dat ben ik ook. En nog dat. En dat.
In dit essay beschrijf ik eerst hoe die herkenning werkt -en waarom ze zo aantrekkelijk is-, om vervolgens een andere, meer bevrijdende manier van kijken te schetsen. Niet om Jung te weerleggen, maar om zichtbaar te maken dat er twee heel verschillende bewegingen bestaan wanneer we onderzoeken wie we zijn: de een graaft, de ander spoelt af. En het verschil tussen die twee is groter dan het op het eerste gezicht lijkt.

 

De westerse beweging: graven

Carl JungJungs individuatieproces is in de kern een optelsom. Je differentieert het zelf in onderdelen, je legt iets bloot en je geeft het meteen een naam: dit is de persona, dit de schaduw, dit de animus. Word je bewust van al die delen, integreer ze en je wordt heel. Meer weten over jezelf betekent hier: meer bevatten. De kaart van wie je bent groeit met elke ontdekking.
Er is niets mis met die beweging. Je hebt een sociaal gezicht nodig om te functioneren en het is nuttig te zien welke impulsen je liever verdringt dan erkent. Maar de manier waarop dat inzicht wordt opgebouwd, blijft een optelling. Je eindigt met méér begrippen dan waarmee je begon. Het geheel is meer dan de som der delen.

 

De kentering

Op het eerste gezicht lijkt hier een simpele tegenstelling te liggen: de westerse mens graaft en bouwt op, de oosterse mens haalt weg. Maar bij nader inzien houdt die tegenstelling geen stand. Wie graaft, verwijdert immers ook iets: aarde, om iets bloot te leggen. Het verschil zit dus niet in wél of niet wegnemen. Beide bewegingen nemen iets weg.
Het echte verschil zit in wat je doet met wat er vrijkomt. Bij het graven van Jung tref je iets aan en voorzie je het van een etiket. Bij de oosterse benadering wordt er ook weggenomen, maar je kijkt naar wat er vrijkomt zonder het van een etiket te voorzien.

 

Afspoelen, niet afpellen

Voor die tweede beweging is een woord als "afpellen" nog niet precies genoeg. Pellen vereist onderscheid: je moet weten waar de ene laag ophoudt en de volgende begint. Het blijft daarmee gefaseerd en doelgericht, laag na laag, op weg naar een kern die je uiteindelijk te pakken krijgt. Daarmee valt het toch weer terug in het vinden van iets.
Een beter beeld is afspoelen, zoals het in oosterse tradities voorkomt: de voetwassing, het baden in de Ganges. Water maakt geen onderscheid tussen wat weg moet en wat mag blijven. Het lost simpelweg op wat loslaat. En het water zelf is geen doel. Niemand baadt in de Ganges om het water te bezitten. Het verdwijnt weer en laat niets van zichzelf achter behalve de reinheid die overblijft. Helaas gold dat vroeger meer dan nu want ook de Ganges is vervuild.
Dat afspoelen is meteen een beeld voor de methode zelf. Via negativa is geen ding dat je vasthoudt. Ze lost zichzelf mee op zodra ze gedaan heeft wat ze moest doen.

 

Geen vinden, maar bevinden

Hier ligt het scharnierpunt van dit essay. Vinden vraagt om een object: je vindt iets en je hebt het dan. Bevinden in de betekenis van ervaren niet. Je ervaart iets, zonder dat er iets concreets is aangetroffen dat je kunt vasthouden of benoemen. Dat is precies wat de oosterse weg anders maakt dan het westerse graven: geen nieuwe conceptuele inhoud die je erbij krijgt, alleen een belemmering die wegvalt.
En dat wegvallen betekent iets fundamenteels over wie je al bent. Je bent goed zoals je bent, maar door de vervuiling kun je de schoonheid niet meer goed zien. Dat is geen ontdekkingsreis naar iets nieuws. Het is het weer zichtbaar worden van iets dat nooit weg is geweest.

 

Eenheid, opnieuw bekeken

Dat brengt ons bij de vraag wat er dan precies overblijft wanneer het vuil is weggespoeld. Een voor de hand liggend antwoord is: eenheid, een onderliggende volheid die altijd al aanwezig was onder alle scheiding. Dat is de weg van Advaita Vedanta: er ís een Zelf, een Brahman, dat zichtbaar wordt zodra de sluiers vallen.
Jay GarfieldMaar er is ook een subtielere en -denk ik- zuiverdere lezing, die dichter bij het boeddhistische sunyata ligt. Daarin is eenheid niet iets dat je aantreft als je de lagen hebt afgepeld. Eenheid is niets anders dan het ontbreken van scheiding, zonder dat er een nieuw Iets voor in de plaats komt, ook geen "het Ene" als entiteit. Nagarjuna (ongeveer 150–250 n.Chr.) waarschuwde daar zelf al voor: wie in leegte gelooft als in een ding, is net zo vast komen te zitten als wie in een vast zelf gelooft. Ook déze conclusie mag dus geen nieuw dogma worden.

 

Geen schat, maar een vaardigheid

Shunryu SuzukiWat blijft er dan over, als er geen ding, geen archetype en geen onderliggend Zelf is om aan te treffen? Je hoeft dan voor een zelf of Zelf niet verder te graven.

Ook de oosterse methode kent een gerichtheid: je probeert de essentie, wat je eigenlijk wilt zien, beter te zien. Maar of je wat je ziet vervolgens benoemt, schoonheid, eenheid, het Zelf, is aan jou, niet aan de methode. Het zien zelf hoeft niet uit te monden in een naam of een waarheid.
Dat is waarom dit zicht geen schat is. Een schat vind je één keer en daarna bezit je hem. Hij ligt in de kist en vraagt verder niets van je. Wat hier overblijft is eerder een vaardigheid. Een vaardigheid bestaat niet als bezit. Ze bestaat alleen in de herhaalde oefening ervan. Je hebt pianospelen niet zoals je een schat hebt. Je kunt het, telkens weer en het verslapt zodra je niet meer speelt.
Dat is ook wat het zenboeddhisme shoshin noemt, de geest van de beginner: niet het meesterschap dat alles al weet, maar het vermogen om ieder moment weer met een frisse, onbevangen blik te kijken, ook al heb je het duizend keer eerder gezien. Wu wei werkt volgens hetzelfde principe. Geen staat die je hebt, maar een geoefend, telkens hernieuwd niet-grijpen.
Terug naar Jung. Zijn kaart van maskers, schaduwen en helden mag een voorbereidende fase zijn. Eerst zien welke lagen er zijn, voordat je kunt ontdekken dat geen van die lagen "het" is. Wat het graven aantreft, wordt benoemd. Wat het afspoelen vrijmaakt, blijft naamloos, je kijkt ernaar zonder het te vangen. Maar de vrijheid begint pas waar je ook die kaart telkens weer durft los te laten. Niet eenmalig, als een afgeronde stap in een proces. Maar als een geoefende houding, telkens opnieuw: weghalen en zo bevrijden.

 

Er is een reeks over non-dualiteit, verlichting, gewaarzijn en leegte als spirituele themas.

Er is een reeks over vrijheid, liefde, kwaliteit en evenwaardigheid als leidende waarden.

Er is een reeks over balans en evenwicht, niet-doen, wu wei en yin en yang.
Voor verdieping en verder lezen over de concepten en termen uit dit blog, ga naar het overzicht van labels.