Slim is niet hetzelfde als betrouwbaar
Over de angst voor AI, het energieverbruik van datacenters en waar vertrouwen werkelijk op rust
Angst voor wat je niet kent
Veel mensen kijken met argwaan naar kunstmatige intelligentie. Ze vrezen dat machines slimmer worden dan wij. Ook het stroomverbruik van de grote datacenters baart zorgen. Die zorgen zijn begrijpelijk, maar ze komen vaak voort uit onbekendheid. Wie zich er weinig in verdiept, ziet vooral een zwarte doos die steeds meer kan. Een zwarte doos roept altijd onrust op.
Het helpt om de vragen uit elkaar te halen. Wat kan AI eigenlijk? Hoe zit het met dat energieverbruik? En waarom voelt intelligentie soms bedreigend en soms niet?
Rekenen is nog geen begrijpen
Computers zijn al tientallen jaren beter dan wij in het precies vastleggen van gegevens en het razendsnel verwerken ervan. Niemand is bang voor een rekenmachine, al rekent die sneller dan welke wiskundige ook. Snelheid en precisie zijn niet hetzelfde als intelligentie.
Bij de huidige taalmodellen ligt het iets anders. Ze hebben patronen geleerd uit enorme hoeveelheden tekst. Daardoor kunnen ze samenvatten, uitleggen, combineren en schrijven op een manier die op menselijk denken lijkt. Dat maakt de verwarring begrijpelijk. Toch ontbreekt er veel. Een taalmodel heeft geen eigen doelen, geen overlevingsdrang en geen wil. Het wil niets.
Bovendien is het geen nauwkeurige boekhouder. Een taalmodel kan een antwoord geven dat vloeiend en zelfverzekerd klinkt en toch niet klopt. Juist daar ligt de kern. Of iets slim is, zegt weinig over de vraag of je erop kunt bouwen.
Hoe het zit met het energieverbruik
De zorg over energie is niet uit de lucht gegrepen. Datacenters verbruikten in 2024 wereldwijd ongeveer 415 TWh en hun stroomvraag groeide in 2025 met zo'n 17 procent. Het Internationaal Energieagentschap verwacht dat het verbruik tegen 2030 bijna verdubbelt, vooral doordat AI in steeds meer alledaagse producten wordt ingebouwd. In sommige landen is de druk op het net groot: in Ierland gaat al ruim een vijfde van alle elektriciteit naar datacenters.
Tegelijk klopt het dat beheerders er alle belang bij hebben om zuinig te zijn. Veel diensten zijn voor de gebruiker gratis, maar stroom kost geld. Die prikkel werkt. Eén gewone vraag aan een chatbot kost volgens recente opgaven van de bedrijven zelf ongeveer een derde wattuur, vergelijkbaar met een paar seconden stofzuigen. Google meldt dat de energie per vraag binnen een jaar met een factor drieëndertig is gedaald. Onderzoekers schatten dat betere modellen, slimmere software en zuinigere chips samen de energie per vraag nog acht tot twintig keer kunnen verlagen.
Er zit wel een addertje onder het gras. Wat goedkoper wordt, wordt meer gebruikt. Omdat het gebruik sneller groeit dan de efficiëntie toeneemt, stijgt het totale verbruik toch. Economen kennen dit verschijnsel al sinds de negentiende eeuw, toen zuinigere stoommachines het steenkoolverbruik juist deden toenemen. Zuiniger per vraag betekent dus niet vanzelf zuiniger in totaal. Het energievraagstuk is reëel, maar het is een vraagstuk van keuzes en niet van een onvermijdelijk lot.
Intelligentie wordt pas bedreigend zonder vertrouwen
Denk aan de mensen om je heen. Een slimme huisarts, een deskundige buurman, een vriendin die alles weet van belastingen: hun intelligentie stelt je eerder gerust dan dat ze je bang maakt. Een slimme oplichter daarentegen is gevaarlijk, juist omdat hij slim is. Het verschil zit niet in de hoeveelheid intelligentie, maar in de vraag of je de ander kunt vertrouwen.
Vertrouwen rust op een paar dingen. Je weet ongeveer wat de ander wil. Je hebt ervaring met hem opgebouwd. Je kunt nagaan of wat hij zegt klopt. Hij is ergens op aanspreekbaar en jullie belangen lopen niet tegen elkaar in.
Bij machines is het niet anders. De vraag is daarom minder hoe slim AI wordt, maar wie haar maakt, wie haar inzet en aan wie die partijen verantwoording afleggen. Veel angst voor AI blijkt bij nader inzien angst voor de mensen en bedrijven die erachter staan. Dat is een terechte vraag, maar het is een andere vraag dan "wordt de machine slimmer dan wij?"
Een verhouding hoeft ook niet bepaald te worden door wie de slimste is. Wie de waarde van een relatie niet laat afhangen van wie meer weet of meer kan (evenwaardigheid), hoeft zich door intelligentie niet te laten intimideren. Dat geldt tussen mensen en het geldt evengoed tussen mens en machine.
Wat je kunt doen om je veiliger te voelen
De eerste stap is eenvoudig: probeer het zelf. Begin met kleine, onschuldige taken zoals een brief laten samenvatten of een recept laten aanpassen. Wie ziet wat AI wel en niet kan, verliest het beeld van een alwetende macht.
Behandel een antwoord als de suggestie van een belezen kennis en niet als een orakel. Controleer wat ertoe doet, zeker bij gezondheid, geld of recht. Beslissingen met echte gevolgen neem je zelf.
Wees zuinig met wat je deelt. Persoonlijke gegevens, wachtwoorden en gevoelige informatie horen niet in een chatvenster waarvan je niet weet waar het blijft.
Kijk wie er achter een dienst zit. Kies waar mogelijk voor aanbieders die open zijn over hoe hun systemen werken en wat ze verbruiken. In Europa stelt de AI-verordening stapsgewijs eisen aan transparantie en toezicht. Dat is geen garantie, maar het maakt bedrijven wel aanspreekbaar.
Gebruik AI met een doel. Niet elke vraag hoeft naar een groot taalmodel. Dat scheelt energie en het houdt je eigen denkvermogen in conditie.
Vertrouwen wordt opgebouwd
Intelligentie is op zichzelf geen bedreiging. Ze wordt het pas wanneer je niet weet wat de ander met die intelligentie wil of wanneer je niet kunt nagaan of hij te goeder trouw is. Dat geldt voor mensen en het geldt voor machines.
Vertrouwen krijg je niet cadeau en je hoeft het ook niet blind te geven. Je bouwt het op door te kijken, te toetsen en ervaring op te doen. Tussen blind geloof en algehele angst ligt een ruime middenweg. Op die weg wordt AI wat ze in de kern is: een gereedschap waarvan de waarde afhangt van wie het hanteert en waarvoor.
Lees ook
- Vertrouwen voorbij het bewijs
- Waarom je het toch niet kunt navertellen
- Wat gevoel je zegt
- De spiegel die niet terugkijkt
- Wie is nog aan te spreken?