Wanneer komt hoogmoed voor de val?

Hoogmoed en de grammatica van de val

Hoogmoed komt voor de val, zo wordt al duizenden jaren in vrijwel elke cultuur gezegd. Het klinkt als een natuurwet, een morele zwaartekracht die vroeg of laat iedereen die zich verheft weer naar beneden trekt. Maar wie om zich heen kijkt ziet iets anders. Sommige hoogmoedigen vallen nooit zichtbaar. Ze sterven met aanzien, geld en gelijk. Anderen vallen pas na tientallen jaren, zo laat dat niemand meer de samenhang ziet tussen de verheffing en de val. Het spreekwoord belooft een gerechtigheid die de werkelijkheid maar mondjesmaat levert.
Toch zou ik niet te snel willen concluderen dat het spreekwoord onwaar is. Misschien moeten we eerst preciezer kijken naar wat "de val" eigenlijk is en naar de taal waarin we daarover spreken.

 

De taal verraadt het denken

David OwenHet woord "hoogmoed" bevat al een richting: een moed die te hoog zit. Het tegenovergestelde, "val", is een neerwaartse beweging. Dat is geen toevallige woordkeuze. In vrijwel elke taal wordt het goede geassocieerd met omhoog, denk aan verheven, hooggeplaatst, opgetogen en het slechte met omlaag, denk aan onderworpen, neerslachtig, gevallen. Deze grammatica van hoogte is ouder dan elke concrete mythe en maakt die mythes juist mogelijk.
De zondeval past precies in dat schema. De mens wil gelijk zijn aan God en eet van de boom van kennis van goed en kwaad. De straf is een letterlijke verwijdering, uit het paradijs, naar beneden, de aarde in. Interessant genoeg gebruikt Genesis het woord "val" zelf niet. De term "zondeval" is een latere theologische toevoeging, vermoedelijk gevoed door diezelfde intuïtieve associatie tussen verheffing en neergang die we ook in het spreekwoord terugvinden. Het spreekwoord en de zondeval lijken dan niet zozeer uit elkaar voort te komen als wel uit eenzelfde diepere bron: het besef dat wie zich boven zijn plaats verheft, wordt teruggezet.

 

Twee soorten hoogmoed

Alan WattsWie de mythen naast elkaar legt, ziet dat er niet één maar twee vormen van hoogmoed spelen. De eerste is toenadering: het verlangen om dichter bij het hogere te komen. Adam en Eva willen worden zoals God. Icarus vliegt naar de zon, gefascineerd door het licht, niet door de bedoeling om het licht te vervangen. Zijn vleugels zijn kunstmatig, vastgeplakt met was en smelten precies door de hitte van wat hij probeerde te bereiken.
De tweede vorm is radicaler: niet toenadering maar vervanging. Lucifer wil niet gelijk zijn aan God, hij wil Gods plaats innemen, of zelfs erboven staan. De bouwers van Babel willen een toren tot in de hemel en, zoals de tekst het zegt, "een naam voor zichzelf maken". Ook hier is het niet toenadering die hen drijft maar de wens om zelf het middelpunt te worden.
Dit onderscheid is niet triviaal. In een essay over Lucifer kwam naar voren dat hoogmoed uiteindelijk de illusie van afgescheidenheid is: het ego dat vergeet dat het golf is en geen oceaan. Adam en Eva vergeten niet dat God bestaat, ze willen er dichterbij komen. Lucifer daarentegen is het zuiverste beeld van het zichzelf absoluut stellende ego, dat zich niet meer verhoudt tot het geheel maar zich ervan losmaakt en zichzelf tot centrum verklaart. Dat is een preciezere diagnose van hoogmoed dan "te veel zelfvertrouwen": hoogmoed is het moment waarop de golf zichzelf voor de oceaan aanziet.

 

De val als onthulling, niet als straf

Deze twee vormen van hoogmoed verklaren misschien ook waarom de val zo verschillend verloopt. Bij toenadering is de val vaak snel en zichtbaar: Icarus stort neer zodra de was smelt, want zijn verheffing hing letterlijk aan een broos, kunstmatig middel. Bij vervanging kan de val veel langer op zich laten wachten, juist omdat het losgemaakte ego zich met steeds nieuwe constructies staande kan houden: aanzien, macht, de bevestiging van volgelingen. Pas wanneer die constructies het begeven, wordt zichtbaar dat er nooit een eigen draagvlak was.
Dat is misschien de kern van waarom "hoogmoed komt voor de val" in de praktijk zo lang op zich kan laten wachten. De val is geen externe straf die op een vast moment wordt uitgedeeld. Het is de onthulling dat een verheffing nooit op eigen kracht heeft gestaan. Zolang de kunstmatige steun overeind blijft, blijft ook de illusie overeind. Babel stort niet in als gebouw, het wordt verward: de mensen kunnen elkaar niet meer verstaan en hun eenheid, het geheel waaruit hun project ooit voortkwam, valt uiteen. De val volgt niet op de hoogmoed als een klok die afgaat, maar op het moment waarop het geheel zich terugtrekt uit wat zich ervan had losgemaakt.

 

Geen wet, maar een herinnering

Misschien moeten we het spreekwoord dus minder lezen als voorspelling en meer als herinnering: niet "dit gebeurt altijd op tijd", maar "vergeet niet dat je golf bent". Wie zich daarvan bewust blijft, hoeft niet op straf te wachten, want er is dan niets om voor te vallen. En wie het vergeet, zal vroeg of laat merken dat het draagvlak er nooit was, hoe lang dat ook duurt en hoe onzichtbaar de val soms blijft voor wie er niet middenin staat.

 

Er is een reeks over non-dualiteit, verlichting, gewaarzijn en leegte als spirituele themas.

Er is een reeks over vrijheid, liefde, kwaliteit en evenwaardigheid als leidende waarden.

Er is een reeks over balans en evenwicht, niet-doen, wu wei en yin en yang.
Voor verdieping en verder lezen over de concepten en termen uit dit blog, ga naar het overzicht van labels.