Verbondenheid zonder bewijs

Over parasociale relaties, grensoverschrijdend gedrag en de onmogelijkheid om ooit te weten hoe verbonden je bent


Het woord van het jaar

Cambridge Dictionary koos 'parasociaal' tot woord van het jaar. Het verwijst naar een eenzijdige band die voor jou echt voelt, terwijl de ander niet eens weet dat je bestaat. Denk aan het gevoel een persoonlijke band te hebben met een bekendheid of een influencer. Sinds september valt ook een relatie met kunstmatige intelligentie onder de definitie.
Dat zo'n oud fenomeen nu pas een woord krijgt, zegt iets. Blijkbaar herkennen we het inmiddels breed genoeg om het te willen benoemen. De vraag is waarom juist nu en wat het woord eigenlijk blootlegt.

 

Het mechanisme: waarom het brein de illusie gelooft

In 1956 beschreven Donald Horton en Richard Wohl hoe radio en tv de illusie geven van een echte relatie met de kijker. Ze noemden dat een parasociale relatie: een band zonder enige verplichting of risico voor de kijker, volstrekt eenzijdig en te beëindigen door simpelweg de knop om te draaien.
Dat het brein hier zo makkelijk intrapt, komt niet door onnozelheid. Ons brein is ingericht op sociale interactie en spiegelneuronen -ontdekt bij toeval door onderzoekers in Parma- zorgen ervoor dat we meeleven met wat we zien gebeuren, ook als het ons zelf niet overkomt. Diezelfde neuronen die actief worden als je zelf iets doet, worden actief als je een ander het ziet doen. Een mediapersoonlijkheid die je herhaaldelijk ziet en die warm en persoonlijk tegen je praat, activeert dat systeem net zo goed als een echte ontmoeting. Het verschil is dat er nooit feedback terugkomt. Je oefent niet in het bijsturen van een relatie, je consumeert alleen het gevoel van verbondenheid.
Met social media is daar een nieuwe laag bijgekomen. Beroemdheden delen niet meer alleen hun werk, maar ook hun ontbijt en hun rommelige woonkamer. Dat schept een intimiteit die je met veel echte kennissen niet eens hebt. En met likes, reacties en dm's die soms daadwerkelijk beantwoord worden, kan die eenzijdige relatie tegenwoordig ineens wederkerig aanvoelen, ook al is ze dat niet (zoals in de film Her).

 

Wanneer de illusie zich verzet tegen correctie

Meestal blijft het bij een onschuldige illusie. Maar soms weigert iemand te accepteren dat de band eenzijdig is en dan wordt het gevaarlijk.
De ouders van de op negentienjarige leeftijd overleden Jade Kops worden al maanden bedreigd door mensen die contact met hen eisen. Kops deelde tijdens haar ziekte openhartig haar leven op Instagram. Nu ze er niet meer is, voelen sommige volgers zich kennelijk gerechtigd tot een rouw die evenveel gewicht claimt als die van de eigen familie en die claim wordt agressief verdedigd zodra de familie grenzen stelt. "Pas maar op op het moment dat je bij het graf staat, we weten waar ze ligt", kreeg de vader te horen. Een zus durft het graf niet meer te bezoeken uit angst.
Wat hier gebeurt, is niet dat mensen verdriet voelen. Dat is menselijk en het gebeurt ook bij het overlijden van bekende mensen die je nooit persoonlijk kende. Het probleem is dat het verdriet wordt gelezen als bewijs van een band die aanspraak geeft: op nabijheid, op toegang, op het recht om de rouw van de eigen familie te overstemmen. Rouw legitimeert hier de claim en de weigering van die claim wordt ervaren als onrecht.

 

De sprong blootgelegd

Boekomslag van Liefde - een kunst, een kunde van Erich FrommEr is een ander soort voorbeeld, dat dichter bij het gewone leven staat en daardoor iets scherper laat zien wat er precies misgaat. Een man wiens vrouw hem wil verlaten, reageert met: "maar ik hou toch van jou?". Hij is oprecht verbaasd. In zijn beleving is dat een argument om te blijven.
Bij de fan en bij de rouwende vreemdeling kun je nog denken dat de afstand -het scherm, de dood, het nooit gesproken hebben- de illusie in stand hield. Deze man kende zijn vrouw wel. Er was wederkerigheid geweest. En toch valt hij terug op precies dezelfde redenering als de stalkers van de familie Kops: ik voel iets sterks, dus dat geeft mij aanspraak.
Dat legt een algemener patroon bloot. Hoe sterker een gevoel, hoe groter de verleiding om te denken dat het gevoel zelf al een aanspraak schept op de ander, los van wat die ander wil. Drang heeft een eigen logica: drang zoekt ontlading en hoe groter de drang, hoe dwingender die zoektocht. Die logica is op zichzelf consistent. Het probleem zit in de onuitgesproken sprong die erop volgt, van "ik voel een sterke drang" naar "dus heb ik er recht op dat de ander zich daarnaar voegt". Die premisse wordt nooit hardop uitgesproken en blijft daardoor onaantastbaar. De man zegt niet "ik heb recht op jou", hij zegt "ik hou toch van jou". De aanspraak zit verstopt in het gevoel zelf.
Het is de moeite waard om even bij zijn zin stil te staan, want hij had ook iets anders kunnen zeggen. "Ik vind het vreselijk dat je weg wilt" beschrijft precies hetzelfde gevoel, dezelfde pijn, dezelfde liefde. Maar het claimt niets van haar. Het blijft bij hemzelf. Mensen worden meestal beoordeeld op wat ze zeggen, terwijl wie er zelf op wordt aangesproken vaak ontdekt dat er ook een andere formulering mogelijk was geweest, met exact hetzelfde gevoel erin en zonder de aanspraak. De formulering verraadt dus niet alleen hoe iemand zich uitdrukt, ze verraadt of het gevoel is losgemaakt van de ander of nog aan haar vastgeklonken zit.

 

Dezelfde sprong, naar binnen gericht

De aanspraak hoeft niet naar buiten te gaan. Ze kan zich ook tegen de drager zelf keren.
Iemand die een uitzonderlijke liefde verliest, kan instorten: fors afvallen, depressief worden, van alles proberen zonder dat iets helpt. Dat is geen claim meer op de ander, maar een claim die bij zichzelf wordt geïnd, alsof het verlies ook het recht op eigen welzijn heeft ingetrokken. Het is dezelfde logica als bij de man, alleen omgekeerd gericht: niet "jij moet blijven", maar "ik heb geen recht meer op een leven zonder wat ik kwijt ben".

 

Waarom herstel niet aanlokt

Vreemd genoeg wijzen mensen in zo'n toestand vaak ook hulp af. Adviezen gericht op rust en balans worden in de wind geslagen, soms met woorden als "het heeft toch geen zin meer". Dat is niet alleen wanhoop.
Er lijkt iets anders te spelen. Herstel voelt aan als saai vergeleken met de intensiteit van de ellende. Zwelgen geeft tenminste iets te voelen. Maar de diepere reden zit denk ik nog een laag onder die intensiteit. De middenweg, rust, balans, confronteert je met een vraag die nooit met zekerheid te beantwoorden is: hoe verbonden was ik eigenlijk, echt, volledig? Zolang je instort, hoef je die vraag niet te stellen. De instorting bewijst het verlies, aan jezelf allereerst. Wie kalm en gebalanceerd reageert, moet leven met een onbeantwoorde vraag en dat blijkt voor veel mensen ondraaglijker dan het verdriet zelf.
Volledige verbondenheid is, net als een vast en vindbaar zelf, een fictie (zie ook limerence). Niet omdat verbinding niet bestaat, maar omdat "volledig" een zekerheid veronderstelt die niet te verifiëren is, laat staan te bezitten. Zwelgen is een poging om die onmogelijke zekerheid alsnog af te dwingen. Het plakt een etiket op de onzekerheid: dit bewijst dat het echt was. Rust plakt dat etiket niet en laat de vraag dus openstaan, wat voor de meeste mensen zwaarder weegt dan de pijn zelf.

 

De cirkel sluit

Hiermee komt het verhaal terug bij de man en zijn vrouw. Zijn "ik hou toch van jou" is niet alleen een aanspraak op haar blijven. Het is ook verzet tegen de onzekerheid die haar vertrek blootlegt. Zolang zij blijft, hoeft hij nooit de vraag te stellen hoe verbonden ze werkelijk waren. Haar vertrek dwingt die vraag open: misschien was de verbondenheid nooit zo volledig als hij aannam. Dat is ondraaglijker dan het verlies zelf en zijn "toch" is geen verbazing over haar gedrag, maar verzet tegen een zekerheid die instort.
Naar buiten claimen en naar binnen zwelgen zijn dus geen twee verschillende mechanismen. Het zijn twee richtingen van dezelfde vlucht, voor dezelfde onzekerheid. De één eist van de ander dat ze blijft. De ander eist van zichzelf dat hij blijft lijden. Beide zijn manieren om een bewijs te forceren waar geen bewijs te krijgen is.

 

Geen oplossing, geen bewijs

Er is hier geen advies te geven in de trant van doe dit niet, doe dat wel. Het gevoel zelf hoeft niet weg. Het is sturing, geen fout. Wat weggenomen kan worden, is niet het gevoel maar de aanspraak die eraan wordt vastgeplakt: het idee dat gevoelde intensiteit een recht geeft of een bewijs kan leveren.
Wat overblijft is verbondenheid die niet gemeten hoeft te worden om waar te zijn. Misschien is de enige zekerheid die je over verbondenheid kunt hebben, dat je haar nooit met zekerheid zult hebben. En die zekerheid geeft vrijheid.

 

Er is een reeks over non-dualiteit, verlichting, gewaarzijn en leegte als spirituele themas.

Er is een reeks over vrijheid, liefde, kwaliteit en evenwaardigheid als leidende waarden.

Er is een reeks over balans en evenwicht, niet-doen, wu wei en yin en yang.
Voor verdieping en verder lezen over de concepten en termen uit dit blog, ga naar het overzicht van labels.